|
GESCHIEDENIS
VAN DE BASILIEK |
|
Geschiedenis
van de basiliek in vogelvlucht
De kerk is een laatgotische eenbeukige kruiskerk, geheel in steen opgetrokken.
Het
koor werd opgetrokken in de periode 1394-1399. Reeds
in 1398 werd er een Anthoniusaltaar geplaatst en
in 1399 ingezegend. Tot 1417 werd de kapel uitgebreid met transeptarmen en
één travee van het schip. Na een onderbreking van enkele tientallen jaren
werd het schip afgebouwd in 1454 en kreeg de kerk een orgel.
Aan de toren, die aanvankelijk niet gepland was, werd begonnen in 1463. De
eerste drie segmenten werden in 1484 gereed en er kwamen 6 luidklokken in
de toren te hangen.
De
toren staat bekend als de "Peperbus". Sinds de Grote of
St-Michaëlskerk zijn toren kwijt is, is de Peperbus het beeldbepalende
element van de Zwolse binnenstad.
Toren
De toren
heeft verschillende bekroningen gehad. De huidige achtkantige lantaarn
stamt uit 1828, nadat de torenbrand van 1815 de vorige uivormige bekroning
verwoest had.
Het
huidige carillon in de toren werd op 11 januari 1930 in gebruik genomen. Het
is gemaakt door John Taylor & Co uit Leighborough, Engeland.
Als
gevolg van de Reformatie
raakte de kerk buiten liturgisch
gebruik van 1580 tot 1809. Bij een bezoek aan Zwolle in 1809 gaf koning
Lodewijk Napoleon de kerk aan de katholieken terug. Intussen was het gebouw
voor allerlei doeleinden gebruikt; van orgelmakerij voor de Gebr.
Schnitger, die er tussen 1718 en 1721 het grote orgel voor de St.
Michaëlskerk vervaardigden, tot opvang ten tijde
van watersnood. Ook werd er door soldaten geëxerceerd en later hield pikeur
Schutte er een manege.
De opbouw en herstel gingen van start. In 1811 werd de kerk
weer in gebruik genomen na een provisorische opknapbeurt. Eerst in 1871
werd de kerk uitgebreid onder pastoor O.A.Spitzen met zijbeuken en een
neogotisch interieur aangebracht.
Honderd
jaar na de volledige verbouwing en vernieuwing van het interieur was het
noodzakelijk de kerk grondig te restaureren. De oude zijbeuken werden er
weer afgehaald. De kerk moest teruggebracht worden naar de oorspronkelijke
middeleeuwse toestand. Het neogotische interieur
heeft ze
toch kunnen behouden. In 1981 werd de kerk weer in gebruik genomen. Als
laatste werd het orgel opgeknapt.
Het
hoofdorgel werd
gebouwd door
Michaël Maarschalkerweerd
in 1896 in
een kas van een orgel vervaardigd voor een orgel van Nicolaus Brunswick uit
1697. Dit orgel was in 1813 aangekocht uit de Observantekirche te Münster. Na diverse wijzigingen werd het
uiteindelijk vervangen.
Het orgel bezit 38 registers verdeeld over drie manualen en pedaal.
Tevens bezit de kerk een koororgel, vervaardigd in 1986 door de fa. Kaat
en Tijhuis uit Kampen.
|
De
k
erk heeft in de nis boven de hoofdingang een Mariabeeld geplaatst door
de Zwolse beeldhouwer Tom Waterreus. |
klik voor grote foto |
|
|
De bouw van de
Onze Lieve Vrouwekapel
In zijn testament van 13 augustus 1393
bepaald de Zwolse schepen Gerardus van Spoelde in zijn testament dat zijn
huis gelegen ‘in de Voerstrate’ (Voorstraat) een
kapel moet worden ter ere van God en de maagd Maria. Een kapelaan (vicarius) moet daarin iedere dag de mis opdragen
voor het zielenheil van Gerardus en zijn ouders. Tot onderhoud van de
priester verbonden aan deze kapel stelt hij acht morgen land gelegen in
Mastenbroek ter beschikking. Na zijn dood verkopen schepenen en raad van
Zwolle het huis van Gerardus, waartoe zij gerechtigd zijn volgens een
bepaling in het testament. Van de opbrengst wordt de Hof van Zwolle gekocht
van de proost van Deventer op de huidige plaats.
De kerk
In de Middeleeuwen telde Zwolle slechts één
parochiekerk: de Sint Michaëlkerk. De Onze Lieve
Vrouwekerk had slechts de status van kapel. De bouw van kerkgebouw volgens
ontwerp van stadsmuurmeester Berend van Koblenz
begint in 1394.
In 1399 is de bouw zover gevorderd dat het
koorgedeelte van de kapel gereed is. Op 26 november 1399 wordt de kapel
samen met het in 1398 gestichte Antoniusaltaar
ingewijd. In het jaar voor de inwijding woedde er in Zwolle een
pestepidemie. Wellicht is daarom het altaar aan de pestheilige Anthonius
Abt toegewijd. Om de bouw van de kapel te financieren verleende paus Bonifatius IX aan de bezoekers van de kapel een aflaat.
Door de sterk opkomende Mariadevotie,
mede bevorderd door de Moderne Devotie, nam het aantal kerkbezoekers aan de
kapel toe. Onder de bezoekers bevond zich ook
Thomas van Kempen (1379/1380-1471).
Kort daarna trad hij als novice in het klooster op de Agnietenberg
bij Zwolle.
De eerste bouwfase van de kapel wordt
afgerond in 1417. Op dat moment is van de kapel het koor gereed, evenals de
beide transepten en de meest oostelijke travee van het kerkschip. De bouw
komt stil te liggen, omdat de bouwactiviteiten zich verplaatsen naar de
parochiekerk. In de periode 1406-1454 vindt daar de ombouw plaats van de
Romaanse kruisbasiliek uit de veertiende eeuw naar de gotische hallenkerk.
De tweede bouwfase van de Onze Lieve
Vrouwekapel bestrijkt de periode 1452-1454. Dan wordt het kerkschip verlengd
met vier extra traveeën. Dit schip wordt aan de westkant afgesloten met een
muur en twee overhoeks geplaatste steunberen. Deze zijn buiten nog
zichtbaar; zij zijn gedeeltelijk in het muurwerk van de toren opgenomen.
 |
|
De reformatie en schuilkerkentijd
Vanaf 1580 voltrekt zich in Zwolle de reformatie.
De gereformeerden hadden, nadat de uitoefening van de rooms-katholieke
eredienst was verboden, een grote hoeveelheid kerken en kapellen ter
beschikking gekregen. Daarom konden zij de Onze Lieve Vrouwekerk kort na de
overneming wel missen. De kerk is nog in 1585 met subsidie van de
magistraat hersteld en was nog gedurende elf jaar bij de katholieken in
gebruik. Daarna moesten de katholieken uitwijken naar diverse schuilkerken
verspreid over de Zwolse binnenstad. Deze situatie duurde tot aan de Franse
Tijd. Echter van 1672-1674, toen Zwolle door Munsterse
en Keulse troepen bezet was, is de Sint Michaëlkerk tijdelijk weer in handen van de katholieken geweest. De ‘gereformeerden’
gebruikten toen de Onze Lieve Vrouwekapel.
Zestiende
eeuwse kopergravure. De stad gezien vanuit het
Westen. Opmerkelijk is het torentje op de kruising van het dak van de Onze
Lieve Vrouwekerk. De toren van de St. Michaëlskerk was tot 1669 de hoogste
van de stad (115m.)
Toen de kerk definitief onttrokken werd
aanzijn eigenlijke bestemming, is het gebouw voor allerhande doeleinden
gebruikt. Zo hebben er koorddansers voorstellingen gegeven, is er kogelspel
bedreven en werd er geschermd. In 1612 waren er poorten in het transept
gemaakt en werden er in 1648 legervoertuigen gestald. In 1670 reed men met
karossen de kerk in en uit. Zij deed dienst als pakhuis, onder meer voor
hout. Evenals in 1584 was de kerk in 1786 een hooi- en stromagazijn; er zijn ‘haveloze’ goederen opgeslagen en arme gezinnen
hebben er tijdelijk onderdak gehad. Er is garen getwijnd en van 1784 tot
1787 in de wapenhandel geoefend. Van 1719 tot 1721 werkten Franz Caspar en Johann Georg zonen
van Arp Schnitger, er aan het orgel voor de Sint Michaëlskerk en in 1786
hadden twee timmerlieden er hun werkplaats ten behoeve van de bouw van het
stadhuis in Genemuiden. Pikeur F.C. Schutte opende er in 1807 een rijschool.
|
|
OPBOUW
|
In 1809 kregen de katholieken de kerk op bevel van Koning
Lodewijk Napoleon terug. Op 24 augustus 1811 wordt er voor het eerst weer
een mis gevierd in de Onze Lieve Vrouwekerk. Het gebouw is sterk
verwaarloosd. De kerk is maar voor de helft met banken gemeubileerd. Van
ruw hout is een eenvoudig altaar getimmerd.
Voor de begeleiding van de eredienst is een
kabinetorgeltje aanwezig. In de daaropvolgende jaren wordt steeds,
wanneer de financiën het toelaten, het interieur verbeterd. Het interieur
heeft een sober karakter. De ramen in het koor zijn dichtgemetseld. De
kerk is wit gekalkt. Het interieur is neoclassicistisch van stijl. |
|
|
Lodewijk
Napoleon |
|
 |
 |
|
oude
sacristie van vóór 1870 |
classicistisch altaar 1812-1870 |
In 1853 wordt in Nederland de bisschoppelijke
hiërarchie hersteld. Mgr. Joannes Zwijsen wordt de eerste bisschop van
Utrecht sinds de reformatie. Hij verdeelt Zwolle over twee parochies. In de
nieuwe parochie van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming wordt Henricus van
Kessel in 1853 als pastoor aangesteld.
Vele gegevens aangaande de geschiedenis van katholiek
Zwolle verzamelt hij en voegt ze samen in zijn handgeschreven Register
Memoriale, een document dat zich nu in het Gemeentearchief van Zwolle
bevindt.
Kruiswegstaties
geplaatst in 1850 (200x100cm) voor de Onze Lieve Vrouwe kerk. Verkocht in
1872 aan een kerk in Noorwegen. Thans in het Nationaal museum in Bergen (N)
|
|
NEOGOTIEK
In
1866 wordt Otto Anton Spitzen benoemd als pastoor. Hij heeft grote
invloed uitgeoefend op de herinrichting van de kerk in neogotische stijl:
de neogotiek.
Geen
bouwstijl is zo nauw met de katholieke emancipatie verbonden als de neogotiek
|
 |
In
1869 verenigden geestelijken, opdrachtgevers, en kunstenaars in Utrecht
zich rond kapelaan Gerard van Heukelum en richtten het ‘Bernulphusgilde’
op. Herman Schaepman (de schrijver-staatsman) verwoordt
het ideaal van de Utrechtse School als volgt: ‘In de kunst der
middeleeuwen speelt de volle christelijke waarheid met schoonheid
omkleed; de kunst is dienares geworden van de kerk, zij heeft uit haar
hand wet en regelmaat aangenomen’.
Het
Bernulphusgilde stelt zich tot doel ‘liefde en beoefening van kerkelijke
kunst’ na te streven. Het devies van het gilde is
‘Verum, Pulchrum et Bonum’. (het Ware, het Schone en het
Goede).
Onder
Spitzen wordt de kerk uitgebreid met twee zijbeuken en wordt praktisch het
gehele interieur, ontworpen door het kunstenaarsatelier Mengelberg, in
neogotische stijl ingericht. Nog slechts enkele beelden dateren uit de
middeleeuwen. Deze zijn destijds aan de beeldenstorm in de Grote Kerk
ontsnapt. In 1871 wordt met de aanbesteding begonnen onder leiding van de
bouwkundige S.J.H. Trooster. |
|
Mgr. O.A.Spitzen, pastoor van de O.L.V.kerk van 1866 tot 1889. |
|
|
|
|
De
gebrandschilderde ramen
In 1870
zijn de dichtgemetselde ramen in het koor weer opengehakt. Glazenier
Heinrich Geuer bracht er in de jaren 1871 tot 1873 zijn ramen aan. Helaas
waren deze van technisch gezien zo’n slechte
kwaliteit, dat het karwei in de jaren 1905-1906 moest worden overgedaan..
Het
atelier C. Hertel en Lerch in Düsseldorf verving de ramen in het koor en in
de transepten. Het totaal aantal gebrandschilderde
ramen in de kerk is negen
In
1940 schenkt het college van collectanten de kerk zestien gebrandschilderde
ramen, die een plaats krijgen in de twee neogotische zijbeuken. Op acht van
deze ramen is een heilige afgebeeld, met daaronder een zaligspreking. In
1975 zijn de zijbeuken afgebroken. De glazen zijn verwijderd en in het raam
van de toren herplaatst.
|
|
RESTAURATIE
In 1975 was de Onze Lieve Vrouwekerk
toe aan een grondige opknapbeurt.
Aanvankelijk wilde men zowel exterieur als
interieur terugbrengen tot de oorspronkelijke middeleeuwse toestand.
In 1975 werd begonnen met de sloop van
de neogotische aanbouw van zijbeuken, repetitielokaal en catechismusgebouw.
De sacristie en gerfkamer bleven bewaard.
Op de plaats van het repetitielokaal
van het kerkkoor is thans een wit gebouw opgetrokken, dat als
vergaderruimte dienst doet en repetitielokaal is voor het zangkoor: het
‘Ceciliagebouw’.
sloop van de
zijbeuken en Catechismusgebouw aan de zuidkant (1975)
Bij de jongste restauratie zijn de hoge
ramen in het schip op hun oorspronkelijke lengte gebracht. De
oorspronkelijke plaats van de toegangen in de noord- en zuidwand is
herontdekt en er zijn weer deuren in aangebracht. Het zijn de toegangen tot
de kerk daterend uit de tweede bouwfase van 1452-1454.
Doordat de opvattingen over de
neogotische kunststijl halverwege de zeventiger jaren in positieve zin
veranderden, is de inrichting uit de tijd van Spitzen bewaard gebleven. In
koor en transepten. Als gevolg van de veranderde opvattingen over liturgie sedert het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) is er
een nieuw altaar geplaatst, waarbij de voorganger naar de kerkgemeente
kijkt. De offertafel staat in de viering, de plaats waar het schip, koor en
transepten elkaar kruisen. Een eigentijds eikenhouten koorhek, versierd met
briefpanelen, vormt de afscheiding tussen koor en de nieuwe liturgische
ruimte.
In 1981 is de restauratie voltooid. De
kerk wordt dan op 7 november opnieuw ingewijd door kardinaal Willebrands.
Hij wijdt het nieuwe altaar en de twaalf plaatsen, waar de
kerkwijdingkruisen in het kerkschip zijn aangebracht. Vanaf dat moment
heeft het gebouw officieel de status van kerk gekregen; in de middeleeuwen
was het als kapel ingewijd.
Vanaf 1984 zijn er nog enkele
aanvullende herstelwerkzaamheden verricht in de houten kapconstructie en
aan de ramen. In 1999 zijn alle 25 glas-in-loodramen en gebrandschilderde
ramen, ofschoon in de jaren 1980-1981 al onder handen genomen, opnieuw
gerepareerd en van nieuwe steviger voorzetramen voorzien.
gerestaureerd raam met voorzetglas Tom
Waterreus – sedes sapientia
Enkele jaren voor deze ingrijpende
herstelwerkzaamheden is in de, waarschijnlijk al eeuwen leegstaande
buitennis boven de torendeur, een Mariabeeld geplaatst van de Zwolse
beeldhouwer Tom Waterreus |
|