Categoriearchief: Geen categorie

Gesamtkunstwerk – Neo-Gotiek

De neo-gotische renovatie

Een nieuwe tijd voor de kerk breekt aan met het pastoraat van Otto Anthonius Spitzen (1866-1889). Spitzen kan worden gezien als de katalysator voor vernieuwing wat betreft het interieur van en de muziek gespeeld in de kerk [1].

In de tweede helft van de negentiende eeuw groeide het aantal katholieken in Zwolle snel. Hierdoor werd de kerk te klein en was uitbreiding nodig. Voor de plannen voor uitbreiding werd de architect Hugo Schneider uit Aken ingeschakeld. In zijn ontwerpen waren zowel processiegangen aan beide kanten van het middenschip als ruimtes voor catechismus en koor-repetities inbegrepen. De verantwoordelijkheid voor het interieur werd grotendeels toebedeeld aan Friedrich Wilhelm Mengelberg (1837-1919) [2].


Friedrich Wilhelm Mengelberg was geboren in Keulen in 1837 in een protestantse familie waaronder vele kunstenaars. Toen Mengelberg 18 werd, werd hij katholiek. Hoewel hij vaak beschreven wordt as beeldhouwer, zag Mengelberg zichzelf vooral als een ‘bouwleider’. Zijn taak was er voor zorgen dat het gehele interieur van de kerk samen komt door zijn ontwerpen als één kunstwerk, een ‘Gesamtkunstwerk’. Het interieur moet dus niet gezien worden als een assemblage van stilistisch ongerelateerde objecten, maar als één geheel. De stijl van voorkeur was voor hem de neo-Gotische stijl [3]. Deze stijl verwijst doelbewust terug op de stijlelementen van de Gotische stijl. De opkomst van de neo-Gotische stijl wordt vaak gelinkt aan de verdieping van de religiositeit in de negentiende eeuw, versterkt door de Romantiek. [4] Bovendien worden er vaak verbanden gezien tussen de neo-Gotische stijl en de katholieke emancipatie van de negentiende eeuw [5]. In deze context kan de suggestie gewekt worden van een ideologische dimensie: terugverwijzen naar de hoogtijdagen van de katholieke traditie, the middeleeuwse Gotiek, geeft de impressie van een ononderbroken continuïteit wat betreft het katholieke geloof. Deze dimensie werd ook vaak benadrukt in de denkbeelden van het Sint Bernulphusgilde waarvan Mengelberg een lid was. Dit gilde werd opgericht in 1869 door Gerhard van Heukelum, met als doel de studie van christelijke kunst in het algemeen, en de canonieke nationale kunstwerken in het bijzonder, om diepe kennis over de ware principes van kerkelijke kunst te verkrijgen [6].

Volgens het St. Bernulphusgilde is de ‘ware’ kunst de christelijke kunst, en de tijd waarin het christendom en haar kunst floreerde, waren de Middeleeuwen. De Gotische stijl, op haar beurt, was gezien als het exclusieve ‘eigendom’ en de persoonlijke creatie van de Katholieke Kerk. De lijfspreuk van het gilde was ‘Verum, Pulchrum et Bonum’ (het Ware, het Schone en het Goede), wat weer gerelateerd is aan het gilde haar visie op kerkelijke kunst.

Mengelberg verenigde verschillende objecten tot één neo-Gotisch geheel. De meerderheid van de beeldhouwwerken werden gemaakt door Mengelberg zelf, maar andere taken zoals schilderijen en tegelwerk werden uitbesteed aan andere kunstenaars/vaklieden. Enkele nieuwe toevoegingen aan het interieur waren onder andere: vier neo-Gotische altaren, het ciborium in het koor, muur-sculpturen in het koor, een apostelbalk, een zilveren processiebeeld (gemaakt door Franz Xaver Hellner), gewelfschilderingen (door Jansen uit Zevenaar), tegels (door atelier J. Schillemans), koperwerk (door Gerard Brom en Pisa) en vier biechtstoelen.

BRONNEN:

Afbeeldingen:

  1. Hendrikman, A.J., H.J. Bach and G.A.M. Keilholtz (eds.). De Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle (sinds 1399): geschiedenis in vogelvlucht. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2002.
  2. Bach, Henk. and Tom Waterreus. Verum, Pulchrum et Bonum 1: De neogotiek en het interieur van de Onze Lieve Vrouwebasiliek te Zwolle. Zwolle: Parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming, 2000.
  3. Bach, Henk. and Tom Waterreus. Verum, Pulchrum et Bonum 1: De neogotiek en het interieur van de Onze Lieve Vrouwebasiliek te Zwolle. Zwolle: Parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming, 2000.
  4. Looijenga, Arjen. De Utrechtse School in de Neogotiek. De voorgeschiedenis van het Sint Bernulphusgilde. Leiden, 1991.
  5. Watkin, David. A History of Western Architecture. London: Laurence King Publishing, 2015.
  6. Looijenga, Arjen. De Utrechtse School in de Neogotiek. De voorgeschiedenis van het Sint Bernulphusgilde. Leiden, 1991.

Gesamtkunstwerk – Tijd van verval

Tijd van verval

Gedurende de zestiende eeuw ervaarde de OLV-basiliek een tijd van spanning en verval. In deze eeuw werd de leer van Maarten Luther (1483-1546) en Johannes Calvijn (1509-1564) steeds populairder in Zwolle. Dit had tot gevolg dat de omstandigheden waaronder katholieken bij elkaar kwamen steeds onzekerder werd. Uiteindelijk leidde dit in 1590 tot het verbod op de uitoefening van het katholieke geloof in het openbaar. De Onze-Lieve-Vrouwe-kapel werd ontruimd en functioneerde van 1590 tot 1809 niet meer als gebedshuis, wel werden er waarschijnlijk nog begrafenissen gehouden [1].

Hoewel het gebouw niet meer gebruikt werd als kerk, kan men in deze periode het gebouw zeker niet bestempelen als ‘onnuttig’. In de twee eeuwen dat de kerk niet in het bezit was van de katholieken, heeft het gebouw meerdere functies gehad.

In de zeventiende eeuw profiteerde men van de grote dimensies van de kerk door de kerk als militaire opslagplaats te gebruiken. In de kerk werd in deze tijd militaire voertuigen en uitrustingen gestald. Niet heel verrassend was dan ook dat de kerk in deze tijd flink beschadigd werd: het in- en uitgaan van voertuigen en dieren zorgde ervoor dat de vloer in de kerk met de daarin ingevoegde grafstenen ernstig versleet. Daarnaast waren er in 1612 ook nog poorten uitgehouwen in de muren van de dwarsbeuken, waarvan tot op de dag van vandaag nog sporen van zijn te vinden [2].

Van 1672 tot 1674 werd de kerk bezet door de gereformeerden. Gedurende deze twee jaar werd de kerk gedeeltelijk weer opgelapt om het geschikt te maken voor diensten, maar dit stopte toen de bezetting stopte in 1674 en de situatie weer teruggevoerd werd als daarvoor.

Andere niet-religieuze functies van deze kerk was dat als een schietbaan vanaf ongeveer 1743, toen Zwolle een garnizoensplaats was. De kerk bood in de winter bescherming tegen de kou en wind, wat het een gunstige locatie voor exercities maakte. Andere bestemmingen voor de kerk zijn een timmermanswerkplaats, een magazijn voor hooi en stro tijdens de Franse tijd, opvanghuis voor armen, een manege en zelfs koorddansers worden nog vermeld.

Zoals eerder genoemd, was de toestand nadat de kerk teruggegeven werd aan de katholiek door Lodewijk Napoleon (1809) miserabel. De vloeren lagen eruit en moesten weer gevuld worden met zand en bevloering, de muren zaten vol met gaten, alles moest weer gepleisterd worden, nieuwe ramen moesten worden aangebracht en het dak moest vernieuwd worden.

Afgezien van de nodige herstelwerkzaamheden moest het gebouw ook weer bekleed worden als een waardig gebedshuis. Het is dan ook in deze tijd (± eerste helft van de negentiende eeuw) dat de kerk haar sobere neo-classicistische interieur kreeg, met witgepleisterde muren en een neo-classicistische altaar.

BRONNEN:

Afbeeldingen:

  1. Hendrikman, A.J., H.J. Bach and G.A.M. Keilholtz (eds.). De Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle (sinds 1399): geschiedenis in vogelvlucht. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2002.
  2. Hendrikman, A.J., H.J. Bach and G.A.M. Keilholtz (eds.). De Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle (sinds 1399): geschiedenis in vogelvlucht. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2002.

Gesamtkunstwerk – ontstaan

Onstaan

De geschiedenis van de kerk begint rond het jaar 1393, wanneer de schepen Gerardus van Spoelde in zijn testament de wens laat neerschrijven om zijn huis aan de “Voersterstrate’ te schenken aan de kerk als een kapel voor de Heilige Maagd Maria. Een priester wordt geacht dagelijks gebeden op te dragen aan Maria voor de zielerust van Gerardus [1].

Na het overlijden van Van Spoelde verkoopt de kerk het huis en koopt van de opbrengst een stuk land van de proost van Deventer, ook wel het ‘Hof van Zwolle’ genoemd [2]. Hier begint in 1394 de constructie van een nieuwe kapel behorend tot de Sint-Michaëlskerk. De ontwerpen komen van Berend van Koblenz. Hoe de kapel er in haar beginjaren precies uit heeft gezien is helaas onzeker, wel moet de locatie ongeveer gelijk zijn aan het koor van de huidige kerk. De bouw van de kerk verliep in meerdere fasen:

  1. Fase 1 (compleet in 1417): Constructie van het koor, transepten en oostelijke travee
  2. Fase 2 (1452-1454): Middenschip werd uitgebreid met vier extra traveeën en twee steunberen.
  3. Fase 3 (1463-1481): Kerk werd uitgebreid met een klokkentoren tegen de westelijke muur van de kerk. Deze nam in de daaropvolgende eeuwen verschillende vormen aan.

Tijdens de tweede helft van de vijftiende eeuw werd aandacht besteed aan de decoratie van het kerkinterieur. In deze periode werden verschillende elementen toegevoegd, waaronder het orgel door Jacob van Bilsteyn, betegeling van de vloer, glas-in-lood-ramen en verschillende altaren, waarvan verschillende helaas tijdens de Reformatie verloren zijn. Een goede impressie van hoe de kerk er in de Middeleeuwen uit heeft moeten zien is gegeven door beeldend kunstenaar Bert Dijkink uit Zwolle (afbeelding links).

BRONNEN

Afbeeldingen:

  • Overzicht vloerplan Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming door de eeuwen heen. © André Roks, 2005.
  • Illustratie van de klokkentoren. © Bert Dijkink, 2010.
  • Impressie van het middeleeuwse kerk interieur. © Bert Dijkink, 2001.
  1. Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. Jaarboek Monumentenzorg 1996. Monumenten en bouwhistorie. Zwolle: Waanders Uitgevers/ Zeist: Rijksdienst voor de Monumentenzorg, 1996. https://www.dbnl.org/tekst/_jaa030199601_01/colofon.php
  2. Hendrikman, A.J., H.J. Bach and G.A.M. Keilholtz (eds.). De Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle (sinds 1399): geschiedenis in vogelvlucht. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2002.

Gesamtkunstwerk

GESAMTKUNSTWERK

Kerken nemen een bijzondere plek in binnen ons stedelijk landschap. Vaak worden ze beschreven als belichaming van iets dat de grenzen van het materiële overstijgt: een plek voor ontmoeting met God, een token voor de identiteit van een stad, een getuige van historische gebeurtenissen, enzovoort. Feit is dat een kerk als de Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming in Zwolle een materiële aanwezigheid heeft, die verandert niet alleen door processen gaande in de materialen zelf, maar ook door sociale of culturele veranderingen. Deze pagina beschrijft de vorm van de kerk als geheel door de eeuwen heen en de sociale en culturele veranderingen die daar mogelijk mee samenhangen.

Annabeth Naberman, 5 november 2021

Ontstaan

Tijd van verval

Neo-Gotiek

20e eeuw – heden

ALGEMEEN

De Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming is een kruisvormige, bakstenen kerk aan de Ossenmarkt in Zwolle. De kerk is 72 meter in lengte en 18 meter hoog (gemeten van vloer tot kruisgewelven). Aan de kerk vast zit een klokkentoren van ongeveer 75 meter hoog, in de volksmond ‘de Peperbus’ genoemd. Gedurende bijna de gehele geschiedenis van de kerk is het gebouw eigendom geweest van de Katholieke Kerk, afgezien van de twee eeuwen na de Reformatie. De toren, echter, is in het bezit van de gemeente Zwolle. Tegenwoordig is de kerk nog steeds in gebruik als kerk voor de katholieke gemeenschap in Zwolle en doordeweeks is de kerk open voor bezichtiging.

MEER LEZEN

Over de verschillende objecten die samen het neogotische interieur vormen:

  • Bach, Henk. and Tom Waterreus. Verum, Pulchrum et Bonum 1: De neogotiek en het interieur van de Onze Lieve Vrouwebasiliek te Zwolle. Zwolle: Parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming, 2000.

Uitgebreide beschrijving van de geschiedenis van de kerk:

  • Hendrikman, A.J., H.J. Bach and G.A.M. Keilholtz (eds.). De Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle (sinds 1399): geschiedenis in vogelvlucht. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2002.

Over de neogotische stijl en het Sint Bernulphusgilde:

  • Looijenga, Arjen. De Utrechtse School in de Neogotiek. De voorgeschiedenis van het Sint Bernulphusgilde. Leiden, 1991.

Voor een overzicht van de neogotische stijl in andere Westerse landen en architecturale ontwikkelingen in de negentiende eeuw in het algemeen:

  • Watkin, David. A History of Western Architecture. London: Laurence King Publishing, 2015.

Lampas – herkomst

Herkomst

Het logo heeft aan drie muren gehangen: tweemaal in locaties van De Weezenlanden, en nu boven een deur in de Onze Lieve Vrouwe-basiliek. 

DE WEEZENLANDEN: AAN DE WAND EN OP DE SPELDEN

14 december 1985: de onthulling van het logo op zijn originele locatie, in de entreehal van het ziekenhuis tegenover de ingang. Mevrouw Hemels, bestuurssecretaris, trekt het gordijn weg [1]. Op deze plek kwam iedereen die het ziekenhuis binnenkwam er voorbij; voor de bezoeker werd het logo zo verbonden met het ziekenhuis, en daarmee ook aan de Christelijke waarden die aan het logo verbonden zijn (zie hiervoor de pagina ‘symboliek’)

De rode cirkel geeft de tweede locatie aan (foto is genomen voor het logo werd opgehangen) na een verhuizing van het ziekenhuis. De deur er links van is het kantoor van de directeur; de rode rechthoek is de ingang. Deze locatie is wellicht minder prominent dan de eerste, maar door de plaatsing in de wachtruimte werd het er niet minder vaak gezien. 

Het logo was echter niet alleen een wandversiering; het ontwerp ging dit object voor (zie de pagina ‘beschrijving’), en was ook te zien op bijvoorbeeld het servies en interne correspondentie. De eerste keer dat het werd afgebeeld was op de leerlingspelden van de verpleegsters, in gebruik van 1883 tot en met 1997 [2]. Bij de diplomauitreiking kreeg personeel een speld met daarop hun functie, maar tussen het afronden van de eerste training en het afstuderen droegen verpleegsters-in-opleiding een speld met het logo.

De linkerspeld (blauw) was in gebruik van 1947-1970; de rechter van 1970-1977. De blauwe speld was van keramiek met een metalen bevestiging op de achterkant, maar deze combinatie was niet zo stevig, en brak vaak af. 

De spelden waren nodig om naar patiënten te communiceren met wie ze te maken hadden; toen ze voor het eerst in gebruik genomen werden werkten er veel ongeschoolde werk(st)ers in het ziekenhuis, en het was belangrijk dat gediplomeerd personeel, of personeel in opleiding, als zodanig herkenbaar was. Vanaf 1977 werden ze overbodig omdat er toen zo vaak professionals van andere locaties in het ziekenhuis kwamen werken dat ze geen nut meer hadden voor de identificatie van zorgpersoneel.

HET ZIEKENHUIS: VAN KLOOSTER TOT MODERN MEDISCH CENTRUM

Het Rooms-Katholiek Ziekenhuis De Weezenlanden bestaat echter niet meer. In 1998 is het samengegaan met het Protestantse Sophia-Ziekenhuis tot het huidige Isala Ziekenhuis (vernoemd naar de IJssel die vlak langs Zwolle stroomt). Dit ziekenhuis heeft zich afgescheiden van de Christelijke instituten die eraan vooraf gingen, dus toen de locaties van De Weezenlanden gesloopt werden om plaats te maken voor nieuwbouw in 2015 zou het logo op de schroothoop belanden. De koster van de Onze Lieve Vrouwe-basiliek en de voorzitter van de kunst- en cultuurcommissie hoorden hiervan en vonden het zonde; zij zijn met het logo onder de arm naar buiten gelopen om het te redden. Twee verpleegsters die dit zagen gebeuren vroegen de heren wat zij daar wel niet mee van plan waren; toen verteld werd dat het een nieuwe plek zou krijgen in de basiliek mochten de heren doorlopen [3]. 

Dezelfde heren hebben er vervolgens voor gekozen om het logo op de huidige locatie te hangen: onder een decoratieve boog boven de deur naar de Ceciliazaal (zie afbeelding hieronder) onder het orgelbalkon. Deze plek is weloverwogen, praktisch, en toevalligerwijs poëtisch. Ten eerste is het een praktische locatie omdat het voorwerp daar simpelweg past, maar daarnaast is de plek ook gepast. Het moest aan een muur bevestigd worden; daar was het voor gemaakt en had niet anders gekund. Er was plek genoeg geweest in het schip van de kerk, maar dat was te prominent geweest en had een connectie tussen het ziekenhuis en de kerk gesuggereerd. (De zusters uit het klooster, die vroeger voor de zieken zorgden, gingen daar naar de kerk, maar dat was het ook wel [4]). De Peperbustoren is eigendom van de gemeente, en die wilde geen toestemming geven om in de muren te boren. Onder het orgelbalkon, in de ruimte boven een deur, was het goed zichtbaar zonder zich een plek toe te eigenen die niet gepast zou zijn.

De rode cirkel geeft de huidige locatie van het logo weer. Het vierkant met dikke muren onderin is de Peperbustoren; de ruimtes links-onderin zijn er later bij gebouwd.

In de hoeken van de foto zijn de versieringen in de boog te zien. Hoewel het volgens de koster geen factor in zijn beslissing is geweest, was het hem niet ontgaan dat hiermee verwezen wordt naar de congregatie van de Zusters onder de Bogen uit Maastricht. Aan het eind van de negentiende eeuw doneerde Zuster Margaretha, die bij die congregatie hoorde, haar ouderlijk huis aan het Gasthuisplein in Zwolle aan de kerk om er een ziekenhuis van te maken. Het duurde een paar jaar voor haar wens kon worden uitgevoerd, maar in 1897 was het zover [4]. 

Dit ziekenhuis, dat in eerste instantie gerund werd door de nonnen, groeide verder en verder totdat uiteindelijk, in 1963, de naam veranderd werd naar RK Ziekenhuis De Weezenlanden. 22 jaar later werd het logo onthuld aan het publiek, en nog eens dertig jaar later, in 2015, werd het verplaatst naar de basiliek.

Bronnen

Afbeelding eerste locatie: uit interne nieuwsbrief De Weezenlanden, december 1985. Kopie op aanvraag.

Afbeelding tweede locatie: gereproduceerd met toestemming van M. Van der Vegte, de vrouw van de koster en voormalig verpleegkundige.

Leerlingenspelden: Zwolle in Beeld. ‘Insignes’. Bezocht op 12 oktober 2021. https://www.zwolleinbeeld.nl/index.php/589-foto-s-van-zwolle/zorg-rk-de-weezenlanden-insignes/525-zorg-rk-ziekenhuis-de-weezenlanden-insignes.

Plattegrond kerk: André Roks. Ontwikkeling O.L. Vrouwe ten Hemelopneming. Digital illustration (adapted). Reliwiki. 2005. https://reliwiki.nl/images/7/7b/05081920_Zwolle_Onze_Lieve_Vrouwebasiliek_geschiedenis.jpg

Logo: database Catharijneconvent, bezocht op 12 oktober 2021.

  1. Interne nieuwsbrief De Weezenlanden, december 1985. Kopie op aanvraag.
  2. Zwolle in Beeld. ‘Insignes’. Bezocht op 12 oktober 2021. https://www.zwolleinbeeld.nl/index.php/589-foto-s-van-zwolle/zorg-rk-de-weezenlanden-insignes/525-zorg-rk-ziekenhuis-de-weezenlanden-insignes.
  3. Tijdens de presentatieavond in de Onze Lieve Vrouwe-basiliek van 28 oktober 2021 vertelde een bezoeker mij deze anekdote. De heren in kwestie stonden erbij en beaamden dat het de twee verpleegsters ernst was dat het niet zomaar ergens zou belanden.
  4. Zwolle in Beeld. ‘RK Ziekenhuis De Weezenlanden’. Bezocht op 12 oktober 2021. https://www.zwolleinbeeld.nl/index.php/267-foto-s-van-zwolle/zorg-rk-de-weezenlanden/161-zorg-rk-ziekenhuis-de-weezenlanden.

Lampas Charitatis

Lampas Charitatis

Soms staat een bijzondere groep mensen te kijken naar de ruimte boven een deur in een Zwolse basiliek: (voormalige) patiënten en verpleegsters. Boven de deur naar de Ceciliazaal in de Onze Lieve Vrouwe-basiliek, onder een versierde boog, hangt een koperen ziekenhuislogo dat gered is van de schroothoop door de koster van de basiliek en de voorzitter van het kunst- en cultuurcomité. Was het ziekenhuis dan verbonden aan de basiliek? Nee, niet in een institutionele zin. Om te begrijpen hoe het logo daar beland is, en waarom, moet er gekeken worden naar de christelijke symboliek, de lokale geschiedenis van het ziekenhuis, en naar de ervaringen van de mensen die ermee in aanraking gekomen zijn.

Nadia Guntlisbergen, 5 november 2021

Het moge duidelijk zijn dat degenen die het logo nog in het ziekenhuis hebben zien hangen het met die instelling associëren. Voor degenen die de basiliek bezoeken zonder deze voorkennis zal het echter een andere betekenis hebben. Wellicht herkennen zij de Christelijke symboliek, kennen ze genoeg Latijn om de tekst te begrijpen, of misschien zullen zij alleen naar de esthetische kant kijken. Naarmate de tijd verstrijkt zal de verbinding tussen het voormalig RK Ziekenhuis De Weezenlanden en dit logo steeds minder worden, maar het zal altijd blijven refereren aan de brandende vlam van Christelijke naastenliefde die de medewerkers van het ziekenhuis altijd gedreven heeft om hun werk te doen. 

Het moge duidelijk zijn dat degenen die het logo nog in het ziekenhuis hebben zien hangen het met die instelling associëren. Voor degenen die de basiliek bezoeken zonder deze voorkennis zal het echter een andere betekenis hebben. Wellicht herkennen zij de Christelijke symboliek, kennen ze genoeg Latijn om de tekst te begrijpen, of misschien zullen zij alleen naar de esthetische kant kijken. Naarmate de tijd verstrijkt zal de verbinding tussen het voormalig RK Ziekenhuis De Weezenlanden en dit logo steeds minder worden, maar het zal altijd blijven refereren aan de brandende vlam van Christelijke naastenliefde die de medewerkers van het ziekenhuis altijd gedreven heeft om hun werk te doen.

Bronnen

Over de frase ‘lampas charitatis’: Klooster, A., A. Smeets, and P.B. Smits. Willibrord Door de Eeuwen: Botsende Culturen En Wisselende Perspectieven Op de Apostel van de Lage Landen. Abdij Van Berne, 2018. https://books.google.nl/books?id=fa8zEAAAQBAJ.

Een olielamp met hetzelfde monogram als het logo: Lamp met Chi-Rho Monogram, vierde tot zevende eeuw, terracotta, H. 2.8 × W. 5.3 × H. 9 cm (1 1/8 × 2 1/16 × 3 9/16 in.), 1932.56.77, Harvard Art Museums, https://hvrd.art/o/291909.

Een ander Zwols kunstwerk dat een nieuwe plek heeft gekregen: Zwolle in Beeld. ‘Barmhartige Samaritaan’. Accessed 12 October 2021. https://www.zwolleinbeeld.nl/index.php/591-foto-s-van-zwolle/zorg-rk-de-weezenlanden-barmhartige-samaritaan/528-zorg-rk-ziekenhuis-de-weezenlanden-barmhartige-samaritaan.

Een kunstwerk op de plek waar het klooster stond: Zwolle in Beeld. ‘Ode aan de Poorten’. Accessed 12 October 2021. https://www.zwolleinbeeld.nl/index.php/734-foto-s-van-zwolle/straten-en-pleinen-gasthuisplein-kunstwerk-ode-aan-de-poorten/710-straten-en-pleinen-gasthuisplein-kunstwerk-ode-aan-de-poorten.

Rooms Katholieke Schuilkerken in Zwolle in de 17e en 18e eeuw

Schuilkerken in Zwolle

Kerkelijk Zwolle in de 16e eeuw

In 1528 gaat de bestuursmacht van het Oversticht (Overijssel) over van de Bisschop van Utrecht op de Habsburgse landheer Karel V. In zijn functie als keizer van Duitsland voert hij een centralisatie politiek met de bedoeling alle gebiedsdelen van zijn rijk onder zijn direct beheer te krijgen. De misstanden in de Rooms Katholieke kerk zijn groot en de dageraad van de Reformatie aanstaande. De druk vanuit de centrale overheid zal leiden tot de Nederlandse Opstand en de keuze van het Protestants geloof voor de gebieden, die zich bij de opstand aansluiten; opstand tegen het centrale gezag en de keuze voor de Reformatie kunnen daarom nooit los van elkaar gezien worden.

Karel V wordt in 1555 als Heer der Nederlanden opgevolgd door zijn zoon Phillips II. In 1560 geeft de door hem aangestelde bisschop van Deventer het patronaatschap van de Zwolse Sint Michaëlkerk over aan de stad Zwolle. In 1567 zendt Philips II als koning van Spanje, de hertog van Alva naar het opstandig gebiedsdeel om orde op zaken te stellen. Een jaar later begint de Tachtigjarige Oorlog.

In 1580 sluit Zwolle zich bij de opstand aan en kiest het stadsbestuur voor de Reformatie. De bezittingen van de Sint Michaëlkerk en Onze Lieve Vrouwekerk vervallen allemaal aan de stad Zwolle. De monniken verlaten hun verblijven bij de Bethlehemkerk en de Broerenkerk.

Directe gevolgen van de veranderde situatie voor Katholiek Zwolle

Omdat de parochies zijn opgeheven, vormen zich langzamerhand hergroeperende Katholieke geloofsgemeenschappen die “Staties” genoemd worden. Priesters van deze Staties staan onder een aartspriester (deken). Zwolle wordt ingedeeld bij het aartspriesterschap Salland Drenthe. Slechts 20% van de Zwollenaren is rond 1600 nog katholiek. De eerste seculiere priesters, die zich in de veranderde situatie staande weten te houden hebben het niet gemakkelijk. Regelmatig worden zij opgepakt en worden ze veroordeeld tot hoge boetes en daarna uit Zwolle verbannen.

De paters van de orde van de Jezuïeten lukt het beter. In 1613 krijgt de Jezuïet Arnoldus Carthius een vast verblijf in het huis “De Drie Kranen” in de Diezerstraat (nu nr. 21) rechts van de Spiegelsteeg. Hier wordt de eerste Zwolse Schuilkerk gevestigd. De eerste vestiging van een Statie is zeker een succes, want heel snel is de Schuilkerk te klein voor de katholieke kerkgemeenschap. In 1630 wordt de Statie in de Diezerstraat opgedeeld in twee nieuwe Schuilkerken in het Hoornsteegje en in de Koestraat.

Het huis op de hoek met de Melkmarkt, gezien rechts van het Hoornsteegje (nu Melkmarkt nr. 6) is eigendom van de familie Van Sonsbeek. De naam van het huis is “Het Vergulde Gouden Hoorn”, kortweg “Het Hoorn”. De Hoornsteeg is naar de naam van dit huis vernoemd. In het achterhuis wordt de “Steegjeskerk” op de bovenverdieping gevestigd.

Rond de vestiging in de Koestraat ontstaan problemen van katholieke aard. In 1618 is n.l. Folkert Herkinge benoemd als (seculier) pastoor van Zwolle. Pas in 1622 vindt hij een vaste stee bij juffer Van Vilsteren in de Koestraat. Hier kan hij blijven tot 1636, wanneer juffer Van Vilsteren sterft. Ondanks het feit, dat het pand vermaakt is aan de seculiere geestelijkheid, wil de familie beslist dat het woonhuis door de Jezuïeten betrokken zal worden, omdat ook de Statie van de Jezuïeten in de Koestraat gevestigd is in het huis van Juffrouw van Haersolte. Het komt tot een langdurig proces, waarbij pastoor Herkinge verliest en dan uit het pand moet vertrekken. Hij trekt in bij de weduwe Sweersen in een pand in de Bitterstraat met een achteruitgang in de Nieuwstraat. De hoofdingang van het pand is onder een steunboog gelegen. Vandaar dat het pand naam draagt “Onder de Bogen”. Wanneer de weduwe in 1641 sterft, koopt de pastoor het pand van de erfgenamen.

In 1631 komt de oud-Zwollenaar Arnoldus Waeijer naar zijn geboortestad terug en wordt priester gewijd door Folkert Herkinge. In 1638 sticht Waeijer in de Spiegelsteeg een nieuwe Statie. In 1660 wordt hij officieel aangesteld als aartspriester van Salland en Drenthe. Hieraan wordt geen ruchtbaarheid gegeven. Dit blijkt onverstandig te zijn. In 1662 overlijdt Folkert Herkinge en menen opvolgers van hem, zoals Bernardus van Someren, dat hun de eer van aartspriesterschap toekomt. Dit leidt tot spanningen tussen de priesters van de vier Staties, voornamelijk tussen de 2 pastoors van de Spiegelsteeg, Waeijer, en de statie Onder de Bogen, Van Someren.

Het gebruik van de Zwolse Schuilkerken in de 17e eeuw

Tot 1672 wordt zeer streng erop toegezien, dat er geen katholieke eredienst of het toedienen van sacramenten plaatsvindt. De Schuilkerken zijn voor niet ingewijden vrijwel onvindbaar. In de huizen, waar schuilkerken gevestigd zijn, is de ruimte, waarin de mis wordt opgedragen, niet als zodanig herkenbaar. Na de mis worden het altaar, de miskelken, kandelaars en misgewaden direct opgeborgen in geheime kasten, die moeilijk te vinden zijn, omdat de doorgangen naar deze kasten volledig geheim zijn en kunstig zijn weggewerkt in het huisinterieur. Ook is het niet zo, dat het op zou vallen, dat katholieke Zwollenaren op sommige dagen wel heel veel bezoek krijgen. In aanpalende huizen zijn geheime (door)gangen aangebracht, zodat je volkomen ongezien in de Schuilkerk kunt komen.

Toch is het stadsbestuur in Zwolle er bijzonder opgesteld, om “paapse stoutheid” te ontdekken; nu niet zozeer, omdat het stadsbestuur Protestants is, maar eerder om de stevige boetes te incasseren en daarmee de gemeentekas te spekken.  Dat gebeurt dan ook regelmatig. Bij verdachte katholieken wordt regelmatig huisgehouden. De schade, die wordt aangericht is enorm; gevonden wordt er zelden iets.

In 1669 handelt pastoor Van Someren onverstandig. Hij wil de Statie Onder de Bogen omzetten als een echt katholiek kerkgebouw, 12 m. lang, 7,5 m. breed en 5 m. hoog. Bouwmaterialen worden aangesleept. Dit valt natuurlijk op. Het stadsbestuur grijpt in, hoge boetes werden uitgedeeld. In 1670 volgt de bepaling, dat katholieken niet meer naast elkaar mogen wonen. Hierdoor kunnen geheime (door)gangen niet meer gebruikt worden.

Op 17-03-1670 overlijdt Juffrouw van Haersolte in de Koestraat. De Schuilkerk, die in haar huis haar plaats had, verhuist hierdoor naar de woning van de heer Van der Straten eveneens aan de Koestraat vanuit de Koestraat gezien op de rechterhoek met de Praubstraat.

Een Katholiek intermezzo

1672 staat in onze vaderlandse geschiedenis beken als het “Rampjaar”, omdat ons land in oorlog komt met Engeland, Frankrijk en de Duitse Bisdommen Munster en Keulen. Zo wordt Zwolle kort na 11 juni bezet door bisschop Bernhard van Galen, beter bekend onder zijn bijnaam “Bommen Berend”. De Katholieke kerk wordt weer de heersende godsdienst. Pastoor Waeijer van de Spiegelsteeg en pastoor Van Someren van “Onder de Bogen” dragen weer de mis op in de St. Michaëlkerk; de Jezuïetenpaters van de Koestraat en het hoornsteegje krijgen de Bethlehemkerk tot hun beschikking. De protestante eredienst krijgt zijn plaats in de OLV Kerk (Basiliek), die al vanaf 1581 niet meer voor de eredienst gebruikt wordt. Dit intermezzo duurt maar drie jaar. Op 6-05-1674 preekt Arnoldus Waeijer voor het laatst in de Grote Kerk, omdat er vrede tussen ons land en de Bisschop van Munster gesloten is. De St. Michaëlkerk wordt weer Protestants; de andere kerken worden niet meer als godshuis gebruikt.

De tijd van gedogen van de Katholieke eredienst in de Schuilkerken

Toch heeft het katholiek intermezzo gevolgen gehad voor de positie van de katholieke misviering in de schuilkerken. Vanaf 1674 wordt de mis gedoogd. Dit is grotendeels te danken aan de houding van aartspriester Arnoldus Waeijer t.o.v. de Reformatie gedurende dit intermezzo. Zo gebeurt het nu wel, dat verbouwingen in de staties plaatsvinden. De Jezuïetenstatie in het Hoornsteegje wordt op last van pater P. Verdonck verbouwd. De kerkruimte, die op de bovenverdieping van het achterhuis zijn plek had krijgt nu zijn plaats op de benedenverdieping. Dit tot ongenoegen van de gelovigen. De nieuwe kerk is slecht geconstrueerd. Pater Verdonck laat daarop de vloer van de kerkruimte ophogen en laat de preekstoel aan de muur bevestigen. Dit heeft het nadeel, dat het preken en het zingen ook buiten te veel hoorbaar is.

In 1682 wordt Alardus Blockhoven pastoor van de Statie Onder de Bogen. Wat pastoor Van Someren in 1669 niet voor elkaar kreeg, lukt hem in 1691 wel: de kerkruimte van de statie wordt aanzienlijk vergroot en er wordt een sacristie ingericht.

De verhouding van de priesters van de seculiere Staties (Spiegelsteeg en Onder de Bogen) en de paters van de Jezuïeten Staties (Hoornsteegje en Koestraat) wordt er tegen het eind van de 17e eeuw niet beter op. Een leerstellig conflict licht hieraan ten grondslag. In 1702 wordt apostolisch vicaris Petrus Codde naar Rome ontboden om zich te verantwoorden. Hij wordt te licht bevonden en uit zijn functie ontheven. Dit heeft tot gevolg dat door de Staten van Holland alle Jezuïtische priesters uit de Republiek  verbannen worden. Omdat de conflictsituatie tussen pastoor Blockhoven en de Jezuïeten in Zwolle voor veel onrust gezorgd heeft, volgt Zwolle het Hollandse voorbeeld. Hierdoor verliest de Steegjeskerk haar geestelijke herders.

Officieel wordt in 1707 de Steegjeskerk een seculiere statie. Gedurende de 18e eeuw zijn er in Europa verschillende conflictsituaties tussen de Orde van de Jezuïeten en de overheid. Dikwijls gaat het om privésituaties van gezagsdragers, die niet op hun vingers gekeken willen worden. Uiteindelijk zal dit ertoe leiden, dat de Orde van de Jezuïeten in 1773 door de paus wordt opgeheven, al zij het voor een tijdelijke periode. De statie in de Koestraat blijft een statie van de orde van de Jezuïeten en blijft zelfstandig, ook na 1773. Pas in 1796 sterft de laatste Jezuïetenpriester.

De Franse tijd (1795-1813)

In 1795 krijgt ons land te maken met de gevolgen van de Franse Revolutie. Dit betekent, dat Stadhouder Willem V oversteekt naar Engeland en in Nederland de Bataafse Republiek wordt uitgeroepen. In 1796 wordt de wet aangenomen, dat alle voor godsdienst gebruikte gebouwen verdeeld moeten worden over de kerkgenootschappen. Dit is een papieren wet, die vrijwel nergens wordt toegepast. Om de uitvoering daadwerkelijk van de grond te krijgen hebben wij koning Lodewijk Napoleon nodig, die van 1806-1810 koning van Holland is. In 1809 zorgt hij ervoor dat de Onze Lieve Vrouwekerk weer voor de eucharistieviering gebruikt kan worden.

Twee van de vier staties zijn op dat moment zeer aan onderhoud toe. Dit zijn de Statie in de Spiegelsteeg en de statie in de Koestraat. Het kerkbestuur wil de statie in de Spiegelsteeg opheffen en samenvoegen met de statie Onder de Bogen. Dit gebeurt in 1809. In 1811 treft de statie in de Koestraat hetzelfde lot. De statie wordt toegevoegd aan de statie in het Hoornsteegje: de “Steegjeskerk”. Vanzelfsprekend zijn beide kerken te klein voor alle gelovigen, maar vanaf 1811 kan de Onze Lieve Vrouwekerk weer voor de eredienst gebruikt worden. Dit gebeurt om de week door de priester van de Steegjeskerk of de priester van de Statie Onder de Bogen.

Voorbereiding op de Onze Lieve Vrouweparochie en Michaëlparochie

Er ontstaat in 1846 een rivaliteit tussen pastoor Antonius Tempelman van Onder de Bogen en pastoor Henricus van Kessel van de Steegjeskerk. Beiden azen op de Onze Lieve Vrouwekerk. In het conflict trekt Tempelman aan het kortste eind. Zijn statie in de Nieuwstraat voldoet weliswaar niet aan de eisen die aan een kerk gesteld kunnen worden en is veel te klein, ook verkeert het gebouw in een slechte bouwkundige staat; voor de Steegjeskerk geldt dit evenzo.  Henricus van Kessel mag zich erop voorbereiden, dat hij de laatste pastoor van de Steegjeskerk is en de eerste vaste pastoor van de Onze Lieve Vrouwekerk, na de weer in gebruikneming van de kerk na 1811.

 Antonius Tempelman moet ervoor zorgen, dat er een nieuwe Michaëlkerk komt. Hij neemt contact op met architect Theo Molkenboer. Deze ontwerpt de z.g. Waterstaatskerk, een neoclassicistisch gebouw, gefinancierd in opdracht van de landelijke overheid door het Ministerie van Waterstaat. In 1848 wordt de statie van Onder de Bogen afgebroken en vervangen door deze nieuwe parochiekerk in de Nieuwstraat gewijd aan de Zwolse patroonheilige, de aartsengel Michaël.    

In 1848 vindt in ons land door het toedoen van de staatsman Johan Rudolph Thorbecke, geboren in Zwolle, een grondwetswijziging plaat, waardoor er een strikte scheiding komt tussen kerk en staat. De Rooms Katholieke kerk is hierdoor geen kerkgenootschap meer, dat gedoogd wordt, maar een geloof dat officieel wordt erkend. Hierdoor wordt in 1853 de bisschoppelijke hiërarchie weer in ons land hersteld en wordt door het Vaticaan in Utrecht een aartsbisschop aangesteld. Dit is Mgr. Johannes Zwijsen. Zwolle wordt opgedeeld in twee parochies. De Michaëlparochie ten noorden van het riviertje de Aa met Andreas Ignatius Schaepman (de latere aartsbisschop) als pastoor van de nieuwe Michaëlkerk en ten zuiden van de Aa de Onze Lieve Vrouweparochie met Henricus van Kessel als pastoor van de in 1811 weer in gebruik genomen Onze Lieve Vrouwekerk. Tijdens zijn pastoraat zal de Steegjeskerk worden ontmanteld in 1855 en bezittingen worden overgebracht naar de Onze Lieve Vrouwekerk; het gebouw, waarin de Steegjeskerk was gevestigd, wordt verkocht.

Gebruikte literatuur:

Mensen van mondig geloof: De lange geschiedenis van de Sint Michaëlparochie te Zwolle door
H.A. Stalknecht. – Eindredactie Annèt H.M. Bootsma -Van Hulten. – Zwolle, Waanders, 2007.

 In de gebruikte literatuur is er sprake van vijf Schuilkerken, waarbij de eerste Schuilkerk in zekere zin de opmaat was van beide Schuilkerken die door de Orde van de Jezuïeten werden gesticht. Vandaar, dat in de meeste publicaties over katholiek Zwolle in de 17e en 18e eeuw wordt uitgegaan van vier Schuilkerken of Staties.

1.Jezuïetenstatie in de Diezerstraat (1613 – 1630)

In 1613 krijgt de Jezuïet Arnoldus Carthius een vast verblijf in het huis “De Drie Kranen” in de Diezerstraat (nu nr. 21) tegenover de Spiegelsteeg. Hier wordt de eerste Zwolse Schuilkerk gevestigd. De eerste vestiging van een Statie is zeker een succes, want heel snel is de Schuilkerk te klein voor de katholieke kerkgemeenschap. In 1630 wordt de Statie in de Diezerstraat opgedeeld in twee nieuwe Schuilkerken in het Hoornsteegje en in de Koestraat.

2. Jezuïetenstatie in de Hoornsteeg (1630 – 1855)

Het huis op de hoek van de Melkmarkt (nu nr. 6) direct rechts van het Hoornsteegje is eigendom van de familie Van Sonsbeek. De naam van het huis is “Het Vergulde Gouden Hoorn”, kortweg “Het Hoorn”. Het Hoornsteegje is naar de naam van dit huis vernoemd.
In het achterhuis wordt de “Steegjeskerk” op de bovenverdieping gevestigd.
Na 1674 wordt de Jezuïetenstatie in het Hoornsteegje op last van pater P. Verdonck verbouwd. De kerkruimte, die op de bovenverdieping van het achterhuis zijn plek had krijgt nu zijn plaats op de benedenverdieping. Dit tot ongenoegen van de gelovigen. De nieuwe kerk is slecht geconstrueerd. Pater Verdonck laat daarop de vloer van de kerkruimte ophogen en laat de preekstoel aan de muur bevestigen. Dit heeft het nadeel, dat het preken en het zingen ook buiten te veel hoorbaar zijn.
Officieel wordt in 1707 de Steegjeskerk een seculiere statie.

3. Jezuïetenstatie in de Koestraat (1630 – 1811)

De statie in de Koestraat eerst in het huis van Juffrouw Van Haersholte en van af 1670 in het huis van de heer Van der Straten op de hoek van de Koestraat rechts van de Praubstraat, blijft een statie van de orde van de Jezuïeten. In 1796 sterft de laatste Jezuïetenpriester. In 1811 wordt de Statie in de Koestraat opgeheven en verhuizen de bezittingen naar de Steegjeskerk.

4. Seculiere Statie Onder de Bogen (1636 – 1848)

De Statie is gevestigd in een pand van de weduwe Sweersen in de Bitterstraat met achteringang in de Nieuwstraat. De hoofdingang van het pand is onder een steunboog gelegen. Vandaar dat het pand naam draagt “Onder de Bogen”. Wanneer de weduwe in 1641 sterft, koopt pastoor Folkert Herkinge het pand van de erfgenamen.
In 1669 handelt pastoor Van Someren onverstandig. Hij wil de Statie Onder de Bogen omzetten als een echt katholiek kerkgebouw, 12 m. lang, 7,5 m. breed en 5 m. hoog. Bouwmaterialen worden aangesleept. Dit valt natuurlijk op. Het stadsbestuur grijpt in, hoge boetes werden uitgedeeld. In 1670 volgt de bepaling, dat katholieken niet meer naast elkaar mogen wonen. Hierdoor kunnen geheime (door)gangen niet meer gebruikt worden.
In 1682 wordt Alardus Blockhoven pastoor van de Statie Onder de Bogen. Wat pastoor Van Someren in 1669 niet voor elkaar kreeg, lukt hem in 1691 wel: de kerkruimte van de statie wordt aanzienlijk vergroot en er wordt een sacristie ingericht. In 1848 wordt de statie van Onder de Bogen afgebroken en vervangen door deze nieuwe parochiekerk in de Nieuwstraat gewijd aan de Zwolse patroonheilige, de aartsengel Michaël.

5. Seculiere Statie in de Spiegelsteeg (1638 – 1809)

In 1631 komt de oud-Zwollenaar Arnoldus Waeijer naar zijn geboortestad terug en wordt priester gewijd door Folkert Herkinge. In 1638 sticht Waeijer in de Spiegelsteeg een nieuwe Statie. In 1660 wordt hij officieel aangesteld als aartspriester van Salland en Drenthe. Hieraan wordt geen ruchtbaarheid gegeven. Dit blijkt onverstandig te zijn. In 1662 overlijdt Folkert Herkinge en menen opvolgers van hem, zoals Bernardus van Someren, dat hun de eer van aartspriesterschap toekomt. Deze Statie wordt opgeheven in 1809 en samengevoegd met de Statie Onder de Bogen. Helaas is de exacte locatie van deze Statie niet vermeld in de gebruikte literatuur aangaande de periode van de staties.

Henk Bach juni 2019

Niet katholieke schuilkerken

In Zwolle waren ook niet katholieke schuilkerken. De bekendste zijn de Doopsgezinde Kerk in de Wolweverstraat en de Lutherse kerk in de Koestraat.

De Waalse kerk (Eglise Wallonne) kreeg een plek in de oude kapel St. Geertruide aan de Schoutenstraat in Zwolle. Die werd toegewezen door de gemeente. Dit betekent dan ook dat deze kerk geen schuilkerk genoemd kan worden.

                 Lutherse Kerk Zwolle 2019

Doopsgezinde kerk Zwolle 2019


kaart van Zwolle van Nicolaas ten Have uit 1648. Daarop zijn de ons bekende schuilkerken aangegeven

Henk Bach en Paulus ten Doeschate, juli 2019