Tag archieven: Gesamtkunstwerk

Gesamtkunstwerk – 20e eeuw – heden

20e eeuw – heden

Ongeveer een eeuw na de renovatie van de kerk in de neogotische stijl werden nieuwe plannen gemaakt voor de kerk, waaraan goed te zien is hoe de kerk als object onderhevig is aan de grillen van haar tijd. Rond 1966 werden namelijk nieuwe ontwerpen gemaakt om de kerk terug te brengen naar haar ‘originele’ vorm als een middeleeuwse kruiskerk door alle neogotische toevoegingen uit de negentiende eeuw te verwijderen [1]. Als een gevolg van de hernieuwde waardering van de neogotische stijl in de jaren 70 van de vorige eeuw werden de neogotische elementen grotendeels met rust gelaten. Wel had men op dat moment al de muren van het middenschip witgepleisterd. Ook werden de processie gangen en de ruimte voor de catechismus en koor-repetities volgens plan verwijderd. Tegenwoordig is het verschil tussen het witgepleisterde middenschip en het neogotische uiterlijk van de dwarsbeuken en het koor nog goed te zien. Om het contrast iets minder sterk te maken werden hierom muurschilderingen aangebracht in het middenschip [2]. Andere, praktische veranderingen betreft het vernieuwde verwarmingssysteem in de vloer van de kerk en de nieuwe verlichting en geluidssysteem.

Middenschip
Transsept en koor

Tegenwoordig is de kerk nog steeds volop in gebruik: naast het feit dat de kerk nog wordt gebruikt voor katholieke erediensten, is de kerk doordeweeks vrij te bezichtigen. Deze religieuze, historische en esthetische waardes van de kerk komen allemaal terug in de overwegingen voor de benoeming van de kerk tot Basilica Minor in 1999. Volgens het document ‘De Titulo Basilicae Minoris’ wordt deze titel gegeven aan kerken met een ‘bijzondere waarde wat betreft hun liturgisch en pastoraal leven’. Daarnaast is ook de kunstzinnige en historische waarde van het gebouw van belang in de overwegingen. En wat dit artikel hopelijk heeft laten zien, is deze elementen allemaal toepasbaar zijn op de Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming in Zwolle: niet alleen de Peperbus is kenmerkend voor Zwolle, maar ook de kerk zelf is verweven met de religieuze en sociale identiteit van de stad en groei(de) mee met de tijd.

BRONNEN:

Afbeeldingen:

  1. Peperbus Zwolle. “De Basiliek.” Basiliek. Accessed October 11, 2021. https://www.peperbus-zwolle.nl/pagina/basiliek
  2. Bach, Henk. and Tom Waterreus. Verum, Pulchrum et Bonum 1: De neogotiek en het interieur van de Onze Lieve Vrouwebasiliek te Zwolle. Zwolle: Parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming, 2000.

Hoofdpagina Gesamtkunstwerk

Gesamtkunstwerk – Neo-Gotiek

De neo-gotische renovatie

Een nieuwe tijd voor de kerk breekt aan met het pastoraat van Otto Anthonius Spitzen (1866-1889). Spitzen kan worden gezien als de katalysator voor vernieuwing wat betreft het interieur van en de muziek gespeeld in de kerk [1].

In de tweede helft van de negentiende eeuw groeide het aantal katholieken in Zwolle snel. Hierdoor werd de kerk te klein en was uitbreiding nodig. Voor de plannen voor uitbreiding werd de architect Hugo Schneider uit Aken ingeschakeld. In zijn ontwerpen waren zowel processiegangen aan beide kanten van het middenschip als ruimtes voor catechismus en koor-repetities inbegrepen. De verantwoordelijkheid voor het interieur werd grotendeels toebedeeld aan Friedrich Wilhelm Mengelberg (1837-1919) [2].


Friedrich Wilhelm Mengelberg was geboren in Keulen in 1837 in een protestantse familie waaronder vele kunstenaars. Toen Mengelberg 18 werd, werd hij katholiek. Hoewel hij vaak beschreven wordt as beeldhouwer, zag Mengelberg zichzelf vooral als een ‘bouwleider’. Zijn taak was er voor zorgen dat het gehele interieur van de kerk samen komt door zijn ontwerpen als één kunstwerk, een ‘Gesamtkunstwerk’. Het interieur moet dus niet gezien worden als een assemblage van stilistisch ongerelateerde objecten, maar als één geheel. De stijl van voorkeur was voor hem de neo-Gotische stijl [3]. Deze stijl verwijst doelbewust terug op de stijlelementen van de Gotische stijl. De opkomst van de neo-Gotische stijl wordt vaak gelinkt aan de verdieping van de religiositeit in de negentiende eeuw, versterkt door de Romantiek. [4] Bovendien worden er vaak verbanden gezien tussen de neo-Gotische stijl en de katholieke emancipatie van de negentiende eeuw [5]. In deze context kan de suggestie gewekt worden van een ideologische dimensie: terugverwijzen naar de hoogtijdagen van de katholieke traditie, the middeleeuwse Gotiek, geeft de impressie van een ononderbroken continuïteit wat betreft het katholieke geloof. Deze dimensie werd ook vaak benadrukt in de denkbeelden van het Sint Bernulphusgilde waarvan Mengelberg een lid was. Dit gilde werd opgericht in 1869 door Gerhard van Heukelum, met als doel de studie van christelijke kunst in het algemeen, en de canonieke nationale kunstwerken in het bijzonder, om diepe kennis over de ware principes van kerkelijke kunst te verkrijgen [6].

Volgens het St. Bernulphusgilde is de ‘ware’ kunst de christelijke kunst, en de tijd waarin het christendom en haar kunst floreerde, waren de Middeleeuwen. De Gotische stijl, op haar beurt, was gezien als het exclusieve ‘eigendom’ en de persoonlijke creatie van de Katholieke Kerk. De lijfspreuk van het gilde was ‘Verum, Pulchrum et Bonum’ (het Ware, het Schone en het Goede), wat weer gerelateerd is aan het gilde haar visie op kerkelijke kunst.

Mengelberg verenigde verschillende objecten tot één neo-Gotisch geheel. De meerderheid van de beeldhouwwerken werden gemaakt door Mengelberg zelf, maar andere taken zoals schilderijen en tegelwerk werden uitbesteed aan andere kunstenaars/vaklieden. Enkele nieuwe toevoegingen aan het interieur waren onder andere: vier neo-Gotische altaren, het ciborium in het koor, muur-sculpturen in het koor, een apostelbalk, een zilveren processiebeeld (gemaakt door Franz Xaver Hellner), gewelfschilderingen (door Jansen uit Zevenaar), tegels (door atelier J. Schillemans), koperwerk (door Gerard Brom en Pisa) en vier biechtstoelen.

BRONNEN:

Afbeeldingen:

  1. Hendrikman, A.J., H.J. Bach and G.A.M. Keilholtz (eds.). De Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle (sinds 1399): geschiedenis in vogelvlucht. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2002.
  2. Bach, Henk. and Tom Waterreus. Verum, Pulchrum et Bonum 1: De neogotiek en het interieur van de Onze Lieve Vrouwebasiliek te Zwolle. Zwolle: Parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming, 2000.
  3. Bach, Henk. and Tom Waterreus. Verum, Pulchrum et Bonum 1: De neogotiek en het interieur van de Onze Lieve Vrouwebasiliek te Zwolle. Zwolle: Parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming, 2000.
  4. Looijenga, Arjen. De Utrechtse School in de Neogotiek. De voorgeschiedenis van het Sint Bernulphusgilde. Leiden, 1991.
  5. Watkin, David. A History of Western Architecture. London: Laurence King Publishing, 2015.
  6. Looijenga, Arjen. De Utrechtse School in de Neogotiek. De voorgeschiedenis van het Sint Bernulphusgilde. Leiden, 1991.

Hoofdpagina Gesamtkunstwerk

Gesamtkunstwerk – Tijd van verval

Tijd van verval

Gedurende de zestiende eeuw ervaarde de OLV-basiliek een tijd van spanning en verval. In deze eeuw werd de leer van Maarten Luther (1483-1546) en Johannes Calvijn (1509-1564) steeds populairder in Zwolle. Dit had tot gevolg dat de omstandigheden waaronder katholieken bij elkaar kwamen steeds onzekerder werd. Uiteindelijk leidde dit in 1590 tot het verbod op de uitoefening van het katholieke geloof in het openbaar. De Onze-Lieve-Vrouwe-kapel werd ontruimd en functioneerde van 1590 tot 1809 niet meer als gebedshuis, wel werden er waarschijnlijk nog begrafenissen gehouden [1].

Hoewel het gebouw niet meer gebruikt werd als kerk, kan men in deze periode het gebouw zeker niet bestempelen als ‘onnuttig’. In de twee eeuwen dat de kerk niet in het bezit was van de katholieken, heeft het gebouw meerdere functies gehad.

In de zeventiende eeuw profiteerde men van de grote dimensies van de kerk door de kerk als militaire opslagplaats te gebruiken. In de kerk werd in deze tijd militaire voertuigen en uitrustingen gestald. Niet heel verrassend was dan ook dat de kerk in deze tijd flink beschadigd werd: het in- en uitgaan van voertuigen en dieren zorgde ervoor dat de vloer in de kerk met de daarin ingevoegde grafstenen ernstig versleet. Daarnaast waren er in 1612 ook nog poorten uitgehouwen in de muren van de dwarsbeuken, waarvan tot op de dag van vandaag nog sporen van zijn te vinden [2].

Van 1672 tot 1674 werd de kerk bezet door de gereformeerden. Gedurende deze twee jaar werd de kerk gedeeltelijk weer opgelapt om het geschikt te maken voor diensten, maar dit stopte toen de bezetting stopte in 1674 en de situatie weer teruggevoerd werd als daarvoor.

Andere niet-religieuze functies van deze kerk was dat als een schietbaan vanaf ongeveer 1743, toen Zwolle een garnizoensplaats was. De kerk bood in de winter bescherming tegen de kou en wind, wat het een gunstige locatie voor exercities maakte. Andere bestemmingen voor de kerk zijn een timmermanswerkplaats, een magazijn voor hooi en stro tijdens de Franse tijd, opvanghuis voor armen, een manege en zelfs koorddansers worden nog vermeld.

Zoals eerder genoemd, was de toestand nadat de kerk teruggegeven werd aan de katholiek door Lodewijk Napoleon (1809) miserabel. De vloeren lagen eruit en moesten weer gevuld worden met zand en bevloering, de muren zaten vol met gaten, alles moest weer gepleisterd worden, nieuwe ramen moesten worden aangebracht en het dak moest vernieuwd worden.

Afgezien van de nodige herstelwerkzaamheden moest het gebouw ook weer bekleed worden als een waardig gebedshuis. Het is dan ook in deze tijd (± eerste helft van de negentiende eeuw) dat de kerk haar sobere neo-classicistische interieur kreeg, met witgepleisterde muren en een neo-classicistische altaar.

BRONNEN:

Afbeeldingen:

  1. Hendrikman, A.J., H.J. Bach and G.A.M. Keilholtz (eds.). De Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle (sinds 1399): geschiedenis in vogelvlucht. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2002.
  2. Hendrikman, A.J., H.J. Bach and G.A.M. Keilholtz (eds.). De Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle (sinds 1399): geschiedenis in vogelvlucht. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2002.

Hoofdpagina Gesamtkunstwerk

Gesamtkunstwerk – ontstaan

Onstaan

De geschiedenis van de kerk begint rond het jaar 1393, wanneer de schepen Gerardus van Spoelde in zijn testament de wens laat neerschrijven om zijn huis aan de “Voersterstrate’ te schenken aan de kerk als een kapel voor de Heilige Maagd Maria. Een priester wordt geacht dagelijks gebeden op te dragen aan Maria voor de zielerust van Gerardus [1].

Na het overlijden van Van Spoelde verkoopt de kerk het huis en koopt van de opbrengst een stuk land van de proost van Deventer, ook wel het ‘Hof van Zwolle’ genoemd [2]. Hier begint in 1394 de constructie van een nieuwe kapel behorend tot de Sint-Michaëlskerk. De ontwerpen komen van Berend van Koblenz. Hoe de kapel er in haar beginjaren precies uit heeft gezien is helaas onzeker, wel moet de locatie ongeveer gelijk zijn aan het koor van de huidige kerk. De bouw van de kerk verliep in meerdere fasen:

  1. Fase 1 (compleet in 1417): Constructie van het koor, transepten en oostelijke travee
  2. Fase 2 (1452-1454): Middenschip werd uitgebreid met vier extra traveeën en twee steunberen.
  3. Fase 3 (1463-1481): Kerk werd uitgebreid met een klokkentoren tegen de westelijke muur van de kerk. Deze nam in de daaropvolgende eeuwen verschillende vormen aan.

Tijdens de tweede helft van de vijftiende eeuw werd aandacht besteed aan de decoratie van het kerkinterieur. In deze periode werden verschillende elementen toegevoegd, waaronder het orgel door Jacob van Bilsteyn, betegeling van de vloer, glas-in-lood-ramen en verschillende altaren, waarvan verschillende helaas tijdens de Reformatie verloren zijn. Een goede impressie van hoe de kerk er in de Middeleeuwen uit heeft moeten zien is gegeven door beeldend kunstenaar Bert Dijkink uit Zwolle (afbeelding links).

BRONNEN

Afbeeldingen:

  • Overzicht vloerplan Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming door de eeuwen heen. © André Roks, 2005.
  • Illustratie van de klokkentoren. © Bert Dijkink, 2010.
  • Impressie van het middeleeuwse kerk interieur. © Bert Dijkink, 2001.
  1. Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. Jaarboek Monumentenzorg 1996. Monumenten en bouwhistorie. Zwolle: Waanders Uitgevers/ Zeist: Rijksdienst voor de Monumentenzorg, 1996. https://www.dbnl.org/tekst/_jaa030199601_01/colofon.php
  2. Hendrikman, A.J., H.J. Bach and G.A.M. Keilholtz (eds.). De Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle (sinds 1399): geschiedenis in vogelvlucht. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2002.

Hoofdpagina Gesamtkunstwerk

Gesamtkunstwerk

GESAMTKUNSTWERK

Kerken nemen een bijzondere plek in binnen ons stedelijk landschap. Vaak worden ze beschreven als belichaming van iets dat de grenzen van het materiële overstijgt: een plek voor ontmoeting met God, een token voor de identiteit van een stad, een getuige van historische gebeurtenissen, enzovoort. Feit is dat een kerk als de Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming in Zwolle een materiële aanwezigheid heeft, die verandert niet alleen door processen gaande in de materialen zelf, maar ook door sociale of culturele veranderingen. Deze pagina beschrijft de vorm van de kerk als geheel door de eeuwen heen en de sociale en culturele veranderingen die daar mogelijk mee samenhangen.

Annabeth Naberman, 5 november 2021

Ontstaan

Tijd van verval

Neo-Gotiek

20e eeuw – heden

ALGEMEEN

De Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming is een kruisvormige, bakstenen kerk aan de Ossenmarkt in Zwolle. De kerk is 72 meter in lengte en 18 meter hoog (gemeten van vloer tot kruisgewelven). Aan de kerk vast zit een klokkentoren van ongeveer 75 meter hoog, in de volksmond ‘de Peperbus’ genoemd. Gedurende bijna de gehele geschiedenis van de kerk is het gebouw eigendom geweest van de Katholieke Kerk, afgezien van de twee eeuwen na de Reformatie. De toren, echter, is in het bezit van de gemeente Zwolle. Tegenwoordig is de kerk nog steeds in gebruik als kerk voor de katholieke gemeenschap in Zwolle en doordeweeks is de kerk open voor bezichtiging.

MEER LEZEN

Over de verschillende objecten die samen het neogotische interieur vormen:

  • Bach, Henk. and Tom Waterreus. Verum, Pulchrum et Bonum 1: De neogotiek en het interieur van de Onze Lieve Vrouwebasiliek te Zwolle. Zwolle: Parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming, 2000.

Uitgebreide beschrijving van de geschiedenis van de kerk:

  • Hendrikman, A.J., H.J. Bach and G.A.M. Keilholtz (eds.). De Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle (sinds 1399): geschiedenis in vogelvlucht. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2002.

Over de neogotische stijl en het Sint Bernulphusgilde:

  • Looijenga, Arjen. De Utrechtse School in de Neogotiek. De voorgeschiedenis van het Sint Bernulphusgilde. Leiden, 1991.

Voor een overzicht van de neogotische stijl in andere Westerse landen en architecturale ontwikkelingen in de negentiende eeuw in het algemeen:

  • Watkin, David. A History of Western Architecture. London: Laurence King Publishing, 2015.