Categoriearchief: Geen categorie

Een processievaandel

Maria ten Hemelopneming

Cathelijne Bruining

Afbeelding 1

De Onze Lieve Vrouwe Basiliek te Zwolle heeft, zoals dit project aangeeft, een heel aantal waardevolle objecten in bezit. Dit vaandel is daar zeker een van. Het is gemaakt in 1905 en behoorde toe aan het Zwolsche Broederschap van Kevelaer, wat opgericht werd in 1780. De tekst op de achterkant leest: “Zwolsche Broederschap van Kevelaer 1780 = 1905”. Hoogstwaarschijnlijk is het vaandel gemaakt voor het 125-jarig bestaan van het broederschap.


Algemene gegevens

Naam: Processievaandel Maria ten Hemelopneming

Plaats: Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming, te Zwolle

Afmetingen: h. 180 cm, b. 105 cm

Vervaardigd in: 1905

Afbeelding 2

Het vaandel is gemaakt van rood velours. Maria staat centraal, ze is afgebeeld met een aureool van gouddraad, pailletten en kraaltjes. Ze staat op een wolk, haar handen zijn gevouwen en ze draagt een blauwe omhang met een rood gewaad daaronder. Naast haar hoofd zijn twee hoofden van engelen afgebeeld. De tekst langs de randen leest van links naar boven naar rechts Assumpta est / Maria in coelum / gaudent angeli. De eerste letter van elk woord is goud, de rest is rood. De tekst betekent ‘Maria wordt opgenomen in de hemel, de engelen verheugen zich’. Deze tekst is het begin van zowel een liturgische tekst, als van een lied, die horen bij Maria ten Hemelvaart, een belangrijke katholieke feestdag die gevierd wordt op 15 augustus. Aan de onderzijde zijn vijf afhangende panden te zien, afgezet met franje. De middelste drie lopen spits toe en zijn voorzien van lelies. Uit het hart van de bloem groeit een klein kruisje. De buitenste twee panden, rechthoekig aan de onderzijde, zijn ook van lelies voorzien. De witte lelie is een bloem die bij uitstek met Maria geassocieerd wordt, het benadrukt haar maagdelijkheid en haar zuiverheid.

Ontwerper & maker

Dit specifieke exemplaar, met de panden aan de onderkant, wordt met een Frans woord gonfalon genoemd.[2] Waarschijnlijk is het ontwerp van de afbeelding gemaakt door de architect Friedrich Wilhelm Mengelberg, die veel van het neogotische interieur van het kerkgebouw heeft ontworpen. Het ontwerp is uitgevoerd door Overman, in Zwolle.[3] Mengelberg was oorspronkelijk afkomstig uit Duitsland, uit Keulen. Voor de dom aldaar ontwierp hij ook vaandels, tussen 1897 en 1899.[4] Het vaandel stond oorspronkelijk voorin de kerk en was bevestigd aan een neogotische standaard. Tegenwoordig hangt het in de westkant van de kerk, aan de balustrade voor het orgel, naast een ander vaandel waarop Maria is afgebeeld.

Processies & Vaandels

Een processie is volgens Margry:

Een religieus ritueel, in plechtige optocht uitgevoerd door gelovigen, al of niet in combinatie met kerkelijke functionarissen en attributen, met als doel versterking van de godsvrucht, boetedoening en/of al een te richten dank- of smeekbede tot God of een heilige.[5]

Onder de attributen die bij een processie gebruikt worden vallen de processievaandels. Processievaandels zoals die in kerkelijke context gebruikt worden, zijn voortgekomen uit de militaire vaandels van de klassiek oudheid, een vexillum of labarum in het Latijn. Vaandels werden gebruikt bij optochten van legers. De middeleeuwen zien het gebruik van vaandels meer in de context van het feodale stelsel, als een heerserssymbool. Kruistochten zijn een goed voorbeeld van eerder gebruik van vaandels, we zien bijvoorbeeld vanaf de 12e eeuw de opkomst van heiligenvaandels. Belangrijk voor een processievaandel is dat het door een priester gezegend is.[6]

Omdat dit vaandel gemaakt is voor het broederschap, ter gebruik bij bijvoorbeeld de bedevaartprocessies in en naar Kevelaer, noemen we het ook wel een processievaandel. Voor de fysieke kenmerken van een processievaandel waren geen specifieke richtlijnen, omdat een vaandel strictu sensu geen liturgisch object is en dus niet gebruikt wordt tijdens de mis zelf.[7] Hierdoor waren er minder tot geen eisen waaraan het ontwerp moest voldoen. Peter Jan Margry stelt ook dat de vorm van het processievaandel door de eeuwen heen weinig veranderd is.[8] Wat betreft materiaalkeuze waren er geen strenge richtlijnen, maar omdat vaandels vaak vervaardigd werden in dezelfde ateliers waar ook de paramenten[9] vervaardigd werden, zijn ze vaak van zijde gemaakt en ook geborduurd.[10]

Vanwege de grotere vrijheid bij het ontwerpen van vaandels, konden de ontwerpateliers zich meer veroorloven in de zin van stijl en compositie. De Onze Lieve Vrouwe is een neogotische kerk, en dit vaandel kan ook gerekend worden tot deze stijl, met name omdat Mengelberg één van de invloedrijkste neogotische ontwerpers was in Nederland en Duitsland. Vaandelkunst werd door de minder strenge eisen een behapbare onderneming, en daarnaast ook minder arbeidsintensief door het relatief weinige borduurwerk in vergelijking met paramenten. Door de grootte van het werkvlak en het gebruik van een vaandel moest een krachtige compositie uitgedacht worden. Doordat de achtergrond van rood velours effen is, zonder versiering, staat Maria op dit vaandel centraal. De liturgische tekst uit het offertorium, wat ook een lied kan zijn, geeft meer context aan de afbeelding.

Tegenwoordige processies en gebruik van vaandels

In een processie wordt het vaandel gewoonlijk door een leek of door een acoliet gedragen.[11] Achter het vaandel lopen de mensen die tot de desbetreffende gemeenschap, parochie of, zoals bij ons vaandel, broederschap behoren. Een vaandel spreekt tot de verbeelding, het is een symbool voor een grote groep mensen en doordat het zichtbaar is voor zowel het publiek als de volgelingen, draagt het ook bij aan de identiteitsvorming van de mensen. Zoals Margry aankaart, is een publieke processie een van de effectievere manieren om een opvatting of boodschap naar buiten te brengen.[12]

Tot 1983 was het in Nederland niet toegestaan om in het openbaar processies te houden. Op 15 augustus 2007 werd in Zwolle, een overwegend protestantse stad, de eerste Mariaprocessie sinds eeuwen gehouden. Ook in 2008 en 2009 werd de processie gehouden, inclusief het hier besproken vaandel, het zilveren Mariabeeld dat in bezit is van de kerk, en verscheidene andere attributen.[13]

Processie-bedevaarten

In de Nederlanden en het Duitse rijk van de 17e en 18e eeuw groeiden de bedevaarten naar heiligdommen ter ere van Maria in populariteit. Deze bedevaarten werden meestal opgezet door particulieren of broederschappen die niet gelieerd waren aan de Kerk. Mede hierom, en ook omdat de groepen zich bij een bedevaart buiten eigen parochiegebied begaven en er dus geen controle was, stelde de kerk in de 17e eeuw regels in. Er was vanaf dat moment bisschoppelijke toestemming nodig voor een bedevaart en de leiding werd toevertrouwd aan de pastoor.[14]

De bedevaart naar Kevelaer

Afbeelding 3

Al sinds 1642 is Kevelaer één van de grootste bedevaartsoorden voor katholieken in Noord-Europa. Jaarlijks trekt de stad in Duitsland, ter hoogte van Venlo, een miljoen pelgrims. Vooral in de periode dat het katholieke geloof in Nederland niet openbaar gepraktiseerd mocht worden, functioneerde Kevelaer als belangrijke ontmoetingsplek voor Nederlandse katholieke gelovigen. In deze periode lag Kevelaer in het koninkrijk Pruisen, waar een grotere godsdienstvrijheid gold.

Het bedevaartsoord is gesticht door Hendrik Busman, in 1641. Hij zou vlak voor Kerstmis in dat jaar drie keer een stem hebben gehoord die zei dat hij in Kevelaer een kapel moest bouwen. Om deze reden spaarde hij geld, maar hij was bang voor de reactie van zijn vrouw, dus hield hij het voor haar geheim. Zij, echter, kreeg in de periode voor Pinksteren een visioen waarin zij een kappelletje zag, waarin een print van Maria Consolatrix Afflictorum aanwezig was. Dit verhaal werd door twee soldaten bevestigd, die het huis badend in het licht gezien hadden. Nog eens bevestigd werden de visioenen door het feit dat de vrouw van Hendrik een paar dagen eerder geweigerd had om twee kopergravures van dezelfde Maria te kopen, omdat ze die te duur vond. Direct na de stichting van de kapel vonden er wonderbaarlijke genezingen plaats in Kevelaer en omtrek. In 1654 werd het oorspronkelijke kappelletje vervangen door de huidige Gnadenkapelle, waarin de print nog steeds te vinden is.

In de 16e en 17e eeuw werd de regionaal georiënteerde bedevaart belangrijk, mede omdat het katholieke geloof niet in het openbaar gepraktiseerd mocht worden. De opkomst van nieuwe broederschappen maakte het op bedevaart gaan in een groepsverband makkelijker, waar dat eerder voor veel mensen niet mogelijk was.[15] De bedevaart was, zeker in de beginperiode van Kevelaer, een hele onderneming. De voettocht vanuit Zwolle nam acht (!) dagen in beslag. Vandaag de dag worden er bussen geregeld die de bedevaartgangers in een paar uur naar Kevelaer brengen.

Afbeelding 4

Ook nu nog wordt elk jaar een bedevaart georganiseerd vanuit Zwolle en omstreken. Vanaf het oprichtingsjaar 1780 wordt deze tocht georganiseerd door het broederschap. Op de website van het broederschap is het thema van het jaar 2019 te lezen: ‘Naar wie zouden wij gaan?’, uit Johannes 6:68. Een korte uitleg daaronder:

We mogen ons daarbij de vraag stellen: waarheen is mijn weg bij alle dingen die om ons heen gebeuren? In Kevelaer is Maria een lichtpunt voor mensen die op zoek zijn naar troost en houvast. De “Troosteres der Bedroefden”. Het programma biedt gezamenlijke vieringen, we lopen en bidden de Kruisweg en er is een lichtprocessie. Maar ook de ontmoetingen zijn belangrijk tijdens de maaltijden en de avond.[16]

Ter Afsluiting

Het broederschap speelt, samen met het vaandel en de jaarlijkse bedevaart, een rol bij de identiteitsvorming en identificatie met Maria voor de parochianen in Zwolle en omstreken. De Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming is in het bezit van meerdere processieattributen, die dit identiteitsgevoel nog versterken. Men denke aan een ketting ter ere van het tachtigjarige bestaan van het broederschap, processiestaven en -kruizen, en meerdere vaandels. Het eerdergenoemde zilveren Mariabeeld is een topstuk, ingelegd met edelstenen. Hoewel deze objecten een verschillende symbolische waarde hebben, worden ze in de eerste plaats gebruikt ter ondersteuning van het devotionele karakter van een processie.

Het verbod op processies werd in Nederland pas in 1983 werd opgeheven. De bedevaarten, echter, zijn eigenlijk nooit weggeweest uit het Nederlandse katholieke geloofsleven. Tegenwoordig wordt er door het broederschap nog elk jaar een bedevaart naar Kevelaer georganiseerd en wordt er op 15 augustus – op Maria Hemelvaart – een processie gehouden in Zwolle en wordt dit vaandel daarbij gebruikt. Waar de gelovigen vroeger naar Kevelaer vertrokken omdat ze in Nederland geen processies mochten houden, blijven de mensen nu dichter bij huis, hoewel de bedevaart naar Kevelaer nog steeds georganiseerd wordt. Het is mooi om te zien dat in 2019, in een seculiere samenleving, dergelijke gebruiken en rituelen met alle bijbehorende attributen nog steeds een kenmerk zijn van de Onze Lieve Vrouwe parochie.

Noten & Bronnen

Noten

[1] Catharijne Convent, Kerkcollectie Digitaal.

[2] P.J. Margry, Teedere Quaesties: religieuze rituelen in conflict. (Hilversum: Verloren, 2000), 63.

[3] Paul van der Vegte, in een email naar de auteur, 23 oktober 2019.

[4] M. Van Roon, “Goud, Zilver & Zijde: katholiek textiel in Nederland 1830-1965” (PhD diss., Universiteit Leiden, 2010), 139.

[5] Margry, Teedere Quaesties, 34.

[6] Margry, “Teedere Quaesties”, 62-63.

[7] Van Roon, “Goud, Zilver & Zijde”, 207.

[8] Margry, “Teedere Quaesties”, 62.

[9] Onder paramenten worden kazuifels, koorkappen en andere liturgisch textiel verstaan. Vaandels horen hier officieel dus niet bij omdat ze niet bij de liturgie gebruikt worden, maar in de regel worden ze hier wel onder verstaan. Zie Van Roon, “Goud, Zilver & Zijde,” 19.

[10] Van Roon, “Goud, Zilver & Zijde,” 22.

[11] Hoeveel vaandels er mee gingen en hoe zij eruitzagen, is niet bekend. Zie ook Margry, Teedere Quaesties, 121.

[12] Margry, Teedere Quaesties, 40.

[13] H. van Eijsden, “Derde Mariaprocessie trekt weer meer processiegangers.” Weblog Zwolle, 15 augustus 2009.

[14] Margry, Teedere Quaesties, 56-57.

[15] Margry, “Teedere Quaesties”, 56-58.

[16] Kevelaer Broederschap Zwolle e.o.

Boeken

Bach, H. en T. Waterreus. Verum, Pulchrum et Bonum. Zwolle: Parochie Thomas a Kempis – Locatie Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming, 2010.

Brandhof, van den M. Vlaggen, vaandels & standaarden van het Rijksmuseum te Amsterdam. Amsterdam: Rijksmuseum, 1977.

Erdmann, C., W.A. Goffart, M.W. Baldwin. The Origin of the Idea of Crusade: Foreword and Additional Notes by Marshall W. Baldwin. Princeton: Princeton University Press, 2019.

Jensen, R. Weit Offene Augen: Pilgern Gestern Und Heute. Gottingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 2018.

Margry, P.J. Teedere Quaesties: religieuze rituelen in conflict. Hilversum: Verloren, 2000.

Roon, van M. Goud, Zilver en Zijde: katholiek textiel in Nederland 1830-1965. PhD diss., Universiteit Leiden, 2010.

Verspaandonk, J.A.J.M. Het Hemels Prentenboek: devotie- en bidprentjes vanaf de 17e eeuw tot het begin van de 20e eeuw. Hilversum: Gooi en Sticht, 1975.

Wingens, M. “De Nederlandse Mariale bedevaart (ca. 1600-1800). Van een instrumentele naar een spirituele benadering van het heilige.” Trajecta 2, (1992): p. 168-86.

Online bronnen

Eijsden, van H. “Derde Mariaprocessie trekt weer meer processiegangers.” Weblog Zwolle, 15 augustus 2009. Geraadpleegd op 24-10-19. https://www.weblogzwolle.nl/nieuws/12963/derde-mariaprocessie-trekt-weer-meer-processiegangers.html.

Huygens ING. “Rooms-katholieke religieuze broederschappen in Nederland in de 19e eeuw.” Geraadpleegd op 15-10-19. http://resources.huygens.knaw.nl/broederschappen/gids/vereniging/3988775294.

Kevelaer Broederschap te Zwolle, geraadpleegd op 15-10-19. https://www.broederschap-kevelaer-zwolle-eo.nl/.

Margry, P.J. en C. Caspers. Een classificatie van bedevaartplaatsen in Nederland.” Meertens Instituut, geraadpleegd op 24-10-19. https://www.meertens.knaw.nl/bedevaart/bol/achtergrond_cultuur.

RTV Focus Zwolle. “Documentaire over de bedevaart naar Kevelaer.” RTV Focus TV Zwolle, 8 november 2017. Geraadpleegd op 15-10-19. https://www.rtvfocuszwolle.nl/documentaire-bedevaart-naar-kevelaer/amp/.

Trouw. “Katholieken mogen weer gezien worden in Zwolle.” Trouw, 10 augustus 2007. Geraadpleegd op 24-10-19. https://www.trouw.nl/nieuws/katholieken-mogen-weer-gezien-worden-in-zwolle~b28ea8d5/.

Afbeeldingen

Header: eigen foto.

Afb. 1: Kerkcollectie Digitaal, Museum Catharijne Convent.

Afb. 2: Gemaakt door Harry Plantinga. https://www.weblogzwolle.nl/nieuws/36346/bijzondere-processie-maria-ten-hemelopneming.html.

Afb. 3: Onbekend, copyrightvrij.

Afb. 4: Gemaakt door Harry Plantinga. https://www.weblogzwolle.nl/nieuws/36346/bijzondere-processie-maria-ten-hemelopneming.html.

Doopvont

foto: Armand de Satoor De Rootas

Het sacrament van de Doop (door onderdompeling of begieting) betekent binnengaan in de Christelijke gemeenschap, die Kerk genoemd wordt. Het doopwater wordt gewijd in de heilige
Paasnacht en in de vont gegoten. Om het doopwater schoon te houden is de vont afgesloten met een deksel. Daarop zijn de vier Paradijsstromen gegraveerd: ‘Eufphraat — Phison — Gehon — Tigris’.

Ontwerp doopvont: Friedrich Wilhelm Mengelberg 1871; uitvoering ontwerp vont: Pisa en deksel: Gerard Brom, Utrecht ‘ 1872. Bij de ingang van de basiliek bevinden zich ook
wijwaterbakken. Met wijwater bekruist de kerkganger zich, ten teken, dat hij/zij zich van het stof van het alledaagse leven ontdoet om Christus toegewijd te zijn.

Rooms Katholieke Schuilkerken in Zwolle in de 17e en 18e eeuw

Schuilkerken in Zwolle

Kerkelijk Zwolle in de 16e eeuw

In 1528 gaat de bestuursmacht van het Oversticht (Overijssel) over van de Bisschop van Utrecht op de Habsburgse landheer Karel V. In zijn functie als keizer van Duitsland voert hij een centralisatie politiek met de bedoeling alle gebiedsdelen van zijn rijk onder zijn direct beheer te krijgen. De misstanden in de Rooms Katholieke kerk zijn groot en de dageraad van de Reformatie aanstaande. De druk vanuit de centrale overheid zal leiden tot de Nederlandse Opstand en de keuze van het Protestants geloof voor de gebieden, die zich bij de opstand aansluiten; opstand tegen het centrale gezag en de keuze voor de Reformatie kunnen daarom nooit los van elkaar gezien worden.

Karel V wordt in 1555 als Heer der Nederlanden opgevolgd door zijn zoon Phillips II. In 1560 geeft de door hem aangestelde bisschop van Deventer het patronaatschap van de Zwolse Sint Michaëlkerk over aan de stad Zwolle. In 1567 zendt Philips II als koning van Spanje, de hertog van Alva naar het opstandig gebiedsdeel om orde op zaken te stellen. Een jaar later begint de Tachtigjarige Oorlog.

In 1580 sluit Zwolle zich bij de opstand aan en kiest het stadsbestuur voor de Reformatie. De bezittingen van de Sint Michaëlkerk en Onze Lieve Vrouwekerk vervallen allemaal aan de stad Zwolle. De monniken verlaten hun verblijven bij de Bethlehemkerk en de Broerenkerk.

Directe gevolgen van de veranderde situatie voor Katholiek Zwolle

Omdat de parochies zijn opgeheven, vormen zich langzamerhand hergroeperende Katholieke geloofsgemeenschappen die “Staties” genoemd worden. Priesters van deze Staties staan onder een aartspriester (deken). Zwolle wordt ingedeeld bij het aartspriesterschap Salland Drenthe. Slechts 20% van de Zwollenaren is rond 1600 nog katholiek. De eerste seculiere priesters, die zich in de veranderde situatie staande weten te houden hebben het niet gemakkelijk. Regelmatig worden zij opgepakt en worden ze veroordeeld tot hoge boetes en daarna uit Zwolle verbannen.

De paters van de orde van de Jezuïeten lukt het beter. In 1613 krijgt de Jezuïet Arnoldus Carthius een vast verblijf in het huis “De Drie Kranen” in de Diezerstraat (nu nr. 21) rechts van de Spiegelsteeg. Hier wordt de eerste Zwolse Schuilkerk gevestigd. De eerste vestiging van een Statie is zeker een succes, want heel snel is de Schuilkerk te klein voor de katholieke kerkgemeenschap. In 1630 wordt de Statie in de Diezerstraat opgedeeld in twee nieuwe Schuilkerken in het Hoornsteegje en in de Koestraat.

Het huis op de hoek met de Melkmarkt, gezien rechts van het Hoornsteegje (nu Melkmarkt nr. 6) is eigendom van de familie Van Sonsbeek. De naam van het huis is “Het Vergulde Gouden Hoorn”, kortweg “Het Hoorn”. De Hoornsteeg is naar de naam van dit huis vernoemd. In het achterhuis wordt de “Steegjeskerk” op de bovenverdieping gevestigd.

Rond de vestiging in de Koestraat ontstaan problemen van katholieke aard. In 1618 is n.l. Folkert Herkinge benoemd als (seculier) pastoor van Zwolle. Pas in 1622 vindt hij een vaste stee bij juffer Van Vilsteren in de Koestraat. Hier kan hij blijven tot 1636, wanneer juffer Van Vilsteren sterft. Ondanks het feit, dat het pand vermaakt is aan de seculiere geestelijkheid, wil de familie beslist dat het woonhuis door de Jezuïeten betrokken zal worden, omdat ook de Statie van de Jezuïeten in de Koestraat gevestigd is in het huis van Juffrouw van Haersolte. Het komt tot een langdurig proces, waarbij pastoor Herkinge verliest en dan uit het pand moet vertrekken. Hij trekt in bij de weduwe Sweersen in een pand in de Bitterstraat met een achteruitgang in de Nieuwstraat. De hoofdingang van het pand is onder een steunboog gelegen. Vandaar dat het pand naam draagt “Onder de Bogen”. Wanneer de weduwe in 1641 sterft, koopt de pastoor het pand van de erfgenamen.

In 1631 komt de oud-Zwollenaar Arnoldus Waeijer naar zijn geboortestad terug en wordt priester gewijd door Folkert Herkinge. In 1638 sticht Waeijer in de Spiegelsteeg een nieuwe Statie. In 1660 wordt hij officieel aangesteld als aartspriester van Salland en Drenthe. Hieraan wordt geen ruchtbaarheid gegeven. Dit blijkt onverstandig te zijn. In 1662 overlijdt Folkert Herkinge en menen opvolgers van hem, zoals Bernardus van Someren, dat hun de eer van aartspriesterschap toekomt. Dit leidt tot spanningen tussen de priesters van de vier Staties, voornamelijk tussen de 2 pastoors van de Spiegelsteeg, Waeijer, en de statie Onder de Bogen, Van Someren.

Het gebruik van de Zwolse Schuilkerken in de 17e eeuw

Tot 1672 wordt zeer streng erop toegezien, dat er geen katholieke eredienst of het toedienen van sacramenten plaatsvindt. De Schuilkerken zijn voor niet ingewijden vrijwel onvindbaar. In de huizen, waar schuilkerken gevestigd zijn, is de ruimte, waarin de mis wordt opgedragen, niet als zodanig herkenbaar. Na de mis worden het altaar, de miskelken, kandelaars en misgewaden direct opgeborgen in geheime kasten, die moeilijk te vinden zijn, omdat de doorgangen naar deze kasten volledig geheim zijn en kunstig zijn weggewerkt in het huisinterieur. Ook is het niet zo, dat het op zou vallen, dat katholieke Zwollenaren op sommige dagen wel heel veel bezoek krijgen. In aanpalende huizen zijn geheime (door)gangen aangebracht, zodat je volkomen ongezien in de Schuilkerk kunt komen.

Toch is het stadsbestuur in Zwolle er bijzonder opgesteld, om “paapse stoutheid” te ontdekken; nu niet zozeer, omdat het stadsbestuur Protestants is, maar eerder om de stevige boetes te incasseren en daarmee de gemeentekas te spekken.  Dat gebeurt dan ook regelmatig. Bij verdachte katholieken wordt regelmatig huisgehouden. De schade, die wordt aangericht is enorm; gevonden wordt er zelden iets.

In 1669 handelt pastoor Van Someren onverstandig. Hij wil de Statie Onder de Bogen omzetten als een echt katholiek kerkgebouw, 12 m. lang, 7,5 m. breed en 5 m. hoog. Bouwmaterialen worden aangesleept. Dit valt natuurlijk op. Het stadsbestuur grijpt in, hoge boetes werden uitgedeeld. In 1670 volgt de bepaling, dat katholieken niet meer naast elkaar mogen wonen. Hierdoor kunnen geheime (door)gangen niet meer gebruikt worden.

Op 17-03-1670 overlijdt Juffrouw van Haersolte in de Koestraat. De Schuilkerk, die in haar huis haar plaats had, verhuist hierdoor naar de woning van de heer Van der Straten eveneens aan de Koestraat vanuit de Koestraat gezien op de rechterhoek met de Praubstraat.

Een Katholiek intermezzo

1672 staat in onze vaderlandse geschiedenis beken als het “Rampjaar”, omdat ons land in oorlog komt met Engeland, Frankrijk en de Duitse Bisdommen Munster en Keulen. Zo wordt Zwolle kort na 11 juni bezet door bisschop Bernhard van Galen, beter bekend onder zijn bijnaam “Bommen Berend”. De Katholieke kerk wordt weer de heersende godsdienst. Pastoor Waeijer van de Spiegelsteeg en pastoor Van Someren van “Onder de Bogen” dragen weer de mis op in de St. Michaëlkerk; de Jezuïetenpaters van de Koestraat en het hoornsteegje krijgen de Bethlehemkerk tot hun beschikking. De protestante eredienst krijgt zijn plaats in de OLV Kerk (Basiliek), die al vanaf 1581 niet meer voor de eredienst gebruikt wordt. Dit intermezzo duurt maar drie jaar. Op 6-05-1674 preekt Arnoldus Waeijer voor het laatst in de Grote Kerk, omdat er vrede tussen ons land en de Bisschop van Munster gesloten is. De St. Michaëlkerk wordt weer Protestants; de andere kerken worden niet meer als godshuis gebruikt.

De tijd van gedogen van de Katholieke eredienst in de Schuilkerken

Toch heeft het katholiek intermezzo gevolgen gehad voor de positie van de katholieke misviering in de schuilkerken. Vanaf 1674 wordt de mis gedoogd. Dit is grotendeels te danken aan de houding van aartspriester Arnoldus Waeijer t.o.v. de Reformatie gedurende dit intermezzo. Zo gebeurt het nu wel, dat verbouwingen in de staties plaatsvinden. De Jezuïetenstatie in het Hoornsteegje wordt op last van pater P. Verdonck verbouwd. De kerkruimte, die op de bovenverdieping van het achterhuis zijn plek had krijgt nu zijn plaats op de benedenverdieping. Dit tot ongenoegen van de gelovigen. De nieuwe kerk is slecht geconstrueerd. Pater Verdonck laat daarop de vloer van de kerkruimte ophogen en laat de preekstoel aan de muur bevestigen. Dit heeft het nadeel, dat het preken en het zingen ook buiten te veel hoorbaar is.

In 1682 wordt Alardus Blockhoven pastoor van de Statie Onder de Bogen. Wat pastoor Van Someren in 1669 niet voor elkaar kreeg, lukt hem in 1691 wel: de kerkruimte van de statie wordt aanzienlijk vergroot en er wordt een sacristie ingericht.

De verhouding van de priesters van de seculiere Staties (Spiegelsteeg en Onder de Bogen) en de paters van de Jezuïeten Staties (Hoornsteegje en Koestraat) wordt er tegen het eind van de 17e eeuw niet beter op. Een leerstellig conflict licht hieraan ten grondslag. In 1702 wordt apostolisch vicaris Petrus Codde naar Rome ontboden om zich te verantwoorden. Hij wordt te licht bevonden en uit zijn functie ontheven. Dit heeft tot gevolg dat door de Staten van Holland alle Jezuïtische priesters uit de Republiek  verbannen worden. Omdat de conflictsituatie tussen pastoor Blockhoven en de Jezuïeten in Zwolle voor veel onrust gezorgd heeft, volgt Zwolle het Hollandse voorbeeld. Hierdoor verliest de Steegjeskerk haar geestelijke herders.

Officieel wordt in 1707 de Steegjeskerk een seculiere statie. Gedurende de 18e eeuw zijn er in Europa verschillende conflictsituaties tussen de Orde van de Jezuïeten en de overheid. Dikwijls gaat het om privésituaties van gezagsdragers, die niet op hun vingers gekeken willen worden. Uiteindelijk zal dit ertoe leiden, dat de Orde van de Jezuïeten in 1773 door de paus wordt opgeheven, al zij het voor een tijdelijke periode. De statie in de Koestraat blijft een statie van de orde van de Jezuïeten en blijft zelfstandig, ook na 1773. Pas in 1796 sterft de laatste Jezuïetenpriester.

De Franse tijd (1795-1813)

In 1795 krijgt ons land te maken met de gevolgen van de Franse Revolutie. Dit betekent, dat Stadhouder Willem V oversteekt naar Engeland en in Nederland de Bataafse Republiek wordt uitgeroepen. In 1796 wordt de wet aangenomen, dat alle voor godsdienst gebruikte gebouwen verdeeld moeten worden over de kerkgenootschappen. Dit is een papieren wet, die vrijwel nergens wordt toegepast. Om de uitvoering daadwerkelijk van de grond te krijgen hebben wij koning Lodewijk Napoleon nodig, die van 1806-1810 koning van Holland is. In 1809 zorgt hij ervoor dat de Onze Lieve Vrouwekerk weer voor de eucharistieviering gebruikt kan worden.

Twee van de vier staties zijn op dat moment zeer aan onderhoud toe. Dit zijn de Statie in de Spiegelsteeg en de statie in de Koestraat. Het kerkbestuur wil de statie in de Spiegelsteeg opheffen en samenvoegen met de statie Onder de Bogen. Dit gebeurt in 1809. In 1811 treft de statie in de Koestraat hetzelfde lot. De statie wordt toegevoegd aan de statie in het Hoornsteegje: de “Steegjeskerk”. Vanzelfsprekend zijn beide kerken te klein voor alle gelovigen, maar vanaf 1811 kan de Onze Lieve Vrouwekerk weer voor de eredienst gebruikt worden. Dit gebeurt om de week door de priester van de Steegjeskerk of de priester van de Statie Onder de Bogen.

Voorbereiding op de Onze Lieve Vrouweparochie en Michaëlparochie

Er ontstaat in 1846 een rivaliteit tussen pastoor Antonius Tempelman van Onder de Bogen en pastoor Henricus van Kessel van de Steegjeskerk. Beiden azen op de Onze Lieve Vrouwekerk. In het conflict trekt Tempelman aan het kortste eind. Zijn statie in de Nieuwstraat voldoet weliswaar niet aan de eisen die aan een kerk gesteld kunnen worden en is veel te klein, ook verkeert het gebouw in een slechte bouwkundige staat; voor de Steegjeskerk geldt dit evenzo.  Henricus van Kessel mag zich erop voorbereiden, dat hij de laatste pastoor van de Steegjeskerk is en de eerste vaste pastoor van de Onze Lieve Vrouwekerk, na de weer in gebruikneming van de kerk na 1811.

 Antonius Tempelman moet ervoor zorgen, dat er een nieuwe Michaëlkerk komt. Hij neemt contact op met architect Theo Molkenboer. Deze ontwerpt de z.g. Waterstaatskerk, een neoclassicistisch gebouw, gefinancierd in opdracht van de landelijke overheid door het Ministerie van Waterstaat. In 1848 wordt de statie van Onder de Bogen afgebroken en vervangen door deze nieuwe parochiekerk in de Nieuwstraat gewijd aan de Zwolse patroonheilige, de aartsengel Michaël.    

In 1848 vindt in ons land door het toedoen van de staatsman Johan Rudolph Thorbecke, geboren in Zwolle, een grondwetswijziging plaat, waardoor er een strikte scheiding komt tussen kerk en staat. De Rooms Katholieke kerk is hierdoor geen kerkgenootschap meer, dat gedoogd wordt, maar een geloof dat officieel wordt erkend. Hierdoor wordt in 1853 de bisschoppelijke hiërarchie weer in ons land hersteld en wordt door het Vaticaan in Utrecht een aartsbisschop aangesteld. Dit is Mgr. Johannes Zwijsen. Zwolle wordt opgedeeld in twee parochies. De Michaëlparochie ten noorden van het riviertje de Aa met Andreas Ignatius Schaepman (de latere aartsbisschop) als pastoor van de nieuwe Michaëlkerk en ten zuiden van de Aa de Onze Lieve Vrouweparochie met Henricus van Kessel als pastoor van de in 1811 weer in gebruik genomen Onze Lieve Vrouwekerk. Tijdens zijn pastoraat zal de Steegjeskerk worden ontmanteld in 1855 en bezittingen worden overgebracht naar de Onze Lieve Vrouwekerk; het gebouw, waarin de Steegjeskerk was gevestigd, wordt verkocht.

Gebruikte literatuur:

Mensen van mondig geloof: De lange geschiedenis van de Sint Michaëlparochie te Zwolle door
H.A. Stalknecht. – Eindredactie Annèt H.M. Bootsma -Van Hulten. – Zwolle, Waanders, 2007.

 In de gebruikte literatuur is er sprake van vijf Schuilkerken, waarbij de eerste Schuilkerk in zekere zin de opmaat was van beide Schuilkerken die door de Orde van de Jezuïeten werden gesticht. Vandaar, dat in de meeste publicaties over katholiek Zwolle in de 17e en 18e eeuw wordt uitgegaan van vier Schuilkerken of Staties.

1.Jezuïetenstatie in de Diezerstraat (1613 – 1630)

In 1613 krijgt de Jezuïet Arnoldus Carthius een vast verblijf in het huis “De Drie Kranen” in de Diezerstraat (nu nr. 21) tegenover de Spiegelsteeg. Hier wordt de eerste Zwolse Schuilkerk gevestigd. De eerste vestiging van een Statie is zeker een succes, want heel snel is de Schuilkerk te klein voor de katholieke kerkgemeenschap. In 1630 wordt de Statie in de Diezerstraat opgedeeld in twee nieuwe Schuilkerken in het Hoornsteegje en in de Koestraat.

2. Jezuïetenstatie in de Hoornsteeg (1630 – 1855)

Het huis op de hoek van de Melkmarkt (nu nr. 6) direct rechts van het Hoornsteegje is eigendom van de familie Van Sonsbeek. De naam van het huis is “Het Vergulde Gouden Hoorn”, kortweg “Het Hoorn”. Het Hoornsteegje is naar de naam van dit huis vernoemd.
In het achterhuis wordt de “Steegjeskerk” op de bovenverdieping gevestigd.
Na 1674 wordt de Jezuïetenstatie in het Hoornsteegje op last van pater P. Verdonck verbouwd. De kerkruimte, die op de bovenverdieping van het achterhuis zijn plek had krijgt nu zijn plaats op de benedenverdieping. Dit tot ongenoegen van de gelovigen. De nieuwe kerk is slecht geconstrueerd. Pater Verdonck laat daarop de vloer van de kerkruimte ophogen en laat de preekstoel aan de muur bevestigen. Dit heeft het nadeel, dat het preken en het zingen ook buiten te veel hoorbaar zijn.
Officieel wordt in 1707 de Steegjeskerk een seculiere statie.

3. Jezuïetenstatie in de Koestraat (1630 – 1811)

De statie in de Koestraat eerst in het huis van Juffrouw Van Haersholte en van af 1670 in het huis van de heer Van der Straten op de hoek van de Koestraat rechts van de Praubstraat, blijft een statie van de orde van de Jezuïeten. In 1796 sterft de laatste Jezuïetenpriester. In 1811 wordt de Statie in de Koestraat opgeheven en verhuizen de bezittingen naar de Steegjeskerk.

4. Seculiere Statie Onder de Bogen (1636 – 1848)

De Statie is gevestigd in een pand van de weduwe Sweersen in de Bitterstraat met achteringang in de Nieuwstraat. De hoofdingang van het pand is onder een steunboog gelegen. Vandaar dat het pand naam draagt “Onder de Bogen”. Wanneer de weduwe in 1641 sterft, koopt pastoor Folkert Herkinge het pand van de erfgenamen.
In 1669 handelt pastoor Van Someren onverstandig. Hij wil de Statie Onder de Bogen omzetten als een echt katholiek kerkgebouw, 12 m. lang, 7,5 m. breed en 5 m. hoog. Bouwmaterialen worden aangesleept. Dit valt natuurlijk op. Het stadsbestuur grijpt in, hoge boetes werden uitgedeeld. In 1670 volgt de bepaling, dat katholieken niet meer naast elkaar mogen wonen. Hierdoor kunnen geheime (door)gangen niet meer gebruikt worden.
In 1682 wordt Alardus Blockhoven pastoor van de Statie Onder de Bogen. Wat pastoor Van Someren in 1669 niet voor elkaar kreeg, lukt hem in 1691 wel: de kerkruimte van de statie wordt aanzienlijk vergroot en er wordt een sacristie ingericht. In 1848 wordt de statie van Onder de Bogen afgebroken en vervangen door deze nieuwe parochiekerk in de Nieuwstraat gewijd aan de Zwolse patroonheilige, de aartsengel Michaël.

5. Seculiere Statie in de Spiegelsteeg (1638 – 1809)

In 1631 komt de oud-Zwollenaar Arnoldus Waeijer naar zijn geboortestad terug en wordt priester gewijd door Folkert Herkinge. In 1638 sticht Waeijer in de Spiegelsteeg een nieuwe Statie. In 1660 wordt hij officieel aangesteld als aartspriester van Salland en Drenthe. Hieraan wordt geen ruchtbaarheid gegeven. Dit blijkt onverstandig te zijn. In 1662 overlijdt Folkert Herkinge en menen opvolgers van hem, zoals Bernardus van Someren, dat hun de eer van aartspriesterschap toekomt. Deze Statie wordt opgeheven in 1809 en samengevoegd met de Statie Onder de Bogen. Helaas is de exacte locatie van deze Statie niet vermeld in de gebruikte literatuur aangaande de periode van de staties.

Henk Bach juni 2019

Niet katholieke schuilkerken

In Zwolle waren ook niet katholieke schuilkerken. De bekendste zijn de Doopsgezinde Kerk in de Wolweverstraat en de Lutherse kerk in de Koestraat.

De Waalse kerk (Eglise Wallonne) kreeg een plek in de oude kapel St. Geertruide aan de Schoutenstraat in Zwolle. Die werd toegewezen door de gemeente. Dit betekent dan ook dat deze kerk geen schuilkerk genoemd kan worden.

                 Lutherse Kerk Zwolle 2019

Doopsgezinde kerk Zwolle 2019


kaart van Zwolle van Nicolaas ten Have uit 1648. Daarop zijn de ons bekende schuilkerken aangegeven

Henk Bach en Paulus ten Doeschate, juli 2019