Alle berichten van John Wennips

Gesamtkunstwerk – Neo-Gotiek

De neo-gotische renovatie

Een nieuwe tijd voor de kerk breekt aan met het pastoraat van Otto Anthonius Spitzen (1866-1889). Spitzen kan worden gezien als de katalysator voor vernieuwing wat betreft het interieur van en de muziek gespeeld in de kerk [1].

In de tweede helft van de negentiende eeuw groeide het aantal katholieken in Zwolle snel. Hierdoor werd de kerk te klein en was uitbreiding nodig. Voor de plannen voor uitbreiding werd de architect Hugo Schneider uit Aken ingeschakeld. In zijn ontwerpen waren zowel processiegangen aan beide kanten van het middenschip als ruimtes voor catechismus en koor-repetities inbegrepen. De verantwoordelijkheid voor het interieur werd grotendeels toebedeeld aan Friedrich Wilhelm Mengelberg (1837-1919) [2].


Friedrich Wilhelm Mengelberg was geboren in Keulen in 1837 in een protestantse familie waaronder vele kunstenaars. Toen Mengelberg 18 werd, werd hij katholiek. Hoewel hij vaak beschreven wordt as beeldhouwer, zag Mengelberg zichzelf vooral als een ‘bouwleider’. Zijn taak was er voor zorgen dat het gehele interieur van de kerk samen komt door zijn ontwerpen als één kunstwerk, een ‘Gesamtkunstwerk’. Het interieur moet dus niet gezien worden als een assemblage van stilistisch ongerelateerde objecten, maar als één geheel. De stijl van voorkeur was voor hem de neo-Gotische stijl [3]. Deze stijl verwijst doelbewust terug op de stijlelementen van de Gotische stijl. De opkomst van de neo-Gotische stijl wordt vaak gelinkt aan de verdieping van de religiositeit in de negentiende eeuw, versterkt door de Romantiek. [4] Bovendien worden er vaak verbanden gezien tussen de neo-Gotische stijl en de katholieke emancipatie van de negentiende eeuw [5]. In deze context kan de suggestie gewekt worden van een ideologische dimensie: terugverwijzen naar de hoogtijdagen van de katholieke traditie, the middeleeuwse Gotiek, geeft de impressie van een ononderbroken continuïteit wat betreft het katholieke geloof. Deze dimensie werd ook vaak benadrukt in de denkbeelden van het Sint Bernulphusgilde waarvan Mengelberg een lid was. Dit gilde werd opgericht in 1869 door Gerhard van Heukelum, met als doel de studie van christelijke kunst in het algemeen, en de canonieke nationale kunstwerken in het bijzonder, om diepe kennis over de ware principes van kerkelijke kunst te verkrijgen [6].

Volgens het St. Bernulphusgilde is de ‘ware’ kunst de christelijke kunst, en de tijd waarin het christendom en haar kunst floreerde, waren de Middeleeuwen. De Gotische stijl, op haar beurt, was gezien als het exclusieve ‘eigendom’ en de persoonlijke creatie van de Katholieke Kerk. De lijfspreuk van het gilde was ‘Verum, Pulchrum et Bonum’ (het Ware, het Schone en het Goede), wat weer gerelateerd is aan het gilde haar visie op kerkelijke kunst.

Mengelberg verenigde verschillende objecten tot één neo-Gotisch geheel. De meerderheid van de beeldhouwwerken werden gemaakt door Mengelberg zelf, maar andere taken zoals schilderijen en tegelwerk werden uitbesteed aan andere kunstenaars/vaklieden. Enkele nieuwe toevoegingen aan het interieur waren onder andere: vier neo-Gotische altaren, het ciborium in het koor, muur-sculpturen in het koor, een apostelbalk, een zilveren processiebeeld (gemaakt door Franz Xaver Hellner), gewelfschilderingen (door Jansen uit Zevenaar), tegels (door atelier J. Schillemans), koperwerk (door Gerard Brom en Pisa) en vier biechtstoelen.

BRONNEN:

Afbeeldingen:

  1. Hendrikman, A.J., H.J. Bach and G.A.M. Keilholtz (eds.). De Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle (sinds 1399): geschiedenis in vogelvlucht. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2002.
  2. Bach, Henk. and Tom Waterreus. Verum, Pulchrum et Bonum 1: De neogotiek en het interieur van de Onze Lieve Vrouwebasiliek te Zwolle. Zwolle: Parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming, 2000.
  3. Bach, Henk. and Tom Waterreus. Verum, Pulchrum et Bonum 1: De neogotiek en het interieur van de Onze Lieve Vrouwebasiliek te Zwolle. Zwolle: Parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming, 2000.
  4. Looijenga, Arjen. De Utrechtse School in de Neogotiek. De voorgeschiedenis van het Sint Bernulphusgilde. Leiden, 1991.
  5. Watkin, David. A History of Western Architecture. London: Laurence King Publishing, 2015.
  6. Looijenga, Arjen. De Utrechtse School in de Neogotiek. De voorgeschiedenis van het Sint Bernulphusgilde. Leiden, 1991.

Gesamtkunstwerk – Tijd van verval

Tijd van verval

Gedurende de zestiende eeuw ervaarde de OLV-basiliek een tijd van spanning en verval. In deze eeuw werd de leer van Maarten Luther (1483-1546) en Johannes Calvijn (1509-1564) steeds populairder in Zwolle. Dit had tot gevolg dat de omstandigheden waaronder katholieken bij elkaar kwamen steeds onzekerder werd. Uiteindelijk leidde dit in 1590 tot het verbod op de uitoefening van het katholieke geloof in het openbaar. De Onze-Lieve-Vrouwe-kapel werd ontruimd en functioneerde van 1590 tot 1809 niet meer als gebedshuis, wel werden er waarschijnlijk nog begrafenissen gehouden [1].

Hoewel het gebouw niet meer gebruikt werd als kerk, kan men in deze periode het gebouw zeker niet bestempelen als ‘onnuttig’. In de twee eeuwen dat de kerk niet in het bezit was van de katholieken, heeft het gebouw meerdere functies gehad.

In de zeventiende eeuw profiteerde men van de grote dimensies van de kerk door de kerk als militaire opslagplaats te gebruiken. In de kerk werd in deze tijd militaire voertuigen en uitrustingen gestald. Niet heel verrassend was dan ook dat de kerk in deze tijd flink beschadigd werd: het in- en uitgaan van voertuigen en dieren zorgde ervoor dat de vloer in de kerk met de daarin ingevoegde grafstenen ernstig versleet. Daarnaast waren er in 1612 ook nog poorten uitgehouwen in de muren van de dwarsbeuken, waarvan tot op de dag van vandaag nog sporen van zijn te vinden [2].

Van 1672 tot 1674 werd de kerk bezet door de gereformeerden. Gedurende deze twee jaar werd de kerk gedeeltelijk weer opgelapt om het geschikt te maken voor diensten, maar dit stopte toen de bezetting stopte in 1674 en de situatie weer teruggevoerd werd als daarvoor.

Andere niet-religieuze functies van deze kerk was dat als een schietbaan vanaf ongeveer 1743, toen Zwolle een garnizoensplaats was. De kerk bood in de winter bescherming tegen de kou en wind, wat het een gunstige locatie voor exercities maakte. Andere bestemmingen voor de kerk zijn een timmermanswerkplaats, een magazijn voor hooi en stro tijdens de Franse tijd, opvanghuis voor armen, een manege en zelfs koorddansers worden nog vermeld.

Zoals eerder genoemd, was de toestand nadat de kerk teruggegeven werd aan de katholiek door Lodewijk Napoleon (1809) miserabel. De vloeren lagen eruit en moesten weer gevuld worden met zand en bevloering, de muren zaten vol met gaten, alles moest weer gepleisterd worden, nieuwe ramen moesten worden aangebracht en het dak moest vernieuwd worden.

Afgezien van de nodige herstelwerkzaamheden moest het gebouw ook weer bekleed worden als een waardig gebedshuis. Het is dan ook in deze tijd (± eerste helft van de negentiende eeuw) dat de kerk haar sobere neo-classicistische interieur kreeg, met witgepleisterde muren en een neo-classicistische altaar.

BRONNEN:

Afbeeldingen:

  1. Hendrikman, A.J., H.J. Bach and G.A.M. Keilholtz (eds.). De Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle (sinds 1399): geschiedenis in vogelvlucht. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2002.
  2. Hendrikman, A.J., H.J. Bach and G.A.M. Keilholtz (eds.). De Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle (sinds 1399): geschiedenis in vogelvlucht. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2002.

Gesamtkunstwerk – ontstaan

Onstaan

De geschiedenis van de kerk begint rond het jaar 1393, wanneer de schepen Gerardus van Spoelde in zijn testament de wens laat neerschrijven om zijn huis aan de “Voersterstrate’ te schenken aan de kerk als een kapel voor de Heilige Maagd Maria. Een priester wordt geacht dagelijks gebeden op te dragen aan Maria voor de zielerust van Gerardus [1].

Na het overlijden van Van Spoelde verkoopt de kerk het huis en koopt van de opbrengst een stuk land van de proost van Deventer, ook wel het ‘Hof van Zwolle’ genoemd [2]. Hier begint in 1394 de constructie van een nieuwe kapel behorend tot de Sint-Michaëlskerk. De ontwerpen komen van Berend van Koblenz. Hoe de kapel er in haar beginjaren precies uit heeft gezien is helaas onzeker, wel moet de locatie ongeveer gelijk zijn aan het koor van de huidige kerk. De bouw van de kerk verliep in meerdere fasen:

  1. Fase 1 (compleet in 1417): Constructie van het koor, transepten en oostelijke travee
  2. Fase 2 (1452-1454): Middenschip werd uitgebreid met vier extra traveeën en twee steunberen.
  3. Fase 3 (1463-1481): Kerk werd uitgebreid met een klokkentoren tegen de westelijke muur van de kerk. Deze nam in de daaropvolgende eeuwen verschillende vormen aan.

Tijdens de tweede helft van de vijftiende eeuw werd aandacht besteed aan de decoratie van het kerkinterieur. In deze periode werden verschillende elementen toegevoegd, waaronder het orgel door Jacob van Bilsteyn, betegeling van de vloer, glas-in-lood-ramen en verschillende altaren, waarvan verschillende helaas tijdens de Reformatie verloren zijn. Een goede impressie van hoe de kerk er in de Middeleeuwen uit heeft moeten zien is gegeven door beeldend kunstenaar Bert Dijkink uit Zwolle (afbeelding links).

BRONNEN

Afbeeldingen:

  • Overzicht vloerplan Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming door de eeuwen heen. © André Roks, 2005.
  • Illustratie van de klokkentoren. © Bert Dijkink, 2010.
  • Impressie van het middeleeuwse kerk interieur. © Bert Dijkink, 2001.
  1. Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. Jaarboek Monumentenzorg 1996. Monumenten en bouwhistorie. Zwolle: Waanders Uitgevers/ Zeist: Rijksdienst voor de Monumentenzorg, 1996. https://www.dbnl.org/tekst/_jaa030199601_01/colofon.php
  2. Hendrikman, A.J., H.J. Bach and G.A.M. Keilholtz (eds.). De Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle (sinds 1399): geschiedenis in vogelvlucht. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2002.

Gesamtkunstwerk

GESAMTKUNSTWERK

Kerken nemen een bijzondere plek in binnen ons stedelijk landschap. Vaak worden ze beschreven als belichaming van iets dat de grenzen van het materiële overstijgt: een plek voor ontmoeting met God, een token voor de identiteit van een stad, een getuige van historische gebeurtenissen, enzovoort. Feit is dat een kerk als de Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming in Zwolle een materiële aanwezigheid heeft, die verandert niet alleen door processen gaande in de materialen zelf, maar ook door sociale of culturele veranderingen. Deze pagina beschrijft de vorm van de kerk als geheel door de eeuwen heen en de sociale en culturele veranderingen die daar mogelijk mee samenhangen.

Annabeth Naberman, 5 november 2021

Ontstaan

Tijd van verval

Neo-Gotiek

20e eeuw – heden

ALGEMEEN

De Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming is een kruisvormige, bakstenen kerk aan de Ossenmarkt in Zwolle. De kerk is 72 meter in lengte en 18 meter hoog (gemeten van vloer tot kruisgewelven). Aan de kerk vast zit een klokkentoren van ongeveer 75 meter hoog, in de volksmond ‘de Peperbus’ genoemd. Gedurende bijna de gehele geschiedenis van de kerk is het gebouw eigendom geweest van de Katholieke Kerk, afgezien van de twee eeuwen na de Reformatie. De toren, echter, is in het bezit van de gemeente Zwolle. Tegenwoordig is de kerk nog steeds in gebruik als kerk voor de katholieke gemeenschap in Zwolle en doordeweeks is de kerk open voor bezichtiging.

MEER LEZEN

Over de verschillende objecten die samen het neogotische interieur vormen:

  • Bach, Henk. and Tom Waterreus. Verum, Pulchrum et Bonum 1: De neogotiek en het interieur van de Onze Lieve Vrouwebasiliek te Zwolle. Zwolle: Parochie Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming, 2000.

Uitgebreide beschrijving van de geschiedenis van de kerk:

  • Hendrikman, A.J., H.J. Bach and G.A.M. Keilholtz (eds.). De Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle (sinds 1399): geschiedenis in vogelvlucht. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2002.

Over de neogotische stijl en het Sint Bernulphusgilde:

  • Looijenga, Arjen. De Utrechtse School in de Neogotiek. De voorgeschiedenis van het Sint Bernulphusgilde. Leiden, 1991.

Voor een overzicht van de neogotische stijl in andere Westerse landen en architecturale ontwikkelingen in de negentiende eeuw in het algemeen:

  • Watkin, David. A History of Western Architecture. London: Laurence King Publishing, 2015.

Lampas – herkomst

Herkomst

Het logo heeft aan drie muren gehangen: tweemaal in locaties van De Weezenlanden, en nu boven een deur in de Onze Lieve Vrouwe-basiliek. 

DE WEEZENLANDEN: AAN DE WAND EN OP DE SPELDEN

14 december 1985: de onthulling van het logo op zijn originele locatie, in de entreehal van het ziekenhuis tegenover de ingang. Mevrouw Hemels, bestuurssecretaris, trekt het gordijn weg [1]. Op deze plek kwam iedereen die het ziekenhuis binnenkwam er voorbij; voor de bezoeker werd het logo zo verbonden met het ziekenhuis, en daarmee ook aan de Christelijke waarden die aan het logo verbonden zijn (zie hiervoor de pagina ‘symboliek’)

De rode cirkel geeft de tweede locatie aan (foto is genomen voor het logo werd opgehangen) na een verhuizing van het ziekenhuis. De deur er links van is het kantoor van de directeur; de rode rechthoek is de ingang. Deze locatie is wellicht minder prominent dan de eerste, maar door de plaatsing in de wachtruimte werd het er niet minder vaak gezien. 

Het logo was echter niet alleen een wandversiering; het ontwerp ging dit object voor (zie de pagina ‘beschrijving’), en was ook te zien op bijvoorbeeld het servies en interne correspondentie. De eerste keer dat het werd afgebeeld was op de leerlingspelden van de verpleegsters, in gebruik van 1883 tot en met 1997 [2]. Bij de diplomauitreiking kreeg personeel een speld met daarop hun functie, maar tussen het afronden van de eerste training en het afstuderen droegen verpleegsters-in-opleiding een speld met het logo.

De linkerspeld (blauw) was in gebruik van 1947-1970; de rechter van 1970-1977. De blauwe speld was van keramiek met een metalen bevestiging op de achterkant, maar deze combinatie was niet zo stevig, en brak vaak af. 

De spelden waren nodig om naar patiënten te communiceren met wie ze te maken hadden; toen ze voor het eerst in gebruik genomen werden werkten er veel ongeschoolde werk(st)ers in het ziekenhuis, en het was belangrijk dat gediplomeerd personeel, of personeel in opleiding, als zodanig herkenbaar was. Vanaf 1977 werden ze overbodig omdat er toen zo vaak professionals van andere locaties in het ziekenhuis kwamen werken dat ze geen nut meer hadden voor de identificatie van zorgpersoneel.

HET ZIEKENHUIS: VAN KLOOSTER TOT MODERN MEDISCH CENTRUM

Het Rooms-Katholiek Ziekenhuis De Weezenlanden bestaat echter niet meer. In 1998 is het samengegaan met het Protestantse Sophia-Ziekenhuis tot het huidige Isala Ziekenhuis (vernoemd naar de IJssel die vlak langs Zwolle stroomt). Dit ziekenhuis heeft zich afgescheiden van de Christelijke instituten die eraan vooraf gingen, dus toen de locaties van De Weezenlanden gesloopt werden om plaats te maken voor nieuwbouw in 2015 zou het logo op de schroothoop belanden. De koster van de Onze Lieve Vrouwe-basiliek en de voorzitter van de kunst- en cultuurcommissie hoorden hiervan en vonden het zonde; zij zijn met het logo onder de arm naar buiten gelopen om het te redden. Twee verpleegsters die dit zagen gebeuren vroegen de heren wat zij daar wel niet mee van plan waren; toen verteld werd dat het een nieuwe plek zou krijgen in de basiliek mochten de heren doorlopen [3]. 

Dezelfde heren hebben er vervolgens voor gekozen om het logo op de huidige locatie te hangen: onder een decoratieve boog boven de deur naar de Ceciliazaal (zie afbeelding hieronder) onder het orgelbalkon. Deze plek is weloverwogen, praktisch, en toevalligerwijs poëtisch. Ten eerste is het een praktische locatie omdat het voorwerp daar simpelweg past, maar daarnaast is de plek ook gepast. Het moest aan een muur bevestigd worden; daar was het voor gemaakt en had niet anders gekund. Er was plek genoeg geweest in het schip van de kerk, maar dat was te prominent geweest en had een connectie tussen het ziekenhuis en de kerk gesuggereerd. (De zusters uit het klooster, die vroeger voor de zieken zorgden, gingen daar naar de kerk, maar dat was het ook wel [4]). De Peperbustoren is eigendom van de gemeente, en die wilde geen toestemming geven om in de muren te boren. Onder het orgelbalkon, in de ruimte boven een deur, was het goed zichtbaar zonder zich een plek toe te eigenen die niet gepast zou zijn.

De rode cirkel geeft de huidige locatie van het logo weer. Het vierkant met dikke muren onderin is de Peperbustoren; de ruimtes links-onderin zijn er later bij gebouwd.

In de hoeken van de foto zijn de versieringen in de boog te zien. Hoewel het volgens de koster geen factor in zijn beslissing is geweest, was het hem niet ontgaan dat hiermee verwezen wordt naar de congregatie van de Zusters onder de Bogen uit Maastricht. Aan het eind van de negentiende eeuw doneerde Zuster Margaretha, die bij die congregatie hoorde, haar ouderlijk huis aan het Gasthuisplein in Zwolle aan de kerk om er een ziekenhuis van te maken. Het duurde een paar jaar voor haar wens kon worden uitgevoerd, maar in 1897 was het zover [4]. 

Dit ziekenhuis, dat in eerste instantie gerund werd door de nonnen, groeide verder en verder totdat uiteindelijk, in 1963, de naam veranderd werd naar RK Ziekenhuis De Weezenlanden. 22 jaar later werd het logo onthuld aan het publiek, en nog eens dertig jaar later, in 2015, werd het verplaatst naar de basiliek.

Bronnen

Afbeelding eerste locatie: uit interne nieuwsbrief De Weezenlanden, december 1985. Kopie op aanvraag.

Afbeelding tweede locatie: gereproduceerd met toestemming van M. Van der Vegte, de vrouw van de koster en voormalig verpleegkundige.

Leerlingenspelden: Zwolle in Beeld. ‘Insignes’. Bezocht op 12 oktober 2021. https://www.zwolleinbeeld.nl/index.php/589-foto-s-van-zwolle/zorg-rk-de-weezenlanden-insignes/525-zorg-rk-ziekenhuis-de-weezenlanden-insignes.

Plattegrond kerk: André Roks. Ontwikkeling O.L. Vrouwe ten Hemelopneming. Digital illustration (adapted). Reliwiki. 2005. https://reliwiki.nl/images/7/7b/05081920_Zwolle_Onze_Lieve_Vrouwebasiliek_geschiedenis.jpg

Logo: database Catharijneconvent, bezocht op 12 oktober 2021.

  1. Interne nieuwsbrief De Weezenlanden, december 1985. Kopie op aanvraag.
  2. Zwolle in Beeld. ‘Insignes’. Bezocht op 12 oktober 2021. https://www.zwolleinbeeld.nl/index.php/589-foto-s-van-zwolle/zorg-rk-de-weezenlanden-insignes/525-zorg-rk-ziekenhuis-de-weezenlanden-insignes.
  3. Tijdens de presentatieavond in de Onze Lieve Vrouwe-basiliek van 28 oktober 2021 vertelde een bezoeker mij deze anekdote. De heren in kwestie stonden erbij en beaamden dat het de twee verpleegsters ernst was dat het niet zomaar ergens zou belanden.
  4. Zwolle in Beeld. ‘RK Ziekenhuis De Weezenlanden’. Bezocht op 12 oktober 2021. https://www.zwolleinbeeld.nl/index.php/267-foto-s-van-zwolle/zorg-rk-de-weezenlanden/161-zorg-rk-ziekenhuis-de-weezenlanden.

Lampas – symboliek

Symboliek

Hoewel het logo een harmonieus en samenhangend geheel vormt, komen de afzonderlijke elementen (de tekst ‘lampas charitatis’, een olielamp in de vorm van een vis, de chi-rho ☧ en de tau τ ) hier op unieke wijze samen. Elk element heeft een eigen, gelaagde betekenis.

LAMPAS CHARITATIS

Deze Latijnse frase betekent zoiets als ‘licht der liefde’. Hoewel het concept bekend is binnen het Christendom, komt deze verwoording niet vaak voor. Een waarschijnlijke oorsprong is het antifoon van de Magnificat dat wordt gezongen tijdens de eerste vespers van het feest van Sint Willibrord; hij is de beschermheilige van de aartsdiocese van Utrecht, waaronder Zwolle valt [1].

‘Liefde’ is hier niet de romantische, maar de naastenliefde. Paulus vertelt in 1 Korintiërs 13:7 over de liefde: “Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze” (NBV21). Hij omschrijft een naastenliefde die eeuwig en onveranderlijk is; eigenlijk het tegenovergestelde van een vlam, die juist veranderlijk is en kan uitdoven. In het logo is echter die eeuwigdurende, volhardende vlam te zien: gemaakt van koper, en stevig vastgemaakt in de muur, zodat de lamp altijd brandt.

Deze omschrijving van liefde is tevens een connectie met de Zusters van Liefde, de Zwolse congregatie die in het klooster de zieken en gewonden verzorgden; dit klooster is uiteindelijk uitgegroeid tot het Rooms-Katholieke Ziekenhuis De Weezenlanden waarvan dit logo is [2]. Hierover meer op de pagina ‘herkomst’. 

OLIELAMP

Een olielamp werd vroeger gebruikt als draagbare verlichting, en is inmiddels in onbruik geraakt vanwege elektrische alternatieven. Het reservoir in het midden wordt van bovenaf gevuld met brandbare olie. Middels een handvat (in de afbeelding) of een ketting (zoals in het logo; men kon zo de handen vrijhouden) werd het vastgehouden. De olie werd via het mondstuk aangestoken, waar vervolgens een vlam ontbrandde.

In de afbeelding is Florence Nightingale (1820-1910) te zien met zo’n lamp. Haar bijnaam is ‘The Lady with the Lamp’, omdat zij ‘s nachts met lamp de ronde deed langs de zieken [3]. Daarom heeft de olielamp een connectie met de verpleging. 

Er is echter ook een Bijbelverhaal waarin de olielamp voorkomt. In 2 Koningen 4:1-7 wordt het verhaal van Elisa en de arme weduwe verteld. Haar overleden man had schulden achtergelaten, en nu kwam de schuldeiser haar twee kinderen als slaven meenemen. Elisa, een profeet, vraagt haar wat ze thuis nog heeft staan; ze heeft alleen een kruikje olie. Elisa draagt haar op om bij haar buren zoveel mogelijk lege kruiken en kannen te verzamelen en daar haar kruikje in leeg te gieten. Pas toen ze allemaal gevuld waren, stopte de olie uit haar kleine kruikje met vloeien. Door die olie te verkopen kon ze de schuldeiser afbetalen, en hield ze zelfs nog geld over om voor haar kinderen te kunnen zorgen. 

CHI-RHO EN TAU

Nog meer Christelijke symboliek zit verstopt in de twee uitgesneden symbolen. De meest opvallende, de chi-rho, is in het midden te zien. Het zijn de eerste twee letters van de naam van Christus, in het Grieks gespeld: χριστός (‘Kristos’). Ook de tau is een Griekse letter, maar is hier geen afkorting maar een alternatieve weergave van het Kruis. In het logo is de tau naar links gekanteld; de lange, middelste uitsnede is de verticale staander van de T, en de kieuw van de vis vormt de horizontale balk. De twee ‘haakjes’ aan de uiteinden hiervan zijn decoratief. Het tau-kruis (ook wel het Sint-Antoniuskruis of de crux commissa) en de chi-rho zijn onder het bewind van keizer Constantijn populaire symbolen van het Christendom geworden [4].

Kruisiging op een Tau-kruis.

In dit logo komen dus meerdere, overwegend Christelijke, symbolen samen. Door de connectie met Florence Nightingale en de Zusters van Liefde uit Zwolle is echter de verbinding met de verpleging duidelijk zichtbaar.

Bronnen

Cassell & Company. The lady with the lamp: Miss Nightingale at Scutari (1854). Chromolithografie, kleur. Wellcome Library nr. 9983i, https://catalogue.wellcomelibrary.org/record=b1173874.

Konrad Witz. Christus am Kreuz (c. 1445). Verf op hout. Gemäldegalerie, Berlijn, nr. 02558114. https://www.bildindex.de/document/obj02558114.

  1. A. Klooster, A. Smeets, en P.B. Smits, Willibrord Door de Eeuwen: Botsende Culturen En Wisselende Perspectieven Op de Apostel van de Lage Landen (Abdij Van Berne, 2018).
  2. Zwolle in Beeld. ‘RK Ziekenhuis De Weezenlanden’. Bezocht op 12 oktober 2021. https://www.zwolleinbeeld.nl/index.php/267-foto-s-van-zwolle/zorg-rk-de-weezenlanden/161-zorg-rk-ziekenhuis-de-weezenlanden.
  3. L. Selanders, “Florence Nightingale,” in Encyclopedia Britannica (August 9, 2021), https://www.britannica.com/biography/Florence-Nightingale
  4. De redactie van Encyclopaedia Britannica, “cross,” in Encyclopedia Britannica (5 mei 2021), https://www.britannica.com/topic/cross-religious-symbol.

Lampas – beschrijving

Beschrijving

Het logo is in 1985 gemaakt door dhr. J. Claessens uit Swalmen in opdracht van het ziekenhuisbestuur van RK (Rooms-Katholiek) ziekenhuis De Weezenlanden in Zwolle, naar een ontwerp van J.K.L.M. Clement, bestuurssecretaris van 1947–1962. Zijn inspiratie was een olielampje in de vorm van een Christusmonogram, ontdekt in Zwisterland rond de vierde of vijfde eeuw [1]. De eerste voorwerpen waarop dit logo verscheen zijn de leerlingenspelden van het ziekenhuis; zie hiervoor de sectie ‘herkomst’.

Het meet ongeveer 1 bij 1,5 meter en is vervaardigd uit koper, hoewel de gebruikelijke, rode gloed verhuld is door een donker, mat patina [2]. Het is niet bekend of koper is gebruikt vanwege de antibacteriële eigenschappen van het materiaal en het daaraan gerelateerde gebruik voor bedrails, deurknoppen en steriele instrumenten; het wordt immers regelmatig gekozen voor dergelijke sculpturen.

De huidige positie aan de muur van de basiliek weerspiegelt het oorspronkelijke gebruik als wandstuk; zie hierover de sectie ‘herkomst’. De bevestigingspunten zijn voor de kijker niet te zien, waardoor het een stukje voor de muur lijkt te zweven. 

Er zijn vier afzonderlijke elementen te onderscheiden, waarvan de tekst ‘lampas charitatis’, in hoofdletters, wellicht het meest in het oog springen. De woorden staan ieder op hun eigen regel en zijn vastgemaakt aan de ketting van de olielamp, iets van het midden af, zodat er fysiek en visueel ruimte is voor de vlam die uit de olielamp komt. Deze vlam heeft een geabstraheerde vorm en ziet eruit als een simpel boomblad dat met de punt naar boven wijst, en maakt duidelijk dat de lamp eeuwig aan is. De lamp zelf heeft de vorm van een vis, met twee uitgesneden symbolen: de chi-rho (☧) in het midden, en de tau (τ) verstopt in de kieuwen van de vis. 

Elk element heeft zijn eigen, soms meerdere, betekenissen waardoor het een uniek geheel vormt. Zie hiervoor de pagina ‘symboliek’.

Bronnen

Afbeelding: ‘Lampas Charitatis’, database Kerkcollectie Catharijneconvent, 11 juli 2018.

1. ‘Lampas Charitatis Als Kunstwerk’, z.d. Nieuwsbrief van voormalig ziekenhuis. Kopie op aanvraag.

2. ‘Lampas Charitatis’, database Kerkcollectie Catharijneconvent, 11 juli 2018.

Lampas Charitatis

Lampas Charitatis

Soms staat een bijzondere groep mensen te kijken naar de ruimte boven een deur in een Zwolse basiliek: (voormalige) patiënten en verpleegsters. Boven de deur naar de Ceciliazaal in de Onze Lieve Vrouwe-basiliek, onder een versierde boog, hangt een koperen ziekenhuislogo dat gered is van de schroothoop door de koster van de basiliek en de voorzitter van het kunst- en cultuurcomité. Was het ziekenhuis dan verbonden aan de basiliek? Nee, niet in een institutionele zin. Om te begrijpen hoe het logo daar beland is, en waarom, moet er gekeken worden naar de christelijke symboliek, de lokale geschiedenis van het ziekenhuis, en naar de ervaringen van de mensen die ermee in aanraking gekomen zijn.

Nadia Guntlisbergen, 5 november 2021

Het moge duidelijk zijn dat degenen die het logo nog in het ziekenhuis hebben zien hangen het met die instelling associëren. Voor degenen die de basiliek bezoeken zonder deze voorkennis zal het echter een andere betekenis hebben. Wellicht herkennen zij de Christelijke symboliek, kennen ze genoeg Latijn om de tekst te begrijpen, of misschien zullen zij alleen naar de esthetische kant kijken. Naarmate de tijd verstrijkt zal de verbinding tussen het voormalig RK Ziekenhuis De Weezenlanden en dit logo steeds minder worden, maar het zal altijd blijven refereren aan de brandende vlam van Christelijke naastenliefde die de medewerkers van het ziekenhuis altijd gedreven heeft om hun werk te doen. 

Het moge duidelijk zijn dat degenen die het logo nog in het ziekenhuis hebben zien hangen het met die instelling associëren. Voor degenen die de basiliek bezoeken zonder deze voorkennis zal het echter een andere betekenis hebben. Wellicht herkennen zij de Christelijke symboliek, kennen ze genoeg Latijn om de tekst te begrijpen, of misschien zullen zij alleen naar de esthetische kant kijken. Naarmate de tijd verstrijkt zal de verbinding tussen het voormalig RK Ziekenhuis De Weezenlanden en dit logo steeds minder worden, maar het zal altijd blijven refereren aan de brandende vlam van Christelijke naastenliefde die de medewerkers van het ziekenhuis altijd gedreven heeft om hun werk te doen.

Bronnen

Over de frase ‘lampas charitatis’: Klooster, A., A. Smeets, and P.B. Smits. Willibrord Door de Eeuwen: Botsende Culturen En Wisselende Perspectieven Op de Apostel van de Lage Landen. Abdij Van Berne, 2018. https://books.google.nl/books?id=fa8zEAAAQBAJ.

Een olielamp met hetzelfde monogram als het logo: Lamp met Chi-Rho Monogram, vierde tot zevende eeuw, terracotta, H. 2.8 × W. 5.3 × H. 9 cm (1 1/8 × 2 1/16 × 3 9/16 in.), 1932.56.77, Harvard Art Museums, https://hvrd.art/o/291909.

Een ander Zwols kunstwerk dat een nieuwe plek heeft gekregen: Zwolle in Beeld. ‘Barmhartige Samaritaan’. Accessed 12 October 2021. https://www.zwolleinbeeld.nl/index.php/591-foto-s-van-zwolle/zorg-rk-de-weezenlanden-barmhartige-samaritaan/528-zorg-rk-ziekenhuis-de-weezenlanden-barmhartige-samaritaan.

Een kunstwerk op de plek waar het klooster stond: Zwolle in Beeld. ‘Ode aan de Poorten’. Accessed 12 October 2021. https://www.zwolleinbeeld.nl/index.php/734-foto-s-van-zwolle/straten-en-pleinen-gasthuisplein-kunstwerk-ode-aan-de-poorten/710-straten-en-pleinen-gasthuisplein-kunstwerk-ode-aan-de-poorten.

Koormuur – herkomst

Herkomst

Wat je misschien niet direct van deze tegels zou verwachten, is dat ze sterk beïnvloed zijn door textiel. De tegels imiteren de kwastjes van een wandkleed waardoor het lijkt alsof het hele koor omgeven is door een tapijt. Daarnaast is het heel waarschijnlijk dat de figuren op de tegels geïnspireerd zijn op Perzische zijde.

De oorsprong van de monsterlijke figuren die we in veel Europese kerken kunnen vinden ligt in Perzische zijde patronen. Deze patronen werden in de 10de en het eerste gedeelte van de 11de eeuw via Byzantijnse rijk naar het westen overgebracht. Een voorbeeld hiervan is dit medaillon van een gevleugeld paard uit een oude kathedraal in Campania Italië. Als je dit medaillon vergelijkt met Perzische zijde met gevleugelde paarden dan zie je dat het medaillon duidelijk geïnspireerd is door de zijde. Je kunt ook zien dat veel van de details van de zijde niet terug te vinden zijn op het medaillon. Dit komt omdat de Perzische veel werd gekopieerd in het Byzantijnse rijk, waar ze niet dezelfde skills hadden. Het zijn deze kopieën die voornamelijk in Italië terecht kwamen en ook de inspiratie waren voor de beeldhouwer van dit medaillon. Bijna het hele repertoire van diersoorten en monsters dat te vinden is in italiaanse kerken is oorspronkelijk van Perzisch ontwerp. Invloeden uit de antieke kunst zijn alleen terug te vinden in de weergaven van menselijke figuren. Door de Katholieke kerk zijn de ontwerpen door de rest van europa verspreid. [1]

Zoals je kunt lezen in het gedeelte over Mengelberg, haalden hij net als zijn mentor Franz Bock veel hun inspiratie uit textiel. Daarom is het een zeer reële mogelijkheid dat de figuren op de muur van het koor zijn gebaseerd op textiel dat erg lijkt op het textiel dat de kunstenaar in Campania inspireerde. Maar zelfs als Mengelbergs inspiratie niet rechtstreeks uit een textiel, het is vrijwel zeker dat de werken die hem wel inspireerden, misschien met enkele tussenstappen, Perzische zijdepatronen waren.

Maar de figuren zijn niet de enige manier waarop Mengelberg geïnspireerd is door textiel. De onderste tegels imiteren de franjes van een wandkleed. Deze transformatie van het textielmedium naar een ander medium heeft een lange traditie in kerkversieringen. Het schilderen van gordijnen op muren is niet een nieuwe traditie, het was al gebruikelijk in de klassieke oudheid. Hoewel het aantal overgebleven voorbeelden relatief beperkt is het voldoende is te suggereren dat het concept van het schilderen van gordijnen op muren zowel een aanzienlijke populariteit genoot als een brede geografische spreiding.[2] In de afbeelding is de de Kerk van S. Maria te zien, de onderste helft van de afbeelding toont duidelijk een rij gordijnen, wat veel lijkt op hoe de onderkant van de tegels in het koor een rij kwasten verbeeldt.

Wat wel nieuw is is het gebruik van tegels om gordijnen af te beelden. Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat Mengelberg altijd al op de een of andere manier een textiel wilde afbeelden en het gebruik van tegels vooral een vertoon van rijkdom was. Of het kan zijn dat hij zich bij het ontwerpen van de tegels heeft laten inspireren door deze middeleeuwse muurschilderingen. Helaas is deze informatie niet bekend.

BRONNEN

Afbeeldingen:

  1. Volbach, W. F. “Oriental Influences in the Animal Sculpture of Campania.” The Art Bulletin 24, no. 2 (1942): 172–80. https://doi.org/10.2307/3046817.
  2. Osborne, John. “Textiles and Their Painted Imitations in Early Medieval Rome.” Papers of the British School at Rome 60 (1992): 309–51. http://www.jstor.org/stable/40311151.

Koormuren – symboliek

Symboliek

Over de symboliek achter de tegels is helaas niet veel bekend, in de database van het Museum Catharijneconvent worden ze beschreven als honden en draken, maar waarom op deze tegels honden en draken staan ​​afgebeeld wordt niet vermeld. De enige beschikbare informatie die zij hebben is dat Mengelberg zich liet inspireren door textiel.

Op de tegels kun je een herhalend patroon van twee verschillende soorten medaillons zien. Elke vier tegels samen vormen of wel een blauw medaillon met 2 honden met een halsbanden met hun lichamen van elkaar af gericht en hun hoofden naar elkaar gericht. Of een rood medaillon met draakachtige wezens in een vergelijkbare positie, hun staarten verstrikt. Het geheel is verbonden met rozetten en andere decoratieve motieven. De muur heeft nog een interessant detail. De onderste vier rijen tegels vormen een patroon dat de kwastjes van een gordijn imiteert. Hierdoor lijkt het bijna alsof het koor omgeven is door een wandtapijt. Dit kwasten patroon loopt door naar de muren van het transept, wat laat zien dat alle muren deel uitmaken van één groots ontwerp.

Een mogelijke verklaring voor de keuze om draken op de tegels weer te geven zou kunnen zijn dat dit verwijst naar de St. Michaël die vaak wordt afgebeeld terwijl hij draken doodt. St. Michaël is de patroonheilige van Zwolle en de zegel van Zwolle toont een afbeelding van Michael die een draak doodt.[1]

Over het algemeen is in het christendom de draak een symbool van het kwaad. In het boek Openbaring 12:9 kan men lezen: “En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang die duivel en satan wordt genoemd.”[2] In middeleeuwse bestiarium wordt de duivel vergeleken met een draak, omdat hij de ergste van alle slangen is.[3] Het is een mogelijkheid dat de afbeelding van de draken een herinnering is aan het kwaad.

Dit zou dan ook een verklaring kunnen zijn voor de afbeelding van de honden, in middeleeuwse bestiarium hebben honden het vermogen om wonden te helen door ze te likken, wat zou vertegenwoordigen hoe de wonden van een zonde kunnen worden genezen door te biechten. Verder kunnen honden niet leven zonder mensen en zijn ze loyaal tot aan de dood. In de middeleeuwse kunst worden honden vaak afgebeeld als symbolen van loyaliteit en bescherming.[4] Een mogelijkheid voor het afbeelden van honden naast de draken is dat ze bescherming bieden tegen de draak. Ze zijn een positieve kracht om de negatieve van de draak in evenwicht te brengen. Ze zouden gezien kunnen worden als een vorm van bescherming van de heilige ruimte van het koor.

Het is echter niet helemaal duidelijk of deze figuren daadwerkelijk draken en honden zijn. De hoofden van de figuren lijken nogal haan achtig, en ze lijken een kam te hebben en de streep onder hun kin zou een lel kunnen voorstellen. Dit zou kunnen betekenen dat hier in plaats van een draak een basilisk is afgebeeld. Deze wezens werden vaak afgebeeld als een combinatie van een slang en een haan. Basilisken werden beschouwd als kwaadaardige wezens, ze waren zo slecht dat alleen hun blik genoeg was om je te doden.[5] Dit zou ook de figuren kunnen verklaren die we voorheen als honden beschouwden. In de bestiarium wordt beschreven dat het enige wezen dat een basilisk kan doden een wezel is. In de meeste middeleeuwse kunst zien wezels er meer uit als honden of vossen.[6] Wat de mogelijkheid creëert dat de figuren geen honden zijn maar wezels. Dit zou de basilisk in evenwicht brengen, de verbinding tussen goed en kwaad zou nog sterker zijn dan die met de draak en de hond.

Desalniettemin, zelfs als de interpretatie van de basilisk en de wezel goed past, is de kans klein dat hier een wezel wordt afgebeeld. De figuren hebben geen lange staarten en hebben lange benen, daarnaast lijken ze een halsband om te hebben. Voor de symboliek verandert er echter niet veel of er nou een draak of een basilisk wordt afgebeeld het maakt weinig verschil. Zowel de basilisken als de draak hebben een connectie met de duivel en Satan en zowel de hond als de wezel zouden als hun positieve tegenbeelden kunnen worden beschouwd.

Maar helaas blijft het helaas niet meer dan speculatie wat deze dieren voorstellen en waarom ze werden gekozen om het koor te versieren.

BRONNEN

Afbeeldingen:

  1. “De Stad Zwolle.” De stad Zwolle | Gemeente Zwolle. https://www.zwolle.nl/vrije-tijd/kunst-en-cultuur/historie/de-stad-zwolle.
  2. “Revelation 12:9 ESV .” Biblia. https://biblia.com/bible/esv/revelation/12/9.
  3. Schrader, J. L. “A Medieval Bestiary.” The Metropolitan Museum of Art Bulletin 44, no. 1 (1986): 1–55. https://doi.org/10.2307/3258963.
  4. “Dog .” Medieval bestiary , January 16, 2011. http://bestiary.ca/beasts/beast181.htm.
  5. “Basilisk .” Medieval bestiary , January 16, 2011. http://bestiary.ca/beasts/beast265.htm
  6. “Weasel .” Medieval bestiary , January 16, 2011. http://bestiary.ca/beasts/beast150.htm