Alle berichten van John Wennips

Maria met het Kind in zilver

Maria met het kind

Gert de Kok

Deze Maria met het Kind toont ons de ambities en identiteitsvorming van het rooms-katholicisme in de 19e eeuw en de huidige plek van het christelijke geloof in Nederland.

In de noordtransept van de Onze Lieve Vrouwe Basiliek te Zwolle, aan de westwand van het gebouw is een bijzonder beeld te vinden. Maria met het Kind in volledig zilver en bezet met allerlei mineralen en edelstenen zoals topaas, robijn, opaal en koraal. Het beeld, 108 cm hoog en gemaakt in 1886 door Hellner, heeft een belangrijke plek in het geloofsleven van de rooms-katholieke parochiaan in Zwolle en tot ver daarbuiten. Deze Maria met het Kind toont ons de ambities en identiteitsvorming van het rooms-katholicisme in de 19e eeuw en de huidige plek van het christelijke geloof in Nederland.

Na 130 jaar een nieuw leven

Maria met het kind buiten de kerk tijdens de 7e Mariaprocessie rond de Onze Lieve Vrouwebasiliek aan de Ossenmarkt te Zwolle, 2013, beeld Harry Plantinga.

Sinds 2007 kent dit beeld een nieuw leven. Tijdens het Mariafeest (15 augustus) – binnen de Rooms-katholieke Kerk, wordt op Maria ten Hemelopneming de opneming van Maria met ziel en lichaam in de hemel herdacht – wordt het beeld in processie rondom de Ossenmarkt gedragen. Tijdens de processie worden er Marialiederen gezongen. Ter afsluiting van de processie wordt er een mis gehouden. Deze Mariaprocessie blijft elk jaar groeien – nieuwsgierigen en gelovigen weten hun weg naar Zwolle te vinden. Zwolle krijgt voor een klein moment de aanblik van een Zuid-Nederlandse stad. Dit beeld geeft zo een nieuwe traditie en geloofsuiting vorm in het hart van Zwolle. ‘“Een processie is een heel mooie manier om ons geloof aan de stad te tonen”, zegt initiatiefneemster Jacintha Lagemaat’ in de Trouw.

‘Prachtig!’ zou je zeggen… mooie traditie, goed voor de lokale parochie en voor de stad. Maar tot 1983 was het helemaal niet toegestaan om in processie door de stad te lopen met een beeld. Eeuwenlang gold er een verordening dat processies verbood. Waar is deze Maria uit 1886 dan voor bedoeld?

Tot 1983 niet gegund

Maria met het Kind is in opdracht gemaakt van de Zwolse broederschap tot Kevelaer. In Kevelaer kwamen veel Nederlandse katholieken uit het noorden van Nederland, omdat juist daar de katholieke geloofsuitingen verboden waren. In Kevelaer, een bedevaartsoord sinds 1642, wordt een bijzondere afbeelding van Maria vereerd. Deze plek ligt in Duitsland vlak over de grens bij Venlo. Kevelaer lag oorspronkelijk in het hertogdom Gelre en maakte daarmee deel uit van de Nederlanden, maar werd na 1713 Pruisisch en vanaf 1870 Duits. Onder Pruisisch bewind heerste er godsdienstvrijheid. Daarom gingen katholieken in grote getale naar deze plek en konden zij hun vieringen en processies in het openbaar houden.

Waar dit eerst in huifkarren en te voet gedaan moest worden – een grote inspanning die tot 8 dagen kon duren – maakte de komst van de trein de bedevaart op verschillende manieren makkelijker. Allereerst waren treinkaartjes goedkoop en was je door versnelde reistijden minder langer van huis – het werd dus toegankelijker voor armen. Daarnaast werden de processies minder politiek geladen. De openlijke vertoning van katholieken met hun godsdienstige uitingen kon namelijk niet op veel steun rekenen bij niet-katholieken. De protestanten konden moeilijk accepteren dat naast de protestantse religie het katholieke haar plek in de publieke ruimte opeiste. Ze zagen in de processies de macht van de paus en waren bang dat de katholieken het land terug wilden veroveren op de protestanten. In een afgesloten treinwagon is het dan allemaal net wat makkelijker. Wat hetzelfde blijft zijn de liederen die worden gezonden om de tocht door te komen en ritueel vorm te geven.

Eerste pagina van het boekje (1907) dat gebruikt werd tijden de processiebedevaarten naar Kevelaer. In de programmaboekjes werd verwezen naar liederen die hier te vinden zijn. Uit het Historisch Documentatiecentrum Overijssel.

Er waren waarschijnlijk zo’n vijftig processies per jaar vanuit Nederland naar Kevelaer. De broederschappen telden zo’n 100.000-200.000 leden op een bevolking van 1,5 miljoen. Grote getalen van de Nederlandse bevolking gingen dus op bedevaart … waaronder de Zwolse katholieken.

De eerste bedevaart richting Kevelaer vanuit Zwolle dateert uit 1779. Een jaar later wordt het Zwolse broederschap opgericht. De bedevaart naar Kevelaer werd verbonden aan deze Broederschap. Je zou dit kunnen zien als een aanjager van de processie en de organisatie daaromheen. In een boek dat de Broederschap in 1785 uitgaf ter stimulering van persoonlijke spiritualiteit wordt dit benadrukt door een pastor uit Antwerpen: ‘De broederschappen moeten aensien worden, als bequaeme middelen, om malkanderem op te wecken tot het goed, de eere en lof van Maria te vermeerderen , wel en christelyk te leven, en van elkanders verdiensten deelachtig te worden…’

Broederschappen in de 19e eeuw zijn dan ook volkser dan hun middeleeuwse voorlopers – en daarmee veel groter. De Zwolse Broederschap had bijvoorbeeld in de periode 1837-1871 tussen de 1576 en 2023 leden. En in 1886 – toen het nieuwe Mariabeeld gereed was – kocht de Broederschap wel 1165 spoorkaarten in voor alle bedevaartgangers en werden er 940 programmaboekjes gedrukt. Een massale tocht dus naar Kevelaer, Duitsland. Onderzoekers zien in de opkomst van de Broederschappen ook wel versterkers van de katholieke identiteit en een teken van het ultramontanisme.

Programmaboekje voor de bedevaartsprocessie naar Kevelaer te 1899. Uit het Historisch Documentatiecentrum Overijssel.

Ambities tot over de bergen

Ambities tot over de bergen

Tijdens de bedevaarten naar Kevelaer, die drie dagen duurde (in 1899), werd het beeld van Maria en het Kind uit de Onze Lieve Vrouwe Kerk per trein meegenomen. Een pastoor begeleidde de bedevaartgangers en ging voor in de mis te Kevelaer. Er was een afsluitende dienst in Zwolle na afloop van de bedevaart. Wat maakte nu dat eerder zilveren beeld van Maria -in 1862 door pastoor Van Kessel geschonken – niet meer aan de “eisenen van de goede smaak en nog veel minder aan die van den gothieken stijl” voldeed en moest worden vervangen door een nieuwe?

Zoals elke kunst is ook de religieuze gevoelig voor de mode. Die verandert nu eenmaal. Wat echter een belangrijker motief voor dit nieuwe beeld is de neogotiek. Deze stijl is een verwijzing naar de tijd de westelijke christenheid nog algemeen het eenhoofdig gezag te Rome aanvaardde. Zij grijpt in haar ontwerpen terug op de Middeleeuwen. In de 19e eeuw van Nederland geeft deze stijl dan ook aan dat de katholiek zelfbewuster is. Ze vormt haar identiteit aan de hand van haar eigen verleden …. toen ze sterk was. De opkomst van nieuwe neogotische kerken – na 1853 – en de langzame verandering van sommige kerkelijke interieurs in neogotische stijl markeren een nieuwe identiteit. Een identiteit die politiek gevoelig ligt.

Het ultramontanisme (letterlijk: over de bergen) is een leer binnen het Rooms-katholicisme die de autoriteit van de paus in zaken van geloof en discipline benadrukt. Paus Pius IX (paus van 1846-1878) was van deze richting. Hij benadrukte het ketterse karakter van de protestantse geloofsrichting en noemde de Nederlanden “het rijk van Holland en Brabant” … alsof sinds de Middeleeuwen er niets veranderd was. De nieuwe bisschopseed voor Nederland was dan ook: “Ik zal de ketters, scheurmakers en tegenstanders van de Heer (d.i. de Paus) of zijn opvolgers, zoveel in mijn vermogen is, vervolgen en bestrijden” (Rasker, vertaling van Latijn in voetnoet 18, p. 475).

De versterking van de hiërarchie en de invloed van het ultramontanisme is terug te vinden in de broederschappen. Zo ook die van Zwolle. Waar zij al in 1780 is opgericht wordt ze in 1856 door de aartsbisschop van Utrecht overgeplaatst, verbonden, aan de Onze Lieve Vrouwe Kerk – met bijzondere machtiging van paus Pius IX. In 1860 wordt er een nieuw reglement opgesteld waarin het eerste artikel gaat over de rol van de pastoor: niet alleen meer leken in het bestuur, pastoor ‘is Directeur der Broederschap en wordt bijgestaan’ door minstens twee anderen die gekozen worden.

De protestanten kunnen niet wennen dat het land niet meer protestants is … ultramontanisten ontkennen dat het ooit protestants is geweest. Of zoals Margry het treffend samenvat: “In zijn algemeenheid werd gevoeld dat het processieverbod een dam moest vormen tegen de ‘ultramontaanse aanmatiging’ die niet alleen het herstel van de hiërarchie voor ogen had gehad, maar ook een verdere ‘verovering’ van de publieke ruimte. De toename van in Nederland tot dan toe weinig gebruikelijke rituelen werd namelijk beschouwd als een vanuit Rome gestuurde uitbouw van het liturgische repertoire.”

Kerk en staat na 1795

Vanaf 1795 was er een scheiding tussen kerk en staat, maar het herstel van de bisschoppelijk hiërarchie vond in Nederland pas veel later plaats. In 1848 werd door een nieuwe liberale grondwet onder Thorbecke de scheiding tussen kerk en staat en de gelijkgerechtigheid van de verschillende kerken benadrukt. Vanaf toen werden er nieuwe pogingen gedaan om de hiërarchie te herstellen. Vanuit protestantse hoek is dit niet zonder slag of stoot toegelaten. In april 1853 – toen het recht om de hiërarchie te herstellen net gegeven was – werden er 200.000 handtekeningen ingezameld tegen deze beslissing met als grootste reden de waarschuwing tegen het ultramontanisme. Op 14 juni 1853 kwam er een nieuwe wet op de kerkgenootschappen. De overheid kan alleen beperkingen opleggen aan de godsdienstoefening die buiten plaatsvindt in het belang van de openbare orde. Zo is het dragen van gewaden die voor godsdienstige plechtigheden bestemd zijn alleen binnen kerkgebouwen en besloten plaatsen toegestaan. Nederlandse verdraagzaamheid en vrijheid bestaat dus uit zo weinig mogelijk aanstoot geven.

Old boys network met een missie

Old boys network met een missie

Achter Maria met het Kind valt een vijftal invloedrijke katholieken waar te nemen. Katholieken die staan voor een bewust katholicisme gegrond op de Middeleeuwen. Wij zouden het een old boys network kunnen noemen van mensen die elkaar leren kennen en zodoende elkaar opdrachten toeschuiven. De hoofdpersonen achter het beeld zijn op verschillende manieren met elkaar in verbinding te brengen.

Franz Xaver Hellner (1819-1901), streek Wuppertal. Opleiding tot goudsmid. In 1844 is hij getrouwd met enige dochter van goudsmid in Kempen. Zijn bedrijf ‘Establissement Franz Xaver Hellner’ te Kempen is één van de toonaangevende ateliers voor sacrale kunst in het Rijnland. Massaproductie van het establishment werd na 1848 door het proces van galvanisch vergulden vereenvoudigd.

Links: Op het schilderij (1884/1886?) van Henriette Chable is hij afgebeeld met het beeld bestemd voor Zwolle.

Franz Bock (1823-1899), kannunik te Aken en een grote opdrachtgever van Hellner. Bock organiseerd in Krefeld (1852) en Aken (1862) een tentoonstelling van edelsmeedkunst. Hij is één de leidinggevende figuren van de neogotische beweging in het Rijnland.

Friedrich Wilhelm Mengelberg (1837-1919), geboren in Keulen, komt uit een kunstenaarsfamilie. Hij wordt op latere leeftijd katholiek, misschien wel door zijn belangstelling voor middeleeuwse kunst. Aan het einde van zijn opleiding kwam hij de Akense kanunnik en oudheidkundige Franz Bock tegen, die nam hem onder zijn hoedde en wijdde hem verder in de middeleeuwse kunst. Door bemiddeling van Bock komt Mengelberg in 1865 naar Aken. Door bemiddeling van waarschijnlijk Bock maakt hij een bisschopszetel voor de kathedraal in Utrecht. Door kerkelijk autoriteiten later uitgenodigd om in Utrecht te vestigen.

Gerardus Wilhelmus van Heukelum (1834-1910) is dan priester en kapelaan van deze kathedraal te Utrecht. Tijdens zijn studie had hij Bock al eens ontmoet. Hij heeft omlijnde ideeën over kunst: aansluiten bij later gotiek in de lage landen, bijzonder de nederrijnse gebieden. De belangrijkste taak die Van Heukelum voor zich zag was het bijeen brengen kunstenaars die zijn ideeën in de praktijk konden brengen. Mengelberg wordt één van de vier kunstenaars – Utrechts Kwartet genaamd – en wordt door deze connectie aan veel werk geholpen. Tussen 1875 en 1883 wordt er in het aartsbisdom vrijwel geen kerk gebouwd of ingericht waaraan het Utrechts Kwartet niet bij betrokken was. Zo ook in Zwolle.

Otto Spitzen (1823-1889) werd geboren te Steenwijkerwold en stierf in Zwolle. Pastoor Spitzen was een geleerde priester met veel kennis van de kunst. Hij heeft polemieken gehad met de protestantse hoogleraar Hofstede de Groot, met liberale theologen en was zelf zeer orthodox. Hij heeft een artikel geschreven waarin hij de keuze van de kerk verdedigt dat de paus onfeilbaar verklaard is (1869, in boekvorm verschenen in 1870).

Foto van Nederlands Vaticaanse Tentoonstelling in 1887 te Amsterdam. Deze foto is onder andere zien in het archief van de Cuypers familie te vinden via hetnieuweinstituut.nl. Cuypers was net als Mengelberg en invloedrijk persoon in de katholieke identiteitsvorming door zijn neogotieke kerkgebouwen.

Naast deze polemieken hield Spitzen zich bezig met de vernieuwing van de Onze Lieve Vrouwe in Zwolle waar hij vanaf 1866 de pastoor is. Al in 1867 begint hij met de verbouwing van de kerk. Hij heeft correspondentie met Mengelberg – in het Duits – over de stukken en haalbaarheid. Voor honderden guldens worden er beelden en allerlei andere voorwerpen voor de kerk gemaakt. Het jaar 1886 dat Maria met het Kind, gipswerk van Mengelberg en uitwerking door Hellner klaar is, zitten Spitzen en Mengelberg ook in de organisatie van de Vaticaanse Tentoonstelling die in 1887 te Amsterdam gehouden zou worden.

Het doel van deze tentoonstelling laat misschien wel het allerbeste zien op welke manier Maria met het Kind als voorwerp het getuigenis was van katholiek zelfbewustzijn en de verbinding tussen de gezondheid van het katholieke leven en de kunsten. Hierbij een lang citaat uit de krant De Tijd over het doel:

[E]erbiedige hulde aan onzen Opperpriester op zijn gouden priesterfeest (Paus Leo XIII) en tegemoetkoming in de geestelijke behoeften van onze arme broeders in het geloof – kan niet anders dan geestdrift en deelneming wekken bij de Katholieken van Nederland, te recht beroemd om hun gehechtheid aan den Paus zoowel als om hun groote weldadigheid. Geen betere gelegenheid kan hun tevens worden geboden, om aan de Katholieken van geheel de wereld te toonen, hoe met de ontwikkeling van het katholieke leven in Nederland de ontwikkeling van de kerkelijke kunst gelijke tred heeft gehouden (cursivering GdK). […]In deze opgave zal wel ieder katholiek kunstenaar en industrieel voorwerpen en materieelen vermeld vinden, welke hij kan leveren en waarmede hij, dit verkiezende, naar de uitgeloofde prijzen kan mededingen.

Samenvatting: vijf mannen, gedreven door liefde voor kunst, het katholicisme en de paus, vormen een netwerk waarin voorwerpen worden geproduceerd die iets laten zien van het katholieke leven. Doordat de financiële middelen zijn toegenomen, de kerk meer top-down georganiseerd is en de techniek het toelaat zien we een groot aantal kerken veranderd in de mode van neogotiek en worden vele voorwerpen in die stijl gemaakt: waaronder onze Maria met het Kind. In 1887 worden van over de hele wereld kunstwerken gemaakt die geschonken worden aan de paus. Een loyaliteitsverklaring die in het Nederland, waar protestanten nog steeds duidelijk de meerderheid hadden, zeker gevoelig lag.

Mariaprocessie: authentiek en onschuldig

Een Mariaprocessie is nu authentiek en onschuldig

+/- 1965 wordt door Margry bestempeld als belangrijk omslagpunt in de discussie rondom het processieverbod. In deze tijd hielden veel devoties en religieuze rituelen op te bestaan, net als de reacties hierop van niet-katholieken. Echter, pas in 1983 verdwijnt het verbod op processies, waarschijnlijk door voortgaande ontzuiling en deconfessionalisering.

Processie Maria ten Hemelopneming Zwolle 2016

Nu leven we in 2018. Door de grondwetswijziging van 1983 mag er in de stad een Mariaprocessie gehouden worden. Het beeld mag gezien worden, de katholieken mogen gezien worden. Het gevaar van de katholieke ‘herkerstening’ ligt achter ons. De katholieke geloofsuiting symboliseert geen macht meer. En doordat veel mensen geen sterke binding meer met de kerk hebben ontstaat er nieuwe interesse voor spiritualiteit en daarbij behorende rituelen.


Bronnen

archief

  • Archiefnummer 1120.153, Programma der godsdienstoefeningen gedurende de bedevaart der Zwolsche Processie naar Kevelaer, 4-6 september 1899, Historisch Documentatiecentrum Overijssel.·
  • Archiefnummer 1120.157, Historisch Documentatiecentrum Overijssel.·
  • Archiefnummer 1120.219, Tekening van een altaar door W. Mengelberg, 17 april 1882, Historisch Documentatiecentrum Overijssel.· Archiefnummer 1120.371, Reglement voor de Zwolsche Broederschap van Maria tot Kevelaer in de Kerk van Onze Lieve Vrouw Hemelvaart te Zwolle (1860), Historisch Documentatiecentrum Overijssel. ·
  • Archiefnummer 1120.436, Kevelaers-liederen ten gebruike der Zwolsche Processie (1907), Historisch Documentatiecentrum Overijssel.
  • Archiefnummer 1120.582, Kwitanties + 1 ingekomen stuk wegens kerkverfraaiing van W. Mengelberg, 1871 – 1876, Historisch Documentatiecentrum Overijssel.·
  • Archiefnummer 1120.640, Kasboek van ontvangsten en uitgaven, behoorende aan de Zwolsche Broederschap van Maria tot Kevelaer, Historisch Documentatiecentrum Overijssel.·
  • Objectbeschrijving nummer 10495-19, Kerkcollectie digitaal Catherijneconvent.

 websites 

  • Broederschap-Kevelaer-Zwolle-eo. broederschap-kevelaer-zwolle-eo.nl.·
  • Plantinga, “Bijzondere processie Maria ten Hemelopneming.” 15 augustus 2013, Weblogzwolle, https://www.weblogzwolle.nl/nieuws/36346/bijzondere-processie-maria-ten-hemelopneming.html. ·
  • Van Eijsden, “Tweede Mariaprocessie een feit.” 16 augustus 2008, Weblogzwolle, https://www.weblogzwolle.nl/nieuws/8412/tweede-mariaprocessie-een-feit.html.

kranten·

  • “Katholieken mogen weer gezien worden in Zwolle”, 10 augustus 2007, Trouw
  • De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad, 22 oktober 1886. Bezocht via delpher.nl.

 boeken

  • ……. Nuttige oeffening ter eere van Maria, voor het Zwolsche Broederschap opgeregt in het jaar 1780 (Uitgave van de Zwolsche Broederschap: 1785).·
  • J. Rasker, De Nederlands Hervormde Kerk vanaf 1795 (7e druk, Uitgeverij Kok: 2004), 158-162.·
  • Brom, Herleving van de kerkelijke kunst in katholiek Nederland (ARS Catholica, Leiden: 1933).·
  • Pijfer, J. Roes, Memoriale. Katholiek leven in Nederland in de twintigste eeuw (Waanders Uitgeverij, Zwolle: 1996).·
  • A. Spitzen, De ontwikkeling der kerkleer en ’s Pausen onfeilbaarheid een woord voor onze dagen, ook bepaald in antwoord op het bekende stuk van Mgr. Dupanloup, (Henri Bogaerts, ’s Hertogenbosch/Amsterdam: 1870).·
  • de Coninck, P. Dirkse, Roomsch in alles. Het rijke roomse leven 1900-1950 (Waanders Uitgeverij, Zwolle: 1996).·
  • J. Margry, Teedere quaesties: religieuze rituelen in conflict (Uitgeverij Verloren, Hilversum: 2000), 261-330, 371-408, 421-425.

artikelen

  • J. Looyenga, ‘Heukelum, Gerardus Wilhelmus van (1834-1910)’, in Biografisch Woordenboek van Nederland. URL:http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn2/heukelum [12-11-2013]·
  • J. Looyenga, ‘Mengelberg, Friedrich Wilhelm (1837-1919)’, in Biografisch Woordenboek van Nederland. URL:http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn2/mengelbergfw [12-11-2013]·
  • B. A. Tangelder, “Otto Spitzen”, uit Overijsselse Portretten Jubileumbundel 1958, bezocht via wieiswieinoverijssel.nl, laatst bijgewerkt in april 2014.·
  • van Biervliet, “Pugin, Hellner en Bethune in een neogotisch jubeljaar,” in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiendenis, Vol. 132, Nr 1-2 (1995).· Rooms-katholieke religieuze broederschappen in Nederland in de 19e eeuw. 19e eeuwse broederschappen als studieobject, Resources Huygens KNAW, http://resources.huygens.knaw.nl/broederschappen/gids/inleiding/negentiendeeeuw

Scholen bezoeken de basiliek

Zwolse basisscholen kunnen met groep 7 en 8 gratis de Peperbustoren beklimmen en een speurtocht door de basiliek houden. Voor meer informatie over deze gratis deelname kun je terecht op de website van Stadkamer

Aanmelden voor deelname aan beklimming en rondleiding bij de basiliekwacht

De handleiding voor de leerkracht en het antwoordenblad moet je in voldoende aantallen zelf meenemen. Printen kan via de volgende link:
OLV Basiliek Spel HANDLEIDING LEERKRACHT
OLV Basiliek Spel ANTWOORDBLAD PRINTEN

Tableau met Keltische kruisen

Een nieuw leven voor een altaartafel

Van altaar in de Michaëlkerk naar kunstwerk in de Basiliek

 Mirjam Deckers

Vele Zwollenaren zullen zich de Sint Michaëlkerk nog herinneren, de rooms-katholieke parochie die een geschiedenis van ruim 1000 jaar in de stad had, tot haar laatste kerkgebouw in 2005 definitief moest sluiten. Nu hangt er aan de linkerwand van het schip van de Zwolse Basiliek een bijzonder stenen tableau met daarin negen Keltische kruisen gebeiteld. Nog het meest bijzondere is dat dit oorspronkelijk de altaartafel uit de laatste Michaëlkerk is geweest. Dat maakt het kunstwerk niet alleen esthetisch interessant, maar geeft het ook een zeer boeiende en bewogen geschiedenis. 

Het oorspronkelijke altaar werd waarschijnlijk gemaakt voor de nieuwe kerk van de Michaëlparochie aan de Middelweg in 1964[1], een tijd waarin er geen einde leek te komen aan de bloei van de rooms-katholieke kerk in Zwolle en in Nederland in het algemeen. Krap veertig jaar later heeft de leegloop van de kerken genadeloos toegeslagen en werd de parochiaan gedwongen afscheid te nemen van het altaar waaraan hij of zij jarenlang het centrale ritueel van de kerk heeft beleefd: de heilige communie. De altaartafel werd echter niet bij het grofvuil gezet, maar kreeg door Beeldhouwgroep Beernink[2] uit Hattem een heel nieuw tweede leven als markant kunstwerk. Deze pagina’s vertellen het verhaal van deze bijzondere geschiedenis. 

Algemene gegevens

Collectienummer: 10495-156

Locatie: Linkerwand schip

Materiaal: Muschelkalk (natuursteen), hout

Makers: Beeldhouwgroep Beernink (Hattem) o.l.v. Dries Jonker. Beeldhouwers: Dries Jonker, Leida Koridon, Brondt Andreae, Nelleke Bijsterveld, Aart Elkink, Jan Haanstra, Leo Oosterloo

Jaar: 2008

Locatiegeschiedenis: 

·         (waarschijnlijk) 1964-2005: Sint-Michaëlkerk, Middelweg, Zwolle

·         2005-2008: depot steenhouwerij Beernink, Hattem

·         2009-2014: Verrijzeniskerk, Zwolle

·         V.a. ca. 2015: Onze-Lieve-Vrouw-Basiliek, Zwolle
[1] Vreemd genoeg wordt nergens melding gemaakt van de wijding van het altaar, waardoor er momenteel nog gezocht wordt in de kerkdocumentatie in archieven. Echter, door het vergelijken van fotomateriaal uit het boek Mensen van een mondig geloof van H.A. Stalknecht vermoed ik zelf dat het altaar in 1964 in gebruik is genomen, toen de parochie naar de Middelweg verhuisde. Het archiefonderzoek via het KDC en Pia Verhoeven, kunstconsulente van het aartsbisdom Utrecht, is op het moment van schrijven nog bezig.
[2] Tot 2015 en dus ook ten tijde van dit project werkte Beeldhouwgroep Beernink in Multifunctioneel Centrum De Marke in Hattem. Tegenwoordig werken zij in Steengoed Atelier Beernink. Sinds 2016 is de groep opgegaan in het Beeldhouwersgilde Hattem. Ik dank secretaris Leida Koridon, tevens één van de kunstenaars, voor deze informatie. 

Een zesarmige kandelaar met een katheder

Gilbert Mbewe

In de rooms-katholieke Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Zwolle zijn twee zeer grote, koperen zes armige kandelabers waaraan een lessenaar is bevestigd. Elke kandelaar heeft een ronde, gebogen voet, rustend op drie zittende leeuwenfiguren. Op het bovenste gedeelte zijn de zes armen van de kandelaar symmetrisch gerangschikt en onderling verbonden door schuin op het frame gemonteerde beugels, inclusief gotische randen. Aan de randen van de lekbakken van de kaars verschijnt een soort gesloten drie-patroon. In het midden van elk van de kandelaars staat een koperen engel die naar de lessenaar wijst. Halverwege de schacht van elke kandelaar is een lessenaar geplaatst; de lessenaar is versierd met uitgesneden cirkels.

Smid

Deze ongelooflijke prachtige zesarmige kandelaar met een lessenaar werd gemaakt door Gerard Bertel Brom in het jaar 1877 en werd speciaal gemaakt voor de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Zwolle. Gerard Bertel Brom (1831-1882) werkte als koperslager bij Van Kempen in Utrecht. Hij maakte onder andere kerkschepen in neogotische stijl. Gerard Brom was betrokken bij de bouw en inrichting van een groot aantal kerken.

De kandelaar is ontworpen door Friedrich Wilhelm Mengelberg (1837-1919), die de kerk had ingehuurd om alle stukken voor het interieur van de basiliek te ontwerpen. Het was in F. W. Mengelberg Workshop in Utrecht dat de objecten werden vervaardigd. Mengelberg was actief als maker van religieuze beeldende kunst. Hij vormde de Mengelberg-werkplaats, waarin steeds meer kunstenaars aan het werk kwamen en voornamelijk interieurs produceerden voor kerken zoals preekstoelen, hoge altaren, biechtstoelen, communiebanken en kruisweg. Het is in deze werkplaats in Utrecht dat Brom in 1877 de lessenaar maakte.

Betaling 


De twee zesarmige kandelaars met een lessenaar zijn gemaakt van messing en zijn ongeveer 320 cm lang en 74 cm breed. Ze werden betaald door twee zussen als onderdeel van hun bijdrage aan de kerk. De namen van de zusters worden vermeld in inscripties op elke kandelaar. Die aan de linkerkant van de basiliek werd betaald door Joanna Elisabeth Kleinefeldt; die aan de rechterkant werd betaald door haar zus EMH Kleinefeldft Dewael. Gezien hun zeer grote omvang is de verwachting dat ze erg duur zouden zijn geweest, maar het is niet precies bekend hoeveel voor elk is betaald.

Het gebruik van de kandelaar

De kandelaar aan de noordkant (dat wil zeggen links vanuit het gezichtspunt van de gemeente, maar rechts vanuit het gezichtspunt van het altaar) is waar de diakenen of priester het evangelie tijdens de mis lazen en andere taken verrichtten dit is de plaats van de diaken. De preek wordt soms door de priester of door de bisschop van hieruit uitgesproken.De kandelaar aan de zuidkant (dat wil zeggen rechts vanuit het standpunt van de gemeente, maar links vanuit het gezichtspunt van het altaar) werd gebruikt toen de diaken of priester de brief las tijdens de mis tegenover het schip (de lange centrale deel van de kerk waar de meeste zitplaatsen zijn) en andere delen werden gelezen.

Kerkschatten

Hier bent u op de juiste plaats om meer te weten te komen over de wonderlijke verhalen van kerkschatten in de Onze Lieve Vrouwe Basiliek te Zwolle. Deze eeuwenoude kerk heeft een rijke geschiedenis die verteld kan worden aan de hand van haar kerkschatten. Elk voorwerp heeft zijn eigen verhaal en betekenis voor de katholieke gelovige, maar bijvoorbeeld ook voor de stad Zwolle.

Het crucifix

Zo symboliseert het schijnbaar eenvoudige, oude crucifix een wereld van rechtspraak in de middeleeuwen: het crucifix ging voorop in de processie naar de executieplaats.

Kandelabers

Voor in de kerk staan twee prachtige koperen kandelabers.

gesamtkunstwerk

De vorm van de kerk als geheel door de eeuwen heen en de veranderingen die daar mee samenhangen.

Schrijn

kist Thomas á Kempis met zijn gebeente.

Het gebeente van Thomas à Kempis rust in een houten reliekschrijn in 1674 vervaardigd door Hermannus van Arnhem

Mariavaandel

Het Mariavaandel meegedragen in de processie van 15 augustus

Biechtstoel

In de Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming te Zwolle zijn twee biechtstoelen aanwezig. De negentiende-eeuwse biechtstoelen zijn rijkelijk gedecoreerd met verschillende houtsnijwerken.

St. Michaël

Aartsengel Michaël is vervaardigd door Frerick Reynerse in 1615 voor de Diezerbuitenpoort. Het beeld staat tegen de noordelijke wand van het schip.

Maarschalkerweerdorgel

Het hoofdorgel is een bijzonder erfgoed. Het is nog steeds een levend muziekinstrument dat wekelijks gebruikt wordt in de eredienst.

Franciscus van Assisi

Dit eikenhouten beeld is 108 centimeter hoog en 40 centimeter breed en al ruim 200 jaar in het bezit van deze basiliek.

Kerkvaders

In het koor van de Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming Basiliek te Zwolle hangen beelden van de vier Westerse Kerkvaders: Ambrosius, Augustinus, Hiëronymus en Gregorius. Ze hangen in paren van twee aan de noord- en zuidwand van het koor. 

Koormuren

De muren zijn de achtergrond maar hebben ook een verhaal te vertellen, hier het verhaal van de prachtige tegels.

Lampas Charitatis

Het ziekenhuislogo van de Weezenlanden bevat veel christelijke symboliek

Kruizen

Het tableau met Keltische kruizen is veel moderner: het laat iets zien van de kerkelijke reorganisatie die de parochie van Zwolle in de afgelopen jaren heeft meegemaakt.

Epitaaf

Thomas a Kempis Epitaaf

De houten epitaaf is een maquette die nooit is uitgevoerd. Het bevat veel verwijzingen naar Thomas a Kempis..

Christus aan het kruis

Dit kunstwerk heet eenvoudigweg Christus aan het Kruis. De hoofdfiguur van het schilderij is Jezus Christus, gekleed in niets anders dan een lendendoek en met een doornenkroon, hangend aan het kruis op Golgotha.

Hemelkoningin

Maria Hemelkoningin. Een 15e eeuws neogotisch eikenhouten beeld van Maria met Kind. Maria staat als Hemelkoningin op een maansikkel.

Doopvont

Een messing doopvont ontworpen door Friedrich Wilhelm Mengelberg (1871)en gemaakt door Gerard Brom (1872)

Ciborie-altaar

Een ciborium-altaar is een altaar dat overdekt wordt door een ciborium – een altaar overkapping op vier steunpunten.

De bovenstaande artikelen zijn beschrijvingen van kerkschatten gebaseerd op onderzoek van Groningse studenten. De studenten van de Faculteit van Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap, gegeven door Dr Andrew Irving en Dr Elena Mucciarelli.

Laat u meenemen door de verhalen van de kerkschatten in de Onze Lieve Vrouwe Basiliek.

Het Moordenaarskruis

De roerige geschiedenis van een religieus object

Juliet Resch

Het Moordenaarskruis is een eikenhouten crucifix, gemaakt in de late veertiende eeuw. Tegenwoordig is het te bewonderen in de Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming basiliek in Zwolle. Het crucifix hangt daar aan de noordwand van het koor. Dit object is echter niet altijd gebruikt als decoratie. Zo werd het tot in de zestiende eeuw waarschijnlijk meegedragen met processies waarbij veroordeelden naar de plaats van executie werden gebracht. Vandaar de naam: het Moordenaarskruis.

1. Het Moordenaarskruis
Op deze foto is duidelijk te zien dat de kleur van de armen verschilt met de kleur van het lichaam. Dit suggereert dat de oorspronkelijke armen op den duur vervangen zijn. Het is goed mogelijk dat er een andere houtsoort gebruikt is voor de nieuwe armen.

Het Moordenaarskruis is één van de oudste objecten van de basiliek in Zwolle. Volgens kunsthistoricus Désiré Bouvy is het gemaakt tussen 1375 en 1400 [1]. Deze conclusie is gebaseerd op de manier waarop de plooien van het lendendoek, het gezicht van Christus, en de voeten zijn uitgesneden. Helaas weten we niet precies wie het crucifix heeft gemaakt. Wel mogen we aannemen dat het gemaakt is in Zuid-Nederland.  Houtsnijwerk was namelijk een bloeiende kunstvorm in het hertogdom Brabant en in het gebied rond de Maas in de Hoge en Late Middeleeuwen [2].

Wanneer we het crucifix van dichtbij bekijken, zien we dat het lichaam van Christus uit één stuk hout is gesneden. De armen werden echter later toegevoegd. Dit was de normale gang van zaken bij het vervaardigen van crucifixen [3]. Deze werkwijze maakte de armen echter wel kwetsbaar. Het is dus niet verrassend dat de huidige armen van Jezus op dit crucifix niet origineel zijn (zie afbeelding 1). De armen van Christus zijn echter niet de enige delen die in de loop der tijd zijn vervangen. Ook het kruis waaraan Jezus hangt is niet het oorspronkelijke, middeleeuwse kruis. Verder heeft er in het verleden een gat in Christus’ borst gezeten met daarin een reliek van het Heilige Kruis. Dit reliek is echter in de jaren zeventig gestolen waarna het gat werd gedicht. Het Moordenaarskruis heeft al met al in de loop der jaren heel wat meegemaakt.

In de Middeleeuwen

Zoals in de introductie over het Moordenaarskruis al aan de orde kwam, is dit crucifix gemaakt in de late veertiende eeuw. In die tijd was Zwolle een welvarende stad waarin handel en nijverheid konden bloeien [4]. Als gevolg nam het aantal inwoners in de stad toe. Het waarborgen van orde door het stadsbestuur was dan ook van groot belang. Wangedrag werd bestraft door middel van boetes, lijfstraffen, of verbanning. Lange gevangenisstraffen kwamen in die tijd niet vaak voor; gevangenen kostten immers geld. Voor zeer zware misdaden, zoals moord, verkrachting, sodomie, en (in sommige gevallen) diefstal, kon men de doodstraf krijgen [5]. De doodstraf, in de meeste gevallen door middel van ophanging of onthoofding, werd niet vaak uitgevoerd. Was dit wel het geval, dan betrof het vaak misdadigers van buiten de stad [6]. In eerste instantie werden executies alleen uitgevoerd binnen de stadsmuren. Vanaf ongeveer 1438 was er echter ook een executieplaats buiten de muren van Zwolle.

Korte ademhalingssteeg, Zwolle

Zoals in iedere samenleving in middeleeuws Europa het geval was, had de Kerk een grote invloed op het dagelijks leven in Zwolle. De Kerk hield zich echter niet alleen bezig met het zielenheil van de brave burgers, maar ook met het zielenheil van veroordeelden. Zo bezocht een geestelijke de nacht voor de executie de veroordeelde in zijn of haar cel. In Zwolle waren deze cellen te vinden in de kerkers van het oude stadhuis aan de Sassenstraat. De geestelijke zat, bad, en zong met de veroordeelde, praatte met hem of haar over het geloof, en bood de nodige steun [7]. De volgende morgen begeleidde een priester de veroordeelde door de stad naar de plaats van executie: de Grote Markt van Zwolle. Het was van de kerker naar het schavot maar een korte wandeling (250 – 300 meter) voordat de ter dood veroordeelde de laatste adem zou uitblazen. Het is daarom goed mogelijk dat de verbinding tussen de Sassenstraat en de Grote Markt om deze reden de “Korte Ademhalingssteeg” heet [8].

Tijdens de processie speelde het Moordenaarskruis een belangrijke rol. Het bevond zich vooraan de stoet en werd hoog in de lucht gehouden, waarschijnlijk door een bediende van de priester. De veroordeelde kreeg op deze manier de gelegenheid om voor de laatste keer vergeving van zijn of haar zonden te vragen aan God. Het Moordenaarskruis kan dus gezien worden als een medium dat een persoonlijk moment creëerde tussen de veroordeelde en God [9]. Hier moet echter wel een kanttekening bij geplaatst worden. Hoewel het crucifix in de volksmond het “Moordenaarskruis” wordt genoemd, zijn er (tot nu toe) geen bronnen uit de Middeleeuwen bekend die het grimmige gebruik ervan ook daadwerkelijk bevestigen. Toch mag de kracht van mondelinge overlevering niet onderschat worden. Tot het tegendeel bewezen is, mogen we voorzichtig aannemen dat het crucifix inderdaad tijdens processies werd meegedragen. 

Het Moordenaarskruis was dus zeer waarschijnlijk een object dat de geestelijkheid van Zwolle gebruikte om mensen te helpen hun dood op een devote manier tegemoet te treden. Maar waarom werd dit zo belangrijk gevonden? 

3. Een middeleeuwse kaart van Zwolle (1581). De rode lijn geeft de weg aan die de veroordeelden waarschijnlijk liepen.
Bron: http://historic-cities.huji.ac.il/netherlands/zwolle/maps/braun_hogenberg_III_35_b.jpg (geraadpleegd op 10 oktober 2018).

Volgens het laat middeleeuwse wereldbeeld was het bestaan op aarde maar tijdelijk. Van groter belang was het eeuwige leven daarna, hetzij in de hemel, hetzij in de hel [10]. Iedere christen (zelfs criminelen) kon gered worden van de hel. Hier stond wel iets tegenover: men moest worden gereinigd van zonden in het zogeheten vagevuur [11]. De duur en intensiteit van het verblijf in het vagevuur hing van verschillende factoren af, waaronder de wijze waarop iemand had geleefd. Wat echter ook van groot belang was, was het feit of iemand al dan niet spijt van zijn of haar zonden had getoond op het moment van overlijden. Het Moordenaarskruis hielp een veroordeelde al met al met het laatste.

Tijdens de Reformatie

4. Het Moordenaarskruis
Bron: Museum Catharijneconvent, Kerkcollectie digitaal: Erfgoed in Kerken en Kloosters. Zwolle, Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming.

In het hoofdstuk “Het Moordenaarskruis… in de Middeleeuwen” werd al geconstateerd dat het redden van de ziel van groot belang was (en is) voor het christelijke wereldbeeld. Dit kunnen we ook terugzien in het Moordenaarskruis zelf. We zien een halfnaakte Christus, hangend aan het kruis: een duidelijke verwijzing naar de Passie. Zijn hoofd met daarop de doornenkroon kantelt naar zijn rechter schouder, zijn ogen zijn gesloten. Zijn hele houding suggereert dat hij stervende is. De fysieke kwelling van Christus is duidelijk benadrukt; een kenmerk van bijna alle crucifixen gemaakt vanaf de twaalfde eeuw [12]. De nadruk op het lijden van Christus werd echter niet als negatief ervaren. Het werd juist gezien als bewijs van Christus’ goddelijke liefde en de reden voor de menselijke verlossing. Het Moordenaarskruis was daarom een krachtig symbool voor hoop op een eeuwig leven in de hemel.

5. Philips van Spanje

De fysieke en materiële vormen van devotie, waar het Moordenaarskruis een goed voorbeeld van is, werden bekritiseerd in de zestiende eeuw. De volgers van een nieuwe stroming binnen het christelijk geloof, de protestanten, begonnen zich te verzetten tegen de verering van afbeeldingen en relieken. Ook in Zwolle werd dergelijke kritiek geuit. In het begin van de Reformatie was de steun voor het protestantisme echter nog gering. Het overgrote deel van de inwoners van Zwolle gaf de voorkeur aan de “vertrouwde” religieuze traditie. In de rest van Nederland, en dan met name in het zuiden, won de nieuwe godsdienst wel snel terrein. Deze ontwikkeling viel niet in goede aarde bij koning Filips II van Spanje (1527 – 1598), een gepassioneerd katholiek en tevens heer der Nederlanden sinds 1555. Zijn reactie was dan ook de vervolging van ketters. Als gevolg maakte het stadsbestuur van Zwolle op 16 december 1560 bekend dat zij deelnemers aan geheime, protestantse bijeenkomsten in het vervolg streng zouden vervolgen. In werkelijkheid werd echter niet één van de gearresteerde protestanten ter dood veroordeeld, enkel verbannen [13].

In andere delen van de Nederlanden werd de vervolging van ketters een stuk serieuzer genomen, tot groot ongenoegen van de Nederlandse bevolking en de adel. Op 5 april 1566 richtte een deel van de adel zich dan ook tot Margaretha van Parma (1522 – 1586), de halfzus van Filips en door hem benoemd tot landsvrouwe van de Nederlanden. Zij boden Margaretha het zogenaamde “smeekschrift” aan, waarin ze hun afkeur over de kettervervolgingen lieten blijken en vroegen om een milder beleid. In afwachting van het antwoord van Filips, stemde Margaretha in [14]. Hoewel van volledige vrijheid voor het protestantisme geen sprake was, werd dit wel door velen zo opgevat. De protestanten begonnen openlijk te preken, vaak in de open lucht. De toon van deze hagenpreken werd steeds feller, met als gevolg de vernieling van vele religieuze afbeeldingen, standbeelden en monumenten in augustus en oktober 1566. Een reactie van Filips op deze beeldenstorm bleef niet uit. Hij zond de hertog van Alva samen met een groot leger naar Brussel om orde op zaken te stellen. In plaats van de opstand te onderdrukken, verergerde de situatie in Nederland alleen maar, met als resultaat de Tachtigjarige Oorlog (1568 – 1648).

De situatie in Zwolle was in eerste instantie redelijk vredig. Tijdens de beeldenstorm van 1566 bleven de objecten van de kerken in en om Zwolle ongedeerd. Blijkbaar werd eendracht in de stad belangrijker gevonden dan agressieve uitingen van religieuze tegenstellingen [15]. Deze politieke en religieuze harmonie bleek echter tijdelijk. Onderdrukte spanningen kwamen tot een uitbarsting op 15 juni 1580 met als gevolg een kleinschalige burgeroorlog. De katholieken dolven het onderspit. In de dagen daarna werden verschillende huizen van belangrijke katholieke burgers bestormd en geplunderd, evenals verschillende kerken. Vanaf 1581 was het openlijk uitoefenen van het katholieke geloof verboden.

6. Een afbeelding van de vernieling van religieuze beelden in Zurich, 1524

Na de beeldenstorm

Tijdens de beeldenstorm, een gevolg van de Reformatie, zijn veel katholieke kerkschatten verloren gegaan. Sommige voorwerpen konden echter tijdig in veiligheid worden gebracht, waaronder het Moordenaarskruis. Gezien het openlijk belijden van het katholieke geloof verboden was, kon het Moordenaarskruis niet meer met katholieke processies meegedragen worden. Het werd daarom opgeborgen in het Heilige Geest-gasthuis in de Diezerstraat. In 1672 werd het hier gevonden door de katholieke pastoor Arnoldus Waeyer (1606 – 1692). In zijn memoires schreef hij over deze vondst het volgende:

‘Wetende, datter een beelt, wel gesneden, namentlijck Christi hangende aen ’t cruijs, in ’t gasthuijs van den H. Geest boven op den solder lagh, hebbe versocht ‘tselve te mogen hebben, soo mij toegestaen is. De oude manneties daer in ’t huijs, gereformeert, tot vier ofte sesse toe, namen dit crucifix op hunne schouderen en hebbende wel hondert ende meer jongens aghter hen, ende sij braghten het in de groote kercke in de camer onder het nieuwe werck.’[16]

Waeyer vond het crucifix tijdens de bezetting van Zwolle door troepen uit Münster en Keulen gedurende de Frans-Nederlandse Oorlog (1672 – 1679) [17]. Tijdens deze bezetting was het de katholieken toegestaan om hun geloof openlijk uit te oefenen. Het Moordenaarskruis werd dan ook door pastoor Waeyer opgeknapt en kreeg een plaats in de nieuw ingerichte Sint-Michaëlskerk aan de Grote Markt. Het is heel goed mogelijk dat de armen van Christus en het middeleeuwse kruis toen zijn vervangen. Verder kunnen we, als we de lendendoek van Christus goed bekijken, sporen van rode verf ontdekken (zie afbeelding 7). Het is mogelijk dat dit ook hoorde bij de renovatie van het crucifix door Waeyer.

7. Een afbeelding van het lendendoek.

Het Moordenaarskruis werd dus opnieuw in gebruik genomen, maar dit keer niet in processies. Volgens de memoires van pastoor Waeyer werd het crucifix in het koor van de Sint-Michaëlskerk gehangen, achter het altaar. Het functioneerde dus als een altaarkruis; goed zichtbaar voor de gelovigen die de mis bijwoonden. In deze nieuwe context benadrukte het crucifix vooral het verband tussen de kruisiging en de eucharistievieringen die zich ervoor afspeelden. De hernieuwde katholieke status van de Sint-Michaëlskerk was echter maar van korte duur. In 1674 eindigde de bezetting van Zwolle en moesten de katholieken opnieuw de kerk verlaten. Ook het Moordenaarskruis werd uit de kerk gehaald en meegenomen door pastoor Waeyer [18]. Waeyer nam het crucifix echter niet mee voor privé gebruik. Tijdens de nasleep van de Reformatie waren geheime plekken ingericht waar katholieken hun geloof konden belijden. Deze plaatsen worden ook wel de schuilkerken genoemd. Ook in Zwolle werden verschillende schuilkerken opgericht (vier in totaal) en één daarvan, gelegen op de hoek van de Spiegelsteeg en de Nieuwstraat, werd beheerd door Waeyer [19]. In deze schuilkerk kreeg het crucifix een plaats. Helaas weten we niet precies welke functie het crucifix in deze ruimte vervulde. Waarschijnlijk werd het, net als in de Sint-Michaëlskerk, als altaarkruis gebruikt.

In de Onze-Lieve-Vrouwe basiliek

8. Een afbeelding van het Moordenaarskruis
De foto is  waarschijnlijkin de jaren zeventig gemaakt.
Bron: Basiliek “Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming” in Zwolle.

In 1798 werd de onderdrukking van het katholieke geloof in Nederland opgeheven. De katholieken mochten hun geloof weer openlijk uitoefenen. Een aantal jaar later, in 1809, werd de Onze-Lieve-Vrouwe basiliek aan de katholieken teruggegeven door Lodewijk Napoleon, de broer van Napoleon Bonaparte en tevens koning van Nederland van 1806 tot 1810. De eerste mis werd op 24 augustus 1811 gevierd. In dat jaar werd ook het Moordenaarskruis in de basiliek geplaatst [20].  Het crucifix werd echter niet direct aan de noordwand van het koor (de huidige plaats) gehangen.  Zoals we op afbeelding 8 kunnen zien, heeft het ook nog een andere plek toegewezen gekregen: het zuid-westelijke kerkportaal (de voorhal van de kerk). De aanwezigheid van kaarsen suggereert dat het crucifix toentertijd niet enkel als decoratie diende, maar ook dienst deed als punt van gebed en bezinning.

Het kruis op afbeelding 8 verschilt echter met het huidige kruis. In het hoofdstuk  “Na de beeldenstorm” hebben we al kunnen lezen dat het originele, middeleeuwse kruis hoogstwaarschijnlijk was vervangen in de zeventiende eeuw door pastoor Waeyer. Het is goed mogelijk dat het kruis op afbeelding 8 uit die tijd stamt. Volgens koster Paul van der Vegte is het houten beeld van Jezus in de jaren 1980 op het huidige kruis geplaatst. Daarna kreeg het crucifix een plaats in het koor van de basiliek.

9. Een afbeelding van het Moordenaarskruis
De foto is waarschijnlijk gemaakt in de jaren veertig.
Bron: D. P. R. A. Bouvy, Middeleeuwsche Beeldhouwkunst in de Noordelijke Nederlanden (Amsterdam: A. A. Balkema, 1947).

Waar we in dit verhaal over de geschiedenis van het Moordenaarskruis nog maar weinig aandacht aan hebben besteed, is het reliek van het Heilige Kruis. Zoals in de introductie al naar voren kwam, zat het reliek in een gat in Christus’ borst. De plek waar dit gat heeft gezeten is nog steeds te zien. Maar wat is er met het reliek gebeurd? In 1947 werd het boek Middeleeuwsche Beeldhouwkunst in de Noordelijke Nederlanden van Désiré Bouvy gepubliceerd. In dit boek is ook een foto opgenomen van het Moordenaarskruis (zie afbeelding 9). Op deze foto, waarschijnlijk gemaakt in de jaren veertig, is het reliek van het Heilige Kruis  te zien. Wat echter wel vreemd is, is dat Bouvy geen melding maakt van dit reliek. Nog eigenaardiger is het feit dat pastoor Waeyer het reliek niet heeft beschreven in zijn memoires. Hoewel het niet ongebruikelijk was dat processiekruisen en crucifixen voorzien waren van een reliek [21], is het toch opmerkelijk dat het reliek van het Moordenaarskruis nergens wordt genoemd. Het is dus goed mogelijk dat het reliek pas later aan het crucifix is toegevoegd, bijvoorbeeld na de schuilkerkentijd. Dit zou in ieder geval verklaren waarom Waeyer het niet benoemt in zijn memoires; toen was het er immers nog niet. Ook zou dit een reden kunnen zijn dat Bouvy het niet heeft vermeld. Zijn onderzoek was immers gericht op middeleeuwse beeldhouwkunst, niet op latere toevoegingen. Volgens de digitale database van de kerkcollectie is het reliek gestolen in de jaren zeventig [22], waarschijnlijk tijdens de (voorbereidingen van de) restauratie van de basiliek. De huidige locatie van het reliek is nog steeds een mysterie. 

Epiloog

In de loop der jaren heeft het Moordenaarskruis veel meegemaakt. Zo werd het in de Middeleeuwen (vermoedelijk) gebruikt als processiekruis. Daarna heeft het, ten tijde van de Reformatie en de beeldenstorm, op de zolder van het Heilige Geest-gasthuis gelegen. Vervolgens is het Moordenaarskruis in de zeventiende eeuw, na de beeldenstorm, gevonden door pastoor Waeyer en heeft het tijdelijk als altaarkruis in de Sint-Michaëlskerk gestaan. Toen het in 1674 opnieuw verboden was om het katholieke geloof openlijk te belijden, is het crucifix in de schuilkerk van Waeyer geplaatst. Daar heeft het tot 1811 gestaan, waarna het in de Onze-Lieve-Vrouwe basiliek werd gehangen. Hier is het Moordenaarskruis nog steeds als decoratie aan de noordwand van het koor te bewonderen. Gezien de ouderdom en de roerige geschiedenis van het object zal het waarschijnlijk altijd als een waardevol deel van de collectie worden beschouwd.

Hoewel vele vragen zijn beantwoord in dit verhaal over het Moordenaarskruis, zijn er ook vele onbeantwoord gebleven. Zo kunnen we niet met zekerheid zeggen of het crucifix ook daadwerkelijk in de Middeleeuwen is meegedragen met processies waarbij veroordeelden naar de plaats van executie werden gebracht. Ook weten we niet waar het Moordenaarskruis in die tijd werd opgeborgen. Dat we “zwarte gaten” houden in onze kennis over het object is echter niet erg. Het zorgt er voor dat het Moordenaarskruis tot onze verbeelding blijft spreken. Het draagt al met al bij aan de magie van het object.

Dankwoord

Om het verhaal over het Moordenaarskruis te kunnen vertellen heb ik grondig onderzoek moeten verrichten. Dit had ik niet kunnen doen zonder de volgende mensen: Gerard ter Haar, Paulus ten Doeschate, Paul van der Vegte (Basiliek Zwolle), Andrew Irving (Rijksuniversiteit Groningen) en Annet van der Meer. Ontzettend bedankt voor jullie hulp.  Ook zou ik graag het Museum Catharijne Convent willen bedanken voor het openstellen van de digitale kerkcollectie.

Bibliografie

Bach, Henk and Tom Waterreus. Verum, Pulchum et Bonum. De neogotiek en het interieur van de Onze Lieve Vrouwebasiliek te Zwolle, 2e druk. Zwolle: Parochie Thomas a Kempis, 2010.

Baragli, Sandra. (Trans. by  Brian D. Philips.) European Art of the Fourteenth Century. Los Angeles: Getty Publications, 2007.

Berents, D. A. “Galg en rad: “wrede straffen” in laat-middeleeuws Utrecht.” in Misdaad, zoen en straf. Aspekten van de middeleeuwse strafrechtsgeschiedenis in de Nederlanden, ed. H. A. Diederiks        and H. W. Roodenburg, 85 – 101. Hilversum: Verloren, 1991.

Bouvy, D. P. R. A. Middeleeuwsche Beeldhouwkunst in de Noordelijke Nederlanden. Amsterdam: A. A. Balkema, 1947.

Classen, Albrecht. “Death and the Culture of Death. Universal Cultural-Historical Observations, with an Emphasis on the Middle Ages.” In Death in the Middle Ages and Early Modern Time: The Material and Spiritual Conditions of the Culture of Death, ed. Albrecht Classen, 1 – 57.          Berlin; Boston: De Gruyter, 2016.

Hourihane, Colum P., ed. The Grove Encyclopedia of Medieval Art and Architecture, vol. 1. Oxford: Oxford University Press, 2012.

Hove, Jan ten. Geschiedenis van Zwolle. Zwolle: Waanders Uitgevers, 2005.

Jensen, Robin M. The Cross. History, Art, and Controversy. Cambridge; Massachusetts, and London: Harvard University Press, 2017.

Louwen, Jan en Han Prins. Ach lieve tijd: 750 jaar Zwolsen, Zwollenaren tussen misdaad en straf (12). Zwolle: Waanders, 1987.

Meijer, G. A. Nopende het Aerts-priesterschap van Swolle naer de beroerten deser Nederlanden mitsgaders van eenige gedenckweerdige voorvallen. Wed. J. R. van Rossum, 1921. https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?objectsearch=crucifix&coll=boeken&identifier=MMKB02A%3A000030959%3A00221 (consulted 16 October 2018).

Museum Catharijneconvent. Kerkcollectie digitaal: Erfgoed in Kerken en Kloosters. Zwolle, Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming. https://kerkcollectie.catharijneconvent.nl/dashboard (consulted 17 October 2018).

Schmitt, Jean-Claude. Ghosts in the Middle Ages: The Living and the Dead in Medieval Society. Chicago; London: University of Chicago Press, 1998.

Terpstra, Nicholas. “Body Politics: The Criminal Body between Public and Private.” Journal of Medieval and Early Modern Studies 45, no. 1 (January 2015): 7 – 52.

Thompson, Michael. Rubbish Theory: The Creation and Destruction of Value, 2nd ed. London: Pluto Press, 2017.

Vries, Thom J. de. Geschiedenis van Zwolle. Deel 2: Van de invoering der Reformatie tot het jaar 1940. Zwolle: Tijl, 1961.

Zevenbergen, Luther. “Aanjagers van de Beeldenstorm: De eerste hagenpreken in het Westkwartier.” Geschiedenis Magazine 53, no. 6 (september 2018): 20 – 23.


[1] D. P. R. A. Bouvy, Middeleeuwsche Beeldhouwkunst in de Noordelijke Nederlanden (Amsterdam: A. A. Balkema, 1947), 33 – 34.

[2] Colum P. Hourihane, ed., The Grove Encyclopedia of Medieval Art and Architecture, vol. 1. (Oxford: Oxford University Press, 2012), 175 – 179. 

[3] Sandra Baragli (vertaald door: Brian D. Philips), European Art of the Fourteenth Century (Los Angeles: Getty Publications, 2007), 111. 

[4] Jan ten Hove, Geschiedenis van Zwolle (Zwolle: Waanders Uitgevers, 2005), 103.

[5] D. A. Berents, “Galg en rad: “wrede straffen” in laat-middeleeuws Utrecht,” in Misdaad, zoen en straf. Aspekten van de middeleeuwse strafrechtsgeschiedenis in de Nederlanden, ed. H. A. Diederiks and H. W. Roodenburg (Hilversum: Verloren, 1991), 88 – 90. 

[6] Ten Hove, Geschiedenis van Zwolle, 143. 

[7] Nicholas Terpstra, “Body Politics: The Criminal Body between Public and Private,” Journal of Medieval and Early Modern Studies 45, no. 1 (January 2015): 9. 

[8] Jan Louwen en Han Prins, Ach lieve tijd: 750 jaar Zwolsen, Zwollenaren tussen misdaad en straf (12) (Zwolle: Waanders, 1987), 287. 

[9] Ook in andere landen werden dergelijke rituelen uitgevoerd.  Zo waren er in Italië in de Middeleeuwen broederschappen ontstaan die veroordeelden bijstonden tijdens hun laatste uren. In een poging de ziel van de veroordeelde te redden, hield men tijdens de processie naar het schavot een zogeheten tavoletta voor het gezicht van de veroordeelde. De tavoletta was in wezen een klein paneeltje waarop religieuze afbeeldingen waren geschilderd. De ogen van de veroordeelde werden al met al letterlijk op God gericht. Zie ook: Nicholas Terpstra, “Body Politics: The Criminal Body between Public and Private,” Journal of Medieval and Early Modern Studies 45, no. 1 (January 2015): 7 – 52. 

[10] Albrecht Classen, “Death and the Culture of Death. Universal Cultural-Historical Observations, with an Emphasis on the Middle Ages,” in Death in the Middle Ages and Early Modern Time: The Material and Spiritual Conditions of the Culture of Death, ed. Albrecht Classen (Berlin; Boston: De Gruyter, 2016), 23. 

[11] Jean-Claude Schmitt, Ghosts in the Middle Ages: The Living and the Dead in Medieval Society (Chicago; London: University of Chicago Press, 1998), 4. 

[12] Robin M. Jensen, The Cross. History, Art, and Controversy (Cambridge; Massachusetts, and London: Harvard University Press, 2017), 151. 

[13] Ten Hove, Geschiedenis van Zwolle, 246 – 247.

[14] Luther Zevenbergen, “Aanjagers van de Beeldenstorm: De eerste hagenpreken in het Westkwartier,” Geschiedenis Magazine 53, no. 6 (september 2018): 21. 

[15] Ten Hove, Geschiedenis van Zwolle, 247 – 248.

[16] G. A. Meijer, Nopende het Aerts-priesterschap van Swolle naer de beroerten deser Nederlanden mitsgaders van eenige gedenckweerdige voorvallen (Wed. J. R. van Rossum, 1921), 217. 

https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?objectsearch=crucifix&coll=boeken&identifier=MMKB02A%3A000030959%3A00221 (geraadpleegd op 16 oktober  2018). 

[17] Henk Bach and Tom Waterreus, Verum, Pulchum et Bonum. De neogotiek en het interieur van de Onze Lieve Vrouwebasiliek te Zwolle, 2e druk (Zwolle: Parochie Thomas a Kempis, 2010), 88. 

[18] Thom J. de Vries, Geschiedenis van Zwolle. Deel 2: Van de invoering der Reformatie tot het jaar 1940 (Zwolle: Tijl, 1961), 74. 

[19] Ten Hove, Geschiedenis van Zwolle, 277. 

20] Bach and Waterreus, Verum, Pulchum et Bonum, 88. 

[21] Jensen, The Cross, 89 – 91. 

[22] Museum Catharijneconvent, Kerkcollectie digitaal: Erfgoed in Kerken en Kloosters. Zwolle, Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming.

Algemene gegevens

  • Collectienummer: 10495-23
  • Huidige locatie: Noordwand koor, Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopneming basiliek, Zwolle
  • Plaats van vervaardiging: Zuid-Nederland
  • Datering: 1375 – 1400
  • Materiaal: Eikenhout
  • Afmetingen:  Corpus: ca. 78 cm hoog / 66 cm breed (met gestrekte armen); kruis: ca. 170 cm hoog / 80 cm breed